Dromerig luieren met een lekker boek

Body: 

DUB maakt net voor de zomer weer een overzicht van interessante boeken geschreven door UU’ers of met Utrecht als thema. Over sexy dieren, lichamelijke teksten, baarmoedertaal, een majestueuze beuk, de zwaarte van het licht, postkoloniale cultuurkritiek, steegjes in New York en de groeistuipen van Utrecht.

Hoe zwaar is lichtOpzienbarende ontdekkingen over taalDe Vooys, tijdschrift voor de Letteren
Revoltes in de cultuurkritiekDertig dieren in de MiddeleeuwenAlles is biologie
Wandelen in New YorkBeukenbloedVan stadsie tot stad

 

Alle hoeken van de wetenschap

Wat wil Nederland weten? Met deze vraag in het achterhoofd opende de Nationale Wetenschapsagenda twee jaar geleden een digitaal loket. Meer dan 12.000 nieuwsgierige Nederlanders, jong en oud, man en vrouw, dienden hun prangende vragen in. De meest interessante vragen werden gebundeld. Het resultaat? Honderd diepzinnige, eigenaardige en verrassende vragen, die beantwoord worden door de topwetenschappers van het land.
 Het boek Hoe zwaar is licht laat je alle hoeken van de wetenschap zien. Vooral de psychologie is goed vertegenwoordigd (“Kan iemand van gedrag veranderen?” en “Hoe goed kent de mens zichzelf?”). Maar, ook kunstzinnige (“Hoe oud wordt de Nachtwacht”), natuurkundige (“Hoe zwaar is licht”) en filosofische (“Op welke manier vindt zingeving plaats in een maatschappij waar religie wegvalt?”) vraagstukken komen aan bod. Voor ieder wat wils dus.

Het leuke aan dit boek is dat je binnen tien minuten een hoofdstuk gelezen hebt. De meeste hoofdstukken zijn namelijk tussen de twee en vier pagina’s lang. De inhoud van het boek leent zich ook goed tijdens een avondje in de kroeg. Vragen als: “Hoe kunnen we voorkomen dat mensen verslaafd raken aan games”, lokken gegarandeerd discussie uit. En hoe leuk is het dat jij dan het verlossende antwoord weet! Tenminste, als je het met het perspectief van de schrijvers eens bent. Het is natuurlijk maar de vraag of de wetenschap wel alle wijsheid in pacht heeft om zulke lastige vraagstukken te beantwoorden..  

“Hoe zwaar is licht” is een ideaal vakantieboek voor de kritische en nieuwsgierige lezer. Toegankelijk geschreven, boordevol merkwaardige inzichten. Weet jij bijvoorbeeld wat het meest absurde dier ter wereld is? (Kitty Beem)

Beatrice de Graaf & Alexander Rinnooy Kan (red),  Hoe zwaar is licht – Meer dan 100 dringende vragen aan de Wetenschap. 2017. Uitgeverij Balans. 19,99 (boek) 9,99 (ebook)


 

Lidwoorden zijn niet sexy

“Taal is leuk. Onderzoek naar taal is nog veel leuker.” Met deze woorden begint het boek Opzienbarende ontdekkingen over taal van Milfje Meulskens, het pseudoniem waaronder taalwetenschappers Sterre Leufkens en Marten van den Heuvel schrijven. Het boek is voortgekomen uit hun gezamenlijk taalblog en dat is te merken. De dertig hoofdstukken zijn namelijk kort, helder en behapbaar. Bovendien spat het enthousiasme van de pagina’s af. “Ik wist nooit dat ik wilde weten wat ik nog niet wist. Dankzij deze opzienbarende ontdekkingen weet ik het wel”, aldus radiomaker Frits Spits over dit boek. En hij heeft gelijk. Ik heb me nooit afgevraagd of ‘lauw’ een bijzonder woord is in het Nederlands. Nou, dat is het dus wel. Héél bijzonder zelfs.

Vrijwel alle onderwerpen waar je aan denkt bij taalonderzoek komen aan bod in maximaal drie pagina’s: taalverwerving, klankverandering, gebarentaal, lidwoorden, grammatica, dt-fouten. Maar het wordt honderd keer leuker gebracht dan deze opsomming doet vermoeden, vaak geïllustreerd met vrolijke tekeningen.

Wist jij bijvoorbeeld dat baby’s in de baarmoeder al hun moedertaal van andere talen kunnen onderscheiden? Dat ‘baas’ het meest uitgeleende Nederlandse woord is? En dat wij in het Nederlands maar bar weinig woorden hebben om geursensaties te beschrijven? Ook interessant: we gaan steeds minder lidwoorden gebruiken. In sms en chat laten we vaak lidwoorden al weg, zo blijkt. Maar goed, lidwoorden zijn dan ook niet ‘sexy’, zo stellen de auteurs. “De drie lidwoorden die het Nederlands kent zijn kleurloos als een grijze muur door een sepia filter.” Taal is écht leuk! Een aanrader. (Sanne La Grouw)

Milfje Meulskens, Opzienbarende ontdekkingen over taal. 2017. Uitgeverij VBK Media. 12,50 euro.


 

Uit het hoofd, in het lichaam

Grote denkers, imposante stijlfiguren, complexe literaire theorieën: in de literatuur draait alles om het brein. Toch? In het nieuwe nummer van Vooys, tijdschrift voor letteren, stapt de redactie uit het hoofd. Het blad staat in het teken van het lichaam, dat vanuit verrassende invalshoeken wordt belicht. En dan blijkt dat ook het lijfelijke een grote rol speelt in de literatuur.

Zo is er een stuk waarin promovendus Annelot Prins analyseert welke rol masturbatie speelt in popsongs van Pink, The Pussycat Dolls en Nicki Minaj. Een van de conclusies is dat “representaties van vrouwelijke seksualiteit nog steeds niet genaturaliseerd zijn.” Er is wel ruimte voor ‘autoseksuele verlangens’ van vrouwen in de popmuziek, maar alleen binnen een “(hetero)sociaal kader waarin een (mannelijke) ander (…) aanwezig is (…).”

Ook de moeite waard zijn de artikelen over ‘Indisch eten als lieu de mémoire’ (hoe het bereiden en eten van Indische gerechten in boeken herinneringen naar boven brengt), de rol van de pest in een boek van Ilja Leonard Pfeijffer en een interview met auteur Mounir Samuel, over zijn eerste roman en de rol die gender daar in speelt.

Veel artikelen zijn lezenswaardig en toegankelijk voor iedereen die geïnteresseerd is in moderne cultuur en literatuur, maar sommige stukken vereisen behoorlijk wat voorkennis. In het stuk van Arne Vanraes over zijn bestudering van notities bijvoorbeeld, raak ik al snel de draad kwijt, met zinnen als: “Dit stuk zal beargumenteren dat het doorleefde en begeesterde lichaam nooit eenvoudig op zichzelf staat in de indruk-uitdruk/inscriptie-afzetting van zijn sensibel materiaal in het komen tot schrijven.”

Jammer, want de frisse insteek en thematiek van de artikelen in Vooys verdienen ook lezers buiten het selecte gezelschap van letterkundigen.  (Dorien Vrieling)

De Vooys, tijdschrift voor de Letteren. 35 1/2 Themanummer Het Lichaam. 2017. 7,50 euro.  Hier te bestellen.


 

Nieuwe zienswijze over kunst en engagement

In Revoltes in de cultuurkritiek onderzoekt Rosemarie Buikema, UU-hoogleraar Art, Culture and Diversity, de relatie tussen kunst en politieke transitie. Welke kansen bieden de verbeeldingskracht en de kunst om het tot dan toe onzichtbare en onbespreekbare op de agenda te zetten?

Een revolte is een proces waarin het verleden onderzocht, aangevuld, gecorrigeerd en/of omgebogen wordt. Ze is nóóit, zoals een revolutie, een eenmalige breuk met het verleden. Toch betreft ze altijd een politieke en culturele verandering. Ze voltrekt zich allereerst in de psyche en in manifestaties daarvan in kunst en literatuur: van daaruit ontstaan politieke implicaties.

Buikema bestudeert werken van historische en hedendaagse kunstenaars en schrijvers die zich bezighielden of houden met een erfenis uitsluiting en onderdrukking: hoe komt men vanuit zo’n toestand tot veranderde culturele en sociale verhoudingen - tot evenwicht?

Die bestudering beschrijft ze vanuit verschillende contexten. Zo vliegt ze iconische, twintigste-eeuwse werken van Woolf (A Room for One’s Own) en Brontë (Jane Eyre) aan vanuit een moderne, feministisch-postkoloniale theorie. Ze kijkt hoe interactie tussen koloniale en patriarchale onderdrukking vorm krijgt in taal in beeld.

Daarnaast exploreert ze hedendaagse cultuurkritiek vanuit de context. Zuid-Afrikaanse post-apartheid aan de hand van romans van Coetzee en Marlene van Niekerk en, onder andere, beeldende kunst van Nandipha Mntambo en Wim Botha.

Het is een doortimmerde verzameling essays, waarvan enkele eerder in aangepaste vorm in vakliteratuur verschenen. Vlot leesbaar en helder, ook voor wie geen graad in de cultuurwetenschappen heeft. Buikema’s analyse biedt frisse zienswijzes, een verscheidenheid aan binnenlandse en buitenlandse kunstenaars en intellectuelen - en een nieuw hoofdstuk binnen de telkens opvlammende discussie over kunst en engagement. (Linda van der Pol)

Rosemarie Buikema, Revoltes in de cultuurkritiek. 2017. Uitgeverij A,msterdam University Press 29,95 euro ebook 14,99 euro 


 

De egel als Duivel

Het speciale themanummer van Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen vanwege hun 30 jarige bestaan gaat over de dierenwereld in de Middeleeuwen. Het boekje leest als een kleine encyclopedie met korte tekstjes over 30 verschillende diersoorten. In zekere zin is dit themanummer een voorbeeld van een bestiarium, een middeleeuws, vaak verlucht handschrift, waarin allerlei fabeldieren, echte dieren, planten, stenen en fabelachtige mensenrassen worden besproken en gepresenteerd als echt bestaand. Het gaat vaak om een mengelmoes van overgeleverde ooggetuigenverslagen en (christelijke) metaforen.

Ook in dit exemplaar worden zowel bestaande als fabelachtige dieren besproken. De aap, het hert en de krokodil, maar ook de draak en de parandira. Elk dier is beschreven door een andere auteur en deze verschillende insteken maken dan ook dat het geen saaie encyclopedie is. Daarnaast zijn ook de afbeeldingen een lust voor het oog.

Veel aandacht is er voor de moraliserende verhalen met dieren in de hoofdrol. Denk bijvoorbeeld aan de sluwe vos Reynaerde. Maar ook het bijgeloof en bijbetekenissen van de afbeeldingen worden op overtuigende maar toch beknopte wijze aan de lezer geduid. Zo werden egels gezien als de Duivel vanwege hun stekels en afbeeldingen van everzwijnen als een vorm van defensieve magie. Sommige van deze mythen vinden tegenwoordig nog steeds hun neerslag, zoals de hond als symbool van trouw en de ooievaar als schatdrager en geluksbrenger.

Veelvuldig wordt er verwezen naar het bestiarium Der naturen bloeme geschreven tussen 1205 en 1220 door Jacob van Maerlant. Zijn optekeningen over de Middeleeuwse flora en fauna zijn uitmuntend geconserveerd door de Koninklijke Bibliotheek en behoren dan ook tot de topstukken collectie. Ook dit prachtige werk is gedigitaliseerd en online(Maja van Eijndthoven)

Ludo Jongen, Sven Meeder, Martine Meuwese e.a. (red.), Madoc 30 Dertig Dieren in de Middeleeuwen. 2017. Uitgeverij Verloren 10 euro. Hier te bestellen.


 

Hebben dieren seks voor het plezier?

Het is misschien even schrikken als je het boek Alles is biologie openslaat. Je begint met de inhoudsopgave die tweeënhalve bladzijde beslaat. Er worden 62 onderwerpen genoemd die beschreven worden in 189 pagina’s. Van Hoe bedenk je een graafmachine en Hebben dieren seks voor het plezier tot Waarom krijgen we virussen niet uitgeroeid.

Het lijkt een onmogelijke opgave om zoveel uiteenlopende onderwerpen op relatief weinig pagina’s te behandelen, maar het lukt UU-alumna Sara van Duijn om alle onderwerpen op een boeiende manier in elkaar over te laten vloeien en in elk hoofdstukje een geinig weetje te stoppen.

Van Duijn heeft biologie gestudeerd in Leiden en deed haar master Experimental Neurosciences in Utrecht. Ze doet nu promotieonderzoek naar Alzheimer, is docent Natuur & Techniek op een Pabo en juf op een basisschool. En ze had dus ook nog tijd om een boek te schrijven over van alles en nog wat bekeken vanuit de biologie.

Misschien moet je een beetje een nerd zijn om sommige passages in het boek te waarderen, maar hoe leuk is het om te lezen dat een deel van een bepaalde orchidee lijkt op het achterlijf van een vrouwelijk insect. Dit om de mannetjes naar de bloem te lokken zodat hij het stuifmeel kan meenemen naar een andere bloem. En zo vlak voor de vakantie krijg je de tip om in Azië geen medium rare biefstuk te eten, vanwege de kans op een lintworm. En dan is er nog een alleraardigst stukje over diertjes die hun leven op pauze kunnen zetten en hoe het op aarde zou zijn zonder maan: er zitten dan maar zes uur in een dag. Dat betekent dat je bijna twee dagen nodig hebt om het boekje uit te lezen. (Gwenda Knobel)

Sara van Duijn, Alles is biologie.2017 uitgeverij Q, , 15 euro, ebook 9,99 euro


 

Wandelend kennismaken met New York

Wandelen in New York is leidt je in 17 wandelingen door The Big Apple heen en voorziet je tijdens de wandeling van allerhande interessante informatie, waardoor jij als lezer en wandelaar unieke weetjes over de stad leert.

De wandelingen zijn tussen de 3 en de 5 kilometer en lopen dwars door de verschillende buurten die New York rijk is. Tijdens de wandeling leer je over de gebouwen, maar ook de culturen die er wonen, wat er zich manifesteert en hoe de band is tussen het stadsbestuur en de bewoners.

Het boek is geschreven door oud UCU studenten met als hoofdrichting Geografie. Hun achtergrond schemert op een positieve manier door in het boek. De schrijvers hebben weten te vatten wat interessant is in de wijken, wat je eventueel nog niet weet en wat je na je bezoek aan New York zeker zou moeten weten.

Aan het begin van de wandeling vind je de routebeschrijving, met daarin ook wat aanraders voor bijvoorbeeld de bereikbaarheid of de plek waat je het best kunt pauzeren.

Wie alle wandelingen uit het boek volgt, doet zeker een behoorlijke hoeveelheid kennis van de stad op. De meest wandelingen vinden plaats in Manhattan (maar liefst tien van de zeventien wandelingen zijn hier uitgestippeld), maar je leert ook South Bronx, Brooklyn, Queens en Jersey City kennen.

Deze handzame wandelgids is een aanrader voor iedereen die te voet, op een educatieve manier New York wil ontdekken. (Janouk Vermaas)

Irina van Aalst, Rianne van Melik en Jan van Weesep ,Wandelen in New York  2017. Odyssee reisgidsen. 22,50 euro, Als ebook ook per hoofdstuk te bestellen.


 

Beuk en buurt, de geschiedenis van een Utrechtse boom

Wie langs het Wilhelminapark fietst richting het Rosarium kan er letterlijk en figuurlijk niet om heen. De majestueuze rode beuk is een boom met een geschiedenis. Midden van de negentiende eeuw is hij geplant door Willem Ram en eind van de eeuw werd  de beuk de eyecatcher tussen het toen ontworpen Wihelminapark en het Hooglandsche park. Begin van de twintigste eeuw liepen de rails van de paardentram over zijn wortels. Het was een populair uitstapje naar het Rosarium.  In de Tweede Wereldoorlog was de boom op 7 mei 1945 getuige van een vuurgevecht waarbij 10 verzetsstrijders de dood vonden in een poging NSB-leider Mussert op te pakken.

Nu loopt het leven van de beuk ten einde. Een mysterieuze ziekte bedreigt het voortbestaan.

Fotografe Wieke Eefting, bij Geesteswetenschappen werkzaam als hoofd studentenzaken, kwam met het idee om een boek over de boom te maken. Met prachtige foto’s, maar ook met verhalen van buurtbewoners over hun relatie met de beuk. Hoe de beuk een kruispunt in sommige levens is of een rustpunt waar je altijd op kunt terugvallen.

Daarnaast gaat het boek ook over de botanische kant van de boom. Tot wat voor familie behoort de beuk, wat is het verschil tussen een rode en bruine beuk, hoe belangrijk is zo’n boom in de stad en hoe kan zo’n boom slachtoffer zijn geworden van een plantenziekte?

Buurtbewoners maken zich druk om hun boom en proberen het leven zo lang mogelijk te rekken. Ook dit boek is een wapen in die strijd. In ieder geval zorgt het ervoor dat de beuk in de herinnering zal blijven voortleven. (Ries Agterberg)

Wieke Eefting, Anne-Marie van Gijtenbeek en Margreet van Heel, Beukenbloed. 2016. Uitgeverij Helium. Het boek is voor 29,95 euro te bestellen .


 

De groeistuipen van Utrecht in beeld
 

Na de oorlog was de woningnood in Utrecht gigantisch. Vanaf de jaren vijftig leidde dat tot een ongekende nieuwbouw. Wijken als Kanaleneiland en Overvecht ontstonden vanuit het niets. Maar ook Hoog Catharijne en De Uithof werden in die tijd gebouwd. Het is de rode draad in het fotoboek Van stadsie naar stad. De auteurs Ad van Liempt en Ton van den Berg doken in het fotoarchief en laten aan de hand van foto’s zien hoe de stad in deze periode voor altijd veranderde. 

Niet iedereen was gelukkig met die groei. Als het aan een Duitse adviseur had geleden, waren de singels gedempt en vervangen door een autobaan. Gelukkig is dat onzalige idee door protesten voorkomen. Het enige stukje singel dat wel een autoweg werd, wordt nu weer water. 

Het leuke van zo’n  boek is natuurlijk om te zien hoe Utrecht er in de jaren vijftig uitzag. Soms herkenbaar, maar soms is het ook onvoorstelbaar hoe het Vredenburg er toen uitzag of dat je met de auto overal in de binnenstad kon parkeren. Er waren ‘runnertjes’ in de stad die bestuurders voor geld naar een parkeerplaats begeleidde. 

Het boek gaat over meer. Ook sport (het kampioenschap van DOS, de Olympische medailles van Anton Gesink) komen aan bod. En de opkomst van de werfkelders als broeiplaats van Utrechts muziektalent.     

Wat een beetje mist, is een goede focus. De verhalen wisselen sterk van kwaliteit en zo nu en dan is een thema wat te breed geïnterpreteerd. (Ries Agterberg)

Ton van den Berg en Ad van Liempt, Van stadsie naar stad. Utrecht 1950-1975. 2017. Uitgeverij WBooks. 24,95 euro

Wil je een exemplaar van dit fotoboek winnen? DUB mag 2 exemplaren weggegeven. Mail naar Van Stadsie naar stad naar dubprijsvraag@uu.nl


Facebook Twitter Whatsapp Mail