Berent Prakken: Ik was succesvol, maar het genezen van artritis was geen stap dichterbij gekomen. Foto DUB

Hoogleraren met de billen bloot: ‘Het was horror’

Body: 

Succes en onaantastbaarheid. Dat is wat veel promovendi zien als ze naar hun hoogleraar kijken. Maar niemand bereikt de top zonder af en toe te struikelen. Professoren laten alleen weinig los over hun tegenslagen en ellende. Deze week maakten drie UMC-hoogleraren een uitzondering.

“Eerst veel huilen en daarna veel slapeloze nachten.” In een bomvolle Gele Zaal in het Stratenum vertelt hoogleraar Linde Meyaard hoe zij als jonge wetenschapper zo’n vijftien jaar geleden in een nachtmerrie belandde. Ze zag zich destijds gedwongen om een publicatie terug te trekken, volgens sommigen een academische doodzonde.

Meyaard was erachter gekomen dat de opzienbarende bevindingen van het artikel niet klopten. Ze was tijdens haar onderzoek op een verkeerd been gezet doordat materiaal in haar laboratorium vervuild was. “Het was horror.”

De immunologe sprak vorige week naast microbioloog Marc Bonten en kinderarts/reumatoloog Berent Prakken tijdens het symposium ‘Lessons Learned’. Het drietal durfde het aan om voor meer dan honderd Utrechtse masterstudenten, promovendi en andere onderzoekers de donkere dagen in hun loopbaan te belichten. Ze lieten zich bovendien interviewen en beantwoordden vragen uit de zaal.

Een unicum volgens het organiserende Pro-Motion, een groep promovendi in de lifesciences die aandacht vragen voor veranderingen binnen de wetenschap. Zij laten zich inspireren door de Science in Transition-beweging van UMC-decaan Frank Miedema die de strijd aanbindt met onder meer de systeemuitwassen die het gevolg zijn van de competitieve publicatiecultuur. 

Echte primeurs waren het niet. De verhalen van de drie hoogleraren waren al eens publiekelijk verteld, al deed Meyaard dat maar één keer eerder. Maar de hoop van Pro-Motion was toch vooral dat de beginnende onderzoekers in de zaal iets zouden opsteken van de lessen die vooraanstaande professoren trokken toen zij minder onfeilbaar bleken dan ze misschien zelf dachten. 

Ik wilde weer rustig slapen

Want wat doe je als je ontdekt dat jarenlang werk van jou en van je naaste collega’s gebaseerd is op een fout? De adviezen die Meyaard kreeg varieerden van “trek nooit een artikel terug, want het ruïneert je” en “bedrijfsongevalletje, niet over hebben” tot “meteen terugtrekken, het is moreel verkeerd om het niet te doen”.

De immunologe vertelt dat het voor haar zelf al heel snel vaststond dat ze haar artikel zou ‘retracten’. “Het voelde heel slecht dat er elders in de wereld mensen hun onderzoek baseerden op deze publicatie. Bovendien: ik wilde weer rustig slapen.”

Ze zegt zich verplicht te voelen om haar verhaal te doen en wijst promovendi op het vreemde feit dat van elke 10.000 wetenschappelijke artikelen er maar 1.4 worden teruggetrokken. En dan gebeurt dat in driekwart van de gevallen ook nog eens omdat co-auteurs merken dat een andere auteur heeft gesjoemeld of regelrecht gefraudeerd. “Ik betwijfel dat er maar zo weinig onderzoekers zélf uitvinden dat ze iets fout hebben gedaan.”

En ze wil beginnende wetenschappers doordringen van het belang van een uitermate kritische blik naar je eigen resultaten. “Het gevaar is dat je te veel gaat geloven in je eigen verhaal en te snel ergens logica en bewijs in ziet. Zelf ben ik door deze ervaring nog grondiger en voorzichtiger geworden.”

Tegelijkertijd voelt ze enige gêne. Ze kan immers met enig gemak vanuit een luxe positie terugkijken. Haar carrière heeft uiteindelijk niet geleden onder het voorval. “Mensen bleken mijn eerlijkheid gelukkig te waarderen. Een reviewer van een volgende publicatie schreef: ze heeft eerder teruggetrokken, dus nu moet ze wel zeker zijn van haar zaak.”

Veel trials zijn te groot geworden voor een promovendus

Dat Meyaard juist in een vroege fase van haar loopbaan te maken kreeg met tegenspoed maakt haar verhaal navoelbaar voor veel van de jonge aanwezigen. Marc Bonten was al een gerespecteerd hoogleraar toen hij eind vorig jaar hoorde dat er problemen waren met een grootschalig onderzoek naar de effecten van antibiotica waarover zijn groep had gepubliceerd. Door een menselijke fout waren de coderingen van de bevindingen in één van de zestien deelnemende intensive cares, helaas wel de grootste, precies omgedraaid. Gelukkig was er een nieuwe promovenda die erachter kwam en het durfde te melden.

Bonten beschreef de gang van zaken rondom de trial en de lessen die hij daaruit trok als wetenschapper (“denk het ondenkbare als het op het checken van je data aankomt”) eerder al open en bloot op zijn veelgelezen blog. In de Gele Zaal grijpt Bonten de case vooral aan om zijn zorgen uit te spreken over de groeiende omvang en complexiteit van wetenschappelijke trials. “Een kleine fout kan grote gevolgen hebben, en niemand ziet het meer als er fouten gemaakt worden.” Daar komt de workload van de alsmaar toenemende regelgeving en verantwoordingsdrift bij klinisch onderzoek nog eens bij. “De trials zijn te groot geworden voor één promovendus.”

Als hoogleraar met enkele tientallen promovendi is het voor hem bovendien lastig de vinger aan de pols te houden. “Dat moet je dan goed proberen te organiseren, bijvoorbeeld door groepen promovendi met een dagelijks begeleider te vormen.”

Ik dacht: wat een gekke wereld

Kinderarts en reumatoloog Berent Prakken neemt een lange maar onderhoudende aanloop naar een belangrijke loopbaanles. Na gefnuikte ambities als ijscoman en ruimtevaarder, kwam hij zo’n beetje per ongeluk in de wetenschap terecht, wil hij zijn publiek doen geloven. In de ambitieuze onderzoeksgroep waarin hij zichzelf terugvond, werd hij bevangen door het virus van de fanatieke wetenschappelijke competitie. “Ik begon het steeds leuker te vinden: publiceren, beurzen binnenhalen, weten hoe het spel gespeeld moet worden.”

Toen hij zijn toenmalige decaan voor het eerst ontmoette, was dat omdat hij een publicatie in Nature Medicine had ‘gescoord’. De champagne werd ontkurkt. “Ik dacht wel: wat een gekke wereld eigenlijk, maar ik bleef ervan houden.”

Pas tijdens een verblijf met een collega in Parijs kwam er plots een ontnuchterend besef. “We waren succesvol, maar de genezing van artritis was geen stap dichterbij gekomen.”

Zelfs mijn zoontje wist het als ik in Nature stond

Daarmee toont Prakken, sinds kort vice-decaan, zich een bekeerling in de stijl van zijn huidige decaan Frank Miedema. In een interview in de Groene Amsterdammer liet deze een soortgelijke Werdegang optekenen: van een van de meest agressieve najagers van publicaties tot voorvechter van een wetenschap “met een beloningsstructuur die bijdraagt aan een betere wereld en een beter leven op deze aarde”.

Miedema mocht woensdag de inleiding van het symposium verzorgen en blikte daarbij zelf ook nog even terug. “Ik was de ergste. Zelfs mijn zoontje wist het wanneer ik in Nature stond. Dat is weerzinwekkend.”

De vragen van de promovendi uit de zaal voor Prakken waren te voorspellen. Had hij als gearriveerd hoogleraar niet gemakkelijk praten? Voor promovendi is publiceren en een veelbelovend proefschrift nog steeds een harde vereiste, zelfs als ze helemaal geen onderzoeker worden maar arts in een kliniek.  

Prakken geeft toe dat hij spreekt vanuit een bevoorrechte positie: “Maar ik geloof echt dat er iets aan het veranderen is, zeker hier in Utrecht. En het is inderdaad onzinnig dat je per se vier jaar onderzoek moet doen om vervolgens clinicus te worden. We denken daarom ook na over alternatieve systemen."

Maar hoe moet je als je nu promovendus bent al die eisen dan wegen?, wordt Prakken gevraagd. Dat is lastig, erkent deze. "Het is vooral belangrijk dat je je focust op de dingen die je écht wilt bereiken. Dat is wat ik fout deed: ik had het middel met het doel verwisseld.”


Bij de borrel na afloop waren veel bezoekers enthousiast over de opzet van het symposium. Eelco Brand, naast Judith de Haan en Brigitte van den Broek een van de drie organisatoren, zegt: "De opkomst heeft onze verwachtingen overtroffen. Samen met de leuke reacties laat dat zien dat dit een onderwerp is dat leeft onder jonge onderzoekers." 

Brand is vooral blij dat er een gesprek ontstond tussen de hoogleraren en het publiek waarbij lastige onderwerpen niet werden geschuwd. "In de wetenschap gaat het toch vaak over de successen of over puur inhoudelijke zaken. Door bespreekbaar te maken dat iedereen problemen en fouten tegenkomt, creëer je de mogelijkheid om ook in openheid te praten als dat soort moeilijkheden zich voordoen."

De organisatie denkt al aan nieuwe edities van ‘Lessons Learned’. Nu maar hopen dat meer professoren hun schild van onfeilbaarheid willen laten zakken.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail