Hoe eenzaam zijn studenten?

Body: 

Het is niet het meest stoere gevoel om met medestudenten te delen: eenzaamheid. Toch zijn er genoeg studenten die hiermee kampen. Hoe kan je eenzaamheid te lijf gaan?

Studentenpsycholoog Jeanette van Rees van de Universiteit Utrecht krijgt nooit een student op bezoek die zegt eenzaam te zijn. “Wat sommigen wel zeggen, is dat ze geen contacten kunnen leggen, of dat het ze niet lukt om voldoende nieuwe vrienden te krijgen. Op middelbare scholen gaat het maken van nieuwe vrienden vaak automatisch: je zit in een klas, dus je maakt nieuwe contacten. Als je gaat studeren moet je steeds zelf het initiatief nemen en investeren in het opbouwen van nieuwe relaties. Dat gaat niet iedereen even gemakkelijk af. Wat ik studenten veel hoor zeggen, is dat ze niet goed weten wat ze willen met hun leven ten aanzien van vrienden, relaties en studeren. Dat is een vorm van eenzaamheid.”

Van de 780 studenten die dit jaar voor het eerst bij de studentenpsychologen aanklopten, hebben velen te maken met wat Van Rees ontwikkelingstaken noemt. “Jongeren van pakweg 18 tot 25 jaar krijgen hiermee te maken. Dit is een levensfase waarin je autonomie moet ontwikkelen en bezig moet gaan met je toekomst. Daar hoort bij dat je je losmaakt van het gezin van herkomst en moet nadenken over vragen als ‘wie ben ik’, ‘wat wil ik’ en ‘wat kan ik’. Veel studenten hebben vragen over identiteit, over zich somber voelen, en wat studeren betreft over faalangstklachten.”

Misplaats voelen in stad en studie
Een herkenbaar soort eenzaamheid onder studenten is die van studeren in een nieuwe stad en je misplaatst en alleen voelen. Van Rees spreekt met regelmaat studenten in haar praktijk met dit soort problemen. “Studenten zijn met hun studie begonnen, na college gaat iedereen naar huis en blijf je alleen  achter. Wat ik probeer, is om samen met hen te kijken naar wat ze hier tegen kunnen doen. Vaak gaat dat over het ontwikkelen van activiteiten en initiatieven nemen. Mensen uitnodigen, proberen afspraken te maken en voor te stellen samen iets te gaan drinken. Maar ook vraag ik naar  interesses en of ze zich misschien ergens bij kunnen aansluiten. En dan bedoel ik niet alleen een gezelligheidsvereniging – het kan van alles zijn. In een groep mensen met dezelfde interesses krijg je namelijk een context, die je in een werkgroep bij je studie niet hebt.”

Soms zijn studenten daar al een eind mee geholpen, maar als er meer speelt dan kost het meer tijd. “Iemand heeft bijvoorbeeld altijd al moeite gehad met het leggen van contacten of is in het verleden zwaar gepest. Sommige mensen durven anderen niet uit te nodigen omdat ze bij voorbaat bang zijn afgewezen te worden. Anderen hebben hele hoge verwachtingen als ze gaan studeren en denken dat alles direct goed moet zijn, maar meestal gaat daar enige tijd overheen voor alles op zijn plek valt.”

Eenzaam maar niet alleen
Deze week staat in het teken van eenzaamheid: landelijk worden honderden evenementen georganiseerd om eenzaamheid tegen te gaan. Maar moet eenzaamheid bestreden worden? Of kan het een functie hebben? “Lang geleden deed Koningin Wilhelmina een uitspraak: ‘eenzaam maar niet alleen’”, zegt Van Rees. “Daar zit een wijsheid in. Misschien is iedereen wel eenzaam. Als je het idee hebt dat je leven vol moet zitten met allemaal sociale verplichtingen, en je hebt die niet, dan ga je dat voelen.”

Wat Van Rees wel als probleem signaleert, is het vereenzamen; mensen werken zichzelf geleidelijk in een isolement. “Dat komt ook voor onder studenten. Dan lopen dingen niet zoals je wilt. Je studie is moeilijker dan je had gedacht, en je zegt daar niets over omdat ‘het toch goed moet gaan’. Daardoor ga je je meer terugtrekken.”

Wat zou Van Rees eerstejaars die zich alleen voelen aanraden? “Zoek activiteiten. Ga kijken waar je interesses liggen. Als alles nieuw is, voel je je niet altijd happy. Dan zit je op die kamer en denk je: wat doe ik hier? Dat is normaal. Dat hebben andere studenten ook. Maar kom die kamer uit, ze komen niet naar jou toe. Soms moet je maar iets gaan doen, ook al weet je niet waar je aan begint. Een leuke uitspraak van Pipi Langkous is: ‘Dit heb ik nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan’. Dat vind ik nou een mooi principe.”


Eenzaam

Ervaringsdeskundigen Ian en Masha adviseren nieuwe studenten die zich eenzaam voelen om vooral geduld te hebben en eerst zichzelf beter te leren kennen.

Ian (22) studeert Sociale Geografie & Planologie. Na zijn middelbare school in Den Haag ging hij een tijd werken en reizen. Voor zijn studie is hij naar Utrecht verhuisd. Het leerde hem om op zichzelf te vertrouwen.

“Op mijn middelbare school heb ik het niet echt naar mijn zin gehad. Ik werd niet gepest ofzo, maar ik viel erg buiten de groep. Ik was ook nog niet echt mezelf toen ik naar school ging. Dat is pas in de jaren daarna gekomen. Toen ik klaar was met de middelbare school ging iedereen studeren, maar ik niet. Ik bleef achter in Den Haag. Die periode was best wel eenzaam en kut, omdat ik bijna geen vrienden had.

“Toen ging ik reizen, en veranderde dat. Door te reizen, ben ik super zelfstandig geworden. Het heeft ervoor gezorgd dat ik nu niet meer eenzaam ben. Ik val nog steeds weleens buiten de groep, maar nu vind ik het ook fijn om het buitenbeentje te zijn.

“Ik ben heel erg op mezelf. Ik heb maar vier of vijf mensen die echt close zijn. Toen ik ging studeren, viel ik bij mijn studie buiten de boot, omdat de meesten nog niemand kenden en niet in Utrecht woonden en ik wel. Die zochten binnen de studie hun sociale contacten. Daar had ik geen behoefte aan. Binnen mijn studie zijn de meeste mensen in hun mindset en hun doen en laten best wel jong. Ik ben tijdens de Uitweek maar twee dagen bij mijn groepje geweest. Toen geloofde ik het wel.

“Ik zou tegen mensen zeggen die beginnen: wil je contact met iemand maken, begin met iets kleins. Naast iemand zitten in een college bijvoorbeeld en een gesprek beginnen. Je merkt vaak al snel of je het met iemand kan vinden of niet. En word oké met jezelf, want als je dat niet bent, is het heel moeilijk voor anderen om hoogte van je te krijgen.”

Masha (21) is geboren en getogen in Kazachstan. Op haar 15de ging ze met een beurs naar de Verenigde Staten. Ze kwam naar Nederland voor de bachelor Economics & Business aan de UU en is voor de zomer afgestudeerd.

“Het was spannend om naar Amerika te gaan. High school was net zoals in de films. Zwangere 15-jarige meisjes, veel drugs. Het grootste deel van mijn ex-klasgenoten is nu aan het afkicken of zit in de gevangenis. De Russische cultuur verschilt enorm van de Amerikaanse. Waar er in Rusland veel diepgang is in relaties, is het in Amerika enorm oppervlakkig. In het begin dacht ik dat er iets aan me mankeerde omdat ik niet in staat was om contact te maken met mensen, totdat ik realiseerde dat ze er zelf niet toe in staat waren.

“Ik probeerde daarom contact te zoeken met andere uitwisselingsstudenten, en veel te Skypen met mijn vrienden thuis. Wat ik ervan leerde is dat je mensen niet hoeft te dwingen om net zoals jij te zijn. En dat je zelf op zoek moet gaan naar mensen waar je een emotionele connectie mee kan maken – want die zijn overal – je vindt ze alleen niet zomaar.

“Nederland voelde als een warm bad na de Verenigde Staten. Mensen zijn hier heel open, intelligent en bewust van zichzelf. Ik voel me hier helemaal thuis. Ik heb met vrienden onlangs een organisatie opgericht: Time Space, die zich richt op nieuwkomers. Om verloren mensen te helpen gelijkgestemden te vinden.

“Tegen nieuwe studenten die meteen extreem sociaal willen zijn, zeg ik altijd dat eenzaamheid ook goed is. Soms moet je even wachten tot er mensen op je afkomen. Als je hier nog maar twee weken woont, is het niet gek dat je nog geen soulmates hebt gevonden. Probeer de nieuwe situatie te observeren, jezelf te leren kennen, dan komen vrienden vanzelf.”

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail