De Uithof als dierentuin

Body: 

“Ze hebben maar zo’n klein gaatje nodig”, zegt veldecoloog Merijn Volkers terwijl hij wijst op een spleetje tussen twee bakstenen waar een voeg had kunnen zitten. “Dit zou de ingang van een verblijf van een vleermuis kunnen zijn.”  Maar helaas, zijn batdetector blijft zwijgen. Op avondsafari in De Uithof.

De Universiteit Utrecht heeft het adviesbureau Eelerwoude opdracht gegeven de flora en fauna van De Uithof te inventariseren. Er wordt onder meer hoopvol gezocht naar ringslangen, bijzondere vleermuizen en inheemse zeldzame planten. Waarom de UU dat graag wil weten? “Gewoon, omdat we ons verantwoordelijk voelen voor wat er leeft in De Uithof en rekening willen houden met die planten en dieren”, zegt Leunie van Zwieten, programmamanager campusontwikkeling van de Universiteit Utrecht.

Hans de Graaf en Merijn Volkers zijn twee van de veldecologen die een inventarisatie maken van al wat groeit en bloeit in De Uithof. Vogels zijn gemakkelijk te spotten. De ganzen bekommeren zich niet om een tweevoeter , andere vogels nestelen hoog en droog op de platte daken van verschillende gebouwen en een kraai maakt zijn nest in een kapot plafond. Ook de verschillende planten zijn vanwege hun immobiliteit makkelijk te tellen. Net iets anders is het als het gaat om zoogdieren, amfibieën en reptielen.

Konijnen

De excursie met de veldecologen begint in het veld naast het parkeerterrein aan de Padualaan. Hier gaan we kijken of er nog amfibieën of reptielen in het zicht zijn. In het veld liggen speciale plankjes waar de beesten in het donker onder kunnen kruipen en bij mooi weer op kunnen zitten om zich te warmen in de zon. Vanavond is er echter geen spoor van de koudbloedigen te vinden. Wel hangt er een dood konijn in het prikkeldraad. “ Die is van schrik opgesprongen en in het draad blijven hangen, denk ik”, zegt Merijn Volkers. “Dat moet een langzame dood zijn geweest”, vult Hans de Graaf aan.

Konijnen zijn niet de meest schichtige dieren deze avond. Het schemert en de knagers huppelen onbekommerd de bosjes in en uit. En hoewel hun aantal zeer groot is, laat de universiteit ze met rust. “Alle dieren zijn beschermd”, zegt Leunie van Zwieten. “Alleen in de Botanische Tuinen en op de sportvelden kunnen ze schade aanrichten en heeft de universiteit maatregelen genomen om konijnen te weren.”

Vleermuizen

De avondsafari verplaatst zich naar het Hijmans van den Berghgebouw. Deze avond staat in het teken van het spotten van de verblijfsplaatsen van vleermuizen. Deze zoogdieren vliegen uit zodra het donker wordt. Maar, zegt de veldecoloog, we zijn nog iets te vroeg. “Zo lang de merels zingen, laten de vleermuizen zich niet zien.” Ondertussen zoekt hij de gevels af op zoek naar plekjes waar vleermuizen het prettig zouden kunnen vinden. Het moet er niet te licht zijn, de gevel moet toegankelijk zijn via een kapotte voeg of een spleet onder een dakgoot of dergelijk. Een spouwmuur is bijvoorbeeld een ideale plek. “Ze hebben net als muizen, maar een klein gaatje nodig. Zoals daar, waar geen voeg tussen de stenen zit.”

Volkers en Rosalie Heins, adviseur ecologie van Eelerwoude, hebben allebei een apparaatje in de hand waarop het geluid van vleermuizen gehoord kan worden. Opeens zien we een kleine vleermuis voorbij vliegen en komt er uit de detector een ritmisch ta,ta,ta,ta,ta. “Elke vleermuizensoort maakt geluid op een andere frequentie. Daaraan herkennen we het soort vleermuis”, weet Volkers. Het type dat hier vliegt is niet het meest zeldzame, maar toch is er sprake van enige opwinding. “De vraag is hoe veel van deze dieren hier huizen”, zegt hij. “Het zou leuk zijn als we een grote kolonie aantreffen.”

Jachtterrein

Volkers en Heins zijn een dik uur later enigszins teleurgesteld over het aantal gespotte vleermuizen. “Niet alle plekken zijn geschikt voor vleermuizen. Maar hier zou je er toch meer verwachten”, zegt Merijn ergens op het terrein van het UMC Utrecht. “Er is hier een waterloop, bomen, weinig licht. Ideaal jachtterrein voor vleermuizen.” Ook is er tot nog toe maar een soort gehoord en wel de ‘gewone dwergvleermuis’. Leuk, maar niet de meest bijzondere. “Ik hoop dat we nog een wat grotere vleermuis ontdekken.”

De veldecologen gaan de komende weken nog geregeld op pad om de natuur te inventariseren. Gehoopt wordt op steenuilen “ik heb goede oude bomen gezien die bijzonder geschikt zijn voor deze uilensoort” en op bijzondere reptielen. Over een tijdje begint de speurtocht naar ringslangen waarvan bekend is dat ze in De Uithof wonen. “Daar gaan we een keer vroeg in de ochtend voor op pad.”

Rapportage 

Als de veldecologen klaar zijn met hun werk komt er een rapport. En dan? Leunie van Zwieten: “Dan weten we waar we op moeten letten als we gebouwen gaan verbouwen of nieuwe gebouwen gaan neerzetten. We kunnen dan rekening houden met de populaties dieren die we hier hebben. Zo weten we dat met een paar kleine aanpassingen we het hier bijvoorbeeld prettiger voor vleermuizen kunnen maken. Bijvoorbeeld door de bovenkant van lantaarnpalen zwart te verven en te zorgen voor beplanting waar bepaalde soorten dieren profijt van hebben. Op die manier kunnen we er voor zorgen dat het hier prettig werken en studeren is in De Uithof, maar dat het hier ook goed toeven is voor planten en dieren.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail