Een workshop met coördinator Charlotte Brand bij het Honours College waar studenten van verschillende programmas elkaar spreken

Honoursprogramma's zijn minder streng op cijfers bij toelating

Body: 

Je hoeft binnenkort niet meer een 7,5 gemiddeld te staan om mee te mogen doen met de interdisciplinaire honoursprogramma’s. Er wordt ook gekeken naar motivatie en participatie. Vanaf vorige week is er een ontmoetingsruimte voor studenten van honoursprogramma’s op het Janskerkhof.

Dinsdag 6 februari opende het UU Honours College officieel de deuren op Janskerkhof 15A. Formeel is dit college in januari 2017 opgericht om de interdisciplinaire honoursprogramma's voor gemotiveerde Utrechtse studenten te organiseren. Daarnaast wil het de docenten en studenten die deelnemen aan een facultair honoursprogramma ondersteunen.  “Het is de bedoeling dat honours studenten en docenten elkaar in ons nieuw onderkomen kunnen ontmoeten”, vertelt Michael Burke, hoogleraar Retorica, die door de UU is aangesteld als Honours Dean.

Extra activiteit voor de gemotiveerde student
Studenten in Utrecht kunnen naast hun studie een honoursprogramma volgen. Dit is bedoeld als een extra activiteit voor gemotiveerde studenten. Je krijgt er wel studiepunten voor, maar ze zijn niet in te passen in het bachelor- of masteropleiding.

Elke faculteit organiseert zijn eigen honoursprogramma. Daarnaast kunnen de studenten kiezen voor een honoursprogramma voor enkele interdisciplinaire honoursprogramma’s die bedoeld zijn voor studenten van verschillende faculteiten. Deze  programma's worden georganiseerd door het UU Honours College heet. Bekendste cursussen zijn het Descartes College, Young innovators en Graduate Honours Interdisciplinary Seminars (GHIS). Daarnaast is er een internationaal honoursstageprogramma STREAM.



Voor veel studenten is het volgen van zo’n cursus een manier om hun opleiding te verbreden en andere gemotiveerde studenten te leren kennen. “Ik ben zo’n student die regelmatig vragen stelt bij het college. Maar bij mijn opleiding stond ik daar veelal alleen in. Bij het honoursprogramma bleek dat andere studenten er ook zo instaan. Dat is heel inspirerend,” vertelt Chevaly Riebeek,een van de studenten die het GHIS volgt. Zij mocht bij de opening  van het UU Honours College over haar ervaringen vertellen en bracht samen met  Michael Burke en rector Bert van der Zwaan  een toost uit op de nieuwe locatie (zie foto).

Opzet bij elke faculteit weer anders
Bert van der Zwaan refereerde in zijn toespraak aan het ontstaan van de honoursprogramma’s. De universiteit wilde wat extra's doen voor de gemotiveerde studenten. Elke faculteit kreeg de opdracht  een honoursprogramma te maken.  De universiteit heeft er in het verleden via het programma Sirius een soort opstartsubsidie voor gekregen. Die bestaat nu niet meer.

Omdat de verantwoordelijkheid  lag bij de faculteiten. zie je dan ook dat de opzet per faculteit verschilt.  Bij de bèta’s zijn de honoursprogramma vooral gericht op het eigen vakgebied, met af en toe gezamenlijke activiteiten met honoursstudenten van andere opleidingen. Bij Sociale Wetenschappen en Geesteswetenschappen is er juist één honoursprogramma voor de hele faculteit. De faculteit Rebo brengt de honoursstudenten onder bij hun Law College.

De programma’s bieden de studenten nog steeds een inhoudelijke verdieping, maar daarnaast is het ook een plek om andere studenten te leren kennen. Ze dragen bij tot een community van honoursstudenten. Dat kan door middel van borrels, het zelf organiseren van een debat of het samen ondernemen van een studiereis.

Bij het facultaire honoursprogramma van de faculteit Sociale Wetenschappen is het werken aan de community zelfs een van de expliciete opdrachten die de studenten meekrijgen. Daarvoor zijn verschillende commissies in het leven geroepen. “Wij leggen nu ook contact met honoursstudenten van andere faculteiten om te kijken of we iets samen kunnen doen. Het organiseren van een event bijvoorbeeld”, legt FSW-student Patrick uit.

Het UU honours College is zelf verantwoordelijk voor de interdisciplinaire honoursprogramma's. Maar daarnaast wil het college ook bijdragen aan de communityvorming van de studenten die een honoursprogramma bij hun faculteit volgen. “Het is de bedoeling dat wij als Honours College de studenten helpen om dit te realiseren. Dat kan advies zijn, maar ook het bieden van een plek waar de studenten elkaar kunnen ontmoeten,”, zegt Charlotte Brand die bij het UU Honours College als coördinator werkt.

Verschil facultaire en interdisciplianire honoursprogramma's
Het grote verschil tussen facultaire en interdisciplinaire honoursprogramma's is dat je bij de interdisciplinaire programma's college volgt met studenten uit andere faculteiten. Voor deze programma's meld je je direct aan via het UU Honours College.

Het langst lopende programma is het Descartes College. Hier volgen bachelorstudenten een cursus van ongeveer dertig bijeenkomsten over algemeen wetenschappelijke thema’s met studenten van andere opleidingen. Jaarlijks volgen zo’n 100 studenten dit programma.

Vorig jaar is het Honours College begonnen met ander project, speciaal bedoeld voor masterstudenten. In dit  Graduate Honours Interdisciplinary Seminars volg je als masterstudent een aantal seminars van bekende Utrechtse universiteitshoogleraren buiten je vakgebied. Er zijn vier groepen van twaalf studenten die zo’n programma volgen. “Het is heel interessant om zo’n wetenschappelijk onderwerp, bijvoorbeeld over immunologie, vanuit verschillende perspectieven onder de loep te nemen,” zegt een deelnemer.

Niet alleen selecteren op cijfers
De honoursprogramma's biedt de UU als extra aan voor ‘de gemotiveerde student’. In het begin werd daarbij vooral gekeken naar de cijferlijst. Bij Descartes moest je tot voor kort en 7,5 gemiddeld hebben om in aanmerking te komen. Honours Dean Michael Burke wil een andere weg inslaan. “Ik pleit ervoor om bij de toelating niet alleen naar de cijfers te kijken. Je zou een 7 als richtlijn moeten nemen, niet als strenge eis. Ik vind het belangrijk om te kijken naar de motivatie en de inbreng van de studenten. “

Als voorbeeld noemt hij het programma GHIS waar dit principe het afgelopen jaar is toegepast. “Wij hadden dit jaar 130 aanmeldingen voor iets meer dan 40 plekken. We hebben alle studenten uitgenodigd en met hen gesproken over hun motivatie. Bovendien hebben we ze een oefening laten doen om in een groep te discussiëren. Je ziet dat ook studenten die niet aan de cijfereis voldoen, ook heel gemotiveerd kunnen zijn en heel zinvolle bijdrage kunnen leveren aan het debat. Wij zeggen er wel altijd direct bij: let goed op dat het volgen van honoursonderwijs niet koste gaat van je master of bachelor. Dan moet je stoppen."

Door de cijfereis minder streng te maken, kunnen meer studenten zich aanmelden. “Dat betekent dus ook dat je meer kunt kiezen bij de selectie”, zegt Burke. Hij zegt het belangrijk te vinden om daarbij niet alleen te kijken naar de intellectuele inbreng. “Bij het GHIS zitten nu studenten van landen als Duitsland, Indonesië, Saudi-Arabië, China, maar ook Nederlandse studenten met een migrantenachtergrond. Zo houden we de groep heel divers en dit is heel waardevol omdat studenten dan in het debat een eigen perspectief meenemen.”
 

Facebook Twitter Whatsapp Mail