De donderdagavondmaaltijd met links in de hoek broeder John, foto's Jelle Talsma

Filosofie en religie komen samen in UU-student en priester John

Body: 

Masterstudent Filosofie, broeder en priester. John is het allemaal. Gekleed in een habijt volgt hij colleges en organiseert hij activiteiten voor de Katholieke Studenten Utrecht. Op donderdag komen studenten en monniken samen om te eten, bidden en praten over het geloof. Freelancer Jelle Talsma schuift aan.

“We konden wel Haags praaate, want we woonden in Den Haaag. Ik zei: Van Es, we gaan een mooie partij organiseraaa. Het gaat om studentaaa dus je moet een beetje bekakt praaate.”

Aan het woord is broeder Elias. Vol vuur doet de in habijt gehulde monnik een imitatie van het criminele, met Haagse tongval sprekende typetje Jacobsen van Van Kooten en De Bie. Deze act deed hij in een vorig leven – geschminkt en wel – samen met een vriend om feesten aan te kondigen.

Het is gemoedelijk in de keuken van de kloostergemeenschap aan de Vleutenseweg naast de Gerardus Majellakerk. De gemeenschap is onderdeel van de Congregatie van Sint Jan, die in 1975 in Frankrijk gesticht werd, en zich sindsdien verspreidde over de hele wereld. Ik loop een avond mee met de broeders en een aantal studenten dat hier op donderdagavond samenkomt om te eten, te bidden en te praten over het katholieke geloof.

Dat klopt, ik ben een monnik

Vanavond spreek ik met broeder Elias – de oudste monnik in het klooster – broeder John, broeder Jan Maria en een stuk of zeven studenten. Broeder John (36) is de reden dat ik hier ben: toen ik in augustus voor DUB tijdens de Uitweek bij de cultuurmarkt was, zag ik plotseling een jongeman in een monnikenhabijt lopen. ‘Jij bent een monnik!’, riep ik gekscherend – er gemakshalve vanuit gaand dat ik te maken had met een verklede student. ‘Dat klopt’, antwoordde de jongeman vriendelijk glimlachend. ‘Ik ben een monnik.’ Hij nodigde me uit om langs te komen in het klooster.

laura.jpgWe zitten aan de maaltijd in de eetzaal van de parochie, een ruimte vol christelijke relikwieën en afbeeldingen van Jezus. Eén van de tafelgenoten is Laura, student Verpleegkunde. Ze groeide op in een katholiek gezin en ging naar een gereformeerd vrijgemaakte basisschool. Toen ze aan het eind van haar middelbare school “dieper in relatie met God wilde treden”, en “een dorst naar God had”,  ging ze naar het buitenland om daar onderdeel te zijn van een zogenaamd Worship team – een groep van negen mensen met wie ze samenwoonde. Hun dagen bestonden uit bidden, zingen en “de missie van lofprijzing dragen”. Al heeft ze andere drijfveren dan de gemiddelde student, aan tafel is in eerste instantie weinig te merken van haar dorst naar God. Wel van haar honger naar brownies.

Moeite met mensen die doelloos feesten

“Ik heb zin in brownies!”– roept ze namelijk – terwijl we nog aan de linzen met aubergine, worst en tomatensaus zitten. “Ik ook,” roep ik terug. We hebben het even over mijn hardnekkige chocoladeverslaving. Broeder John blijkt ook van Milkachocola met Oreovulling te houden: mijn absolute favoriet. Aan tafel zitten ook Thérèse, die een opleiding tot coupeur doet, diergeneeskundestudent Bas, Rosaline die net Verpleegkunde heeft afgerond en masterstudent Scheikunde Alexander. In dit klooster wonen zeven broeders die leven van de giften van mensen die naar de Gerardus Majellakerk gaan. Eigendommen hebben ze niet – ze leven uit een gemeenschappelijke pot waar alleen het strikt noodzakelijke mee wordt gekocht. Ze brengen hun tijd door met bidden, de kerkmis, en taken voor de gemeenschap.

john-plus.jpgDe sfeer aan tafel is jolig – er wordt veel gelachen. Laura gooit stukken brood in de richting van broeder John, die ze met zijn mond probeert te vangen. Toen broeder Elias zijn act deed, verbaasde ik me al hoe ‘gewoon’ de monniken hier zijn. Niet vroom of streng – wat altijd mijn beeld van een monnik was – maar ontspannen en humorvol, soms op het melige af. “Je ziet dat andere mensen op een heel andere manier leven dan ik. Ik ben gericht op een relatie die mijn leven omvat”, zegt Laura, waarmee ze op haar relatie met God doelt. Ik vraag Laura naar een voorbeeld van die andere manier van leven. Na lang nadenken: “Ik heb moeite met mensen die doelloos gaan zitten feesten en nachtenlang Netflix kijken.”  

Soms vraag je om iets en krijg je het

Aan de overkant van de straat heeft het klooster een aantal kamers dat ze onderhuurt van Stichting Studenenhuisvesting. Er wonen hier ongeveer twintig mensen en zijn voor katholieke studenten en jonge starters die betrokken willen zijn bij de kerk. Een groot deel van de studenten dat vanavond aanwezig is, woont in deze kamers.

Broeder John is priester en verantwoordelijk voor de studentenactiviteiten van de KSU, de Katholieke Studenten Utrecht. Bij de bijeenkomsten op donderdagavond is iedereen welkom: waar je staat in het geloof doet er niet toe. Het is broeder Johns functie om naast de boel te helpen organiseren, een luisterend oor te bieden aan de studenten. Een soort coach – of vaderfiguur – is de rol die de priester probeert uit te dragen in de katholieke kerk.

Ik richt me tot Bas, die net begonnen is aan zijn studie Diergeneeskunde. Het is een hele overgang van het melkveebedrijf van zijn ouders in de achterhoek, naar de grote stad Utrecht. “ Ik kan maar moeilijk wennen aan de drukte”, zegt hij met een Twents accent. De van origine Slowaakse broeder Jan Maria, een goedlachse jongeman met pretoogjes achter een klein brilletje – het type dat je ook tegen zou kunnen komen op een Oost-Europese techno-rave – luistert aandachtig. Hij merkt op dat het bijzonder ingewikkeld moet zijn, om te snappen hoe al die dieren functioneren.

brioeder.jpg“Valt wel mee”, antwoordt Bas droogjes. “Alle dieren zijn in grote lijnen hetzelfde.” “O, ja?”, vraag ik wijsneuzerig. “En de octopus en de tapir dan?” “Qua cellen”, antwoordt Bas. Hij heeft me tuk. Op dat moment wordt een schaal versgebakken brownies, gelardeerd in glanzend chocoladeglazuur, de eetzaal in gedragen. Verbaasd kijk ik naar Laura. Wist ze dat dit eraan zat te komen? Maar ook zij is verrast. Ik vraag haar of God onze gebeden heeft verhoord. “Soms werkt het zo”, antwoordt ze serieus. “Dan vraag je om iets, en krijg je het.”

Het is een beetje alsof je verliefd bent

Na het eten praat ik me met broeder John. De rest van de studenten voert met broeder Jan Maria een kringgesprek over levensvragen “Het is niet dat ik op een bewust moment heb gekozen voor Jezus”, zegt broeder John. “Het is een beetje alsof je verliefd op iemand bent en plotseling merkt dat je echt van diegene houdt.”

Op het bijzettafeltje tussen ons in ligt een reep Milkachocola met Oreovulling die broeder John speciaal voor mij gepakt heeft. Hij werd geboren in Maidstone, een Engels plaatsje in de buurt van Londen. Het geloof kreeg hij mee van zijn moeder: een literatuurdocent. “Ik heb niet altijd de sterke aanwezigheid van God gevoeld. Als kind deed ik vooral mee, maar in het begin van mijn tienerjaren begon mijn gebed iets heel persoonlijks te hebben.” Toen hij 19 was, wilde hij het leven van de broeders van dichtbij ontdekken, en begon aan zijn zevenjarige opleiding in Frankrijk. Toen hij klaar was kreeg hij wat hij noemt ‘de missie’ bij de broedergemeenschap in Utrecht.

kruisbeeld.jpgHoe is je relatie met God?, vraag ik. “Stel, je zit thuis, je doet je ogen dicht en gaat naar binnen, dan weet je hoe het is om jou te zijn. Dan weet je dat wie jij bent een plek is. Het is een wereld, een universum. Als ik ga bidden ben ik in die wereld. Maar daar ben ik niet alleen. Als ik er ben, merk ik dat er liefde is die niet van mij komt. Die liefdevolle stilte waarin ik verkeer is mijn contact met God.”

Ik beoefen geen filosofie vanuit mijn geloof

Broeder John twijfelt nooit aan het bestaan van God. Toch doet hij een master Filosofie aan de UU – een studie waarbij twijfelen centraal staat. Hoe rijmt hij dit met zijn geloof? Heeft hij niet al een antwoord op het existentiële gat dat ze in de filosofie proberen te dichten?

“Nee”, zegt hij beslist. “In de filosofie ben je bezig met intelligentie vinden en dat doe ik niet vanuit mijn geloof. Dat is valsspelen. Als iemand zegt: wat is de zin van het leven, en ik zeg” – knipt in zijn vingers – “Jezus Christus, dan is dat mijn ervaring, maar geen antwoord op de vraag. Je moet hem namelijk eerst ontmoeten.”

bijbel.jpgMaar denkt hij dan niet bij zijn medestudenten: ‘Wacht maar, je moet gewoon Jezus ontmoeten, dan piep je wel anders’? “Uiteindelijk wel, maar zo eenvoudig werkt het niet”, zegt hij. “Stel dat je een vriendin hebt. Dan heb je een bepaalde zin in het leven gevonden, maar tegelijkertijd heeft zij niet alle antwoorden. Ik heb Jezus gevonden, en dat is waarom ik leef. Maar hij geeft mij niet alle antwoorden. Waarheid moet ik zelf ontdekken.”

Het blijft een uitdaging om ergens voor te kiezen

Broeder John verschilt in vele opzichten van zijn medestudenten. “Ik ga terug naar mijn klooster, zij gaan misschien naar de kroeg.” Bij zijn levensstijl horen bepaalde regels. Het gebedsleven, bezitloosheid en tijd nemen voor de gemeenschap. En dan is er het celibaat.

Ik verwonderde me vanavond al vaker over het thema seksualiteit: zo zei Rosaline geen seks voor het huwelijk te willen, hoe groot de verleiding ook kan zijn. Ik vraag broeder John of het moeilijk is, die onthouding. “Eerlijk gezegd niet. Ik moet zeggen dat ik er blij mee ben”, lacht hij. “Ik probeer met Jezus te leven. Dan is alles wat daar nuttig voor is gewenst.” Maar wordt hij dan nooit in de verleiding gebracht? “Ik ben gevoelig voor wat om me heen gebeurt, maar ik denk dat dit hetzelfde is voor een man die een vriendin heeft: die heeft gekozen voor een relatie. Het blijft een uitdaging om ergens voor te kiezen en daarbij te blijven. Maar je hebt worstelen en je hebt worstelen. Ik denk nooit: ‘nu heb ik geen zin meer in Jezus, ik wil iets anders’.”

Ik voel me een indringer, een spiritualiteitstoerist

We gaan naar de stilteruimte, een kleine kamer waar het op een spookachtig schijnsel van een paar kaarsjes na donker is. De studenten hebben zich verspreid door de ruimte, sommigen zitten op hun knieën, anderen op een rij stoelen bij de deur. De blikken gericht op een klein altaar. Op mijn tenen loop ik de ruimte binnen, als de dood dat ik met een lompe beweging de sacrale rust verstoor. Broeder John gaat met grote vanzelfsprekendheid midden in de ruimte op zijn knieën zitten, en begint te bidden. Ik verstop me zo ver mogelijk achterin de ruimte, op een stoel in een hoekje, die vreselijk kraakt als ik erop ga zitten.

bloem.jpgWat doe ik nu? Mijn handen ineen vouwen? Mijn ogen sluiten? Maar dat is dan toch eigenlijk liegen? Broeder Jan Maria zet een lied in dat ik niet ken, en de rest volgt. Ik begin licht te transpireren. Ik voel me een indringer, een spiritualiteitstoerist. Wat hier gebeurt, is intiem, en het voelt bijna ongepast om het gade te slaan. Het is het soort ongemak dat je voelt als je te lang naar een zoenend stelletje zit te kijken. Er is iets dat heel dichtbij komt op dit moment, maar wat het is weet ik niet. Is het God?

Ik was altijd best bevooroordeeld als het op monniken en devote christenen aankwam. In het nest waar ik opgroeide was religie een vies woord. Atheïsme was ons geloof. De laatste jaren begonnen die vooroordelen te slijten als glazuur in een wc-pot. De ontmoeting met Broeder John helpt bij dit proces. Als ik terug naar huis loop voel ik een lichte jaloezie. Een rode draad van betekenis hebben in het leven moet voelen als een warm bad. Ik ben een zwevende geloofsschim, die gedoemd is om zich dag in dag uit te verhouden tot een gekmakend existentieel gat. Maar eerlijk is eerlijk – als je daarin een beetje weet te ontspannen – is ook dat zo gek nog niet.

Facebook Twitter Whatsapp Mail