Jurylid Campuscolumnist: ‘Youp is een slechte columnist’

Body: 

UU-alumnus en AD-columnist Jerry Goossens kiest als één van de juryleden de nieuwe campuscolumnist van DUB. Hij hoopt dat schrijvers hem, maar ook zichzelf verrassen.

Wie de columns van Jerry Goossens in het AD/Utrechts Nieuwsblad leest, vermoedt dat hij het niet zo op heeft op blanke pas afgestudeerde yuppen die hier de stad komen overnemen van de oude Utrechters. “Ik heb niets tegen yuppen. Maar je ziet dat in elke Europese stad hoogopgeleide blanken de stad overspoelen. Er ontstaat een nieuwe klasse van mensen die allemaal ongeveer hetzelfde zijn en het buitengewoon goed met elkaar kunnen vinden. Overal zie je dezelfde koffiebarretjes en hipsterwinkeltjes, iedereen spreekt Engels. Dat is allemaal ontzettend leuk, maar de mensen met een geografische worteling in de stad verdwijnen. Dat is kaalslag en een rare tweedeling die je moet proberen te voorkomen.”

Hoe schrijf je je zorgen over zo’n fenomeen op?
“Meestal is er een actuele aanleiding. Neem het moment dat Broodje Ploff verdween. Een oude snackbar, een begrip in Utrecht, maakt plaats voor een winery. Dat is dan een goede aanleiding voor een column.”

Wat wil je bereiken met je columns?
“Eigenlijk iets heel banaals; dat iemand ’s morgens iets te lachen heeft. Maar niet alles leent zich voor humor. Over de moord op Anne Faber móet je schrijven, maar daar kun je geen grappen over maken. Ook moet je oppassen dat een column dan niet te voor de hand liggend wordt. Iedereen vindt het tragisch, iedereen betrekt het op z’n eigen familie. Het is de kunst een andere invalshoek te vinden. Dat gaat niet altijd vanzelf.”

Waarom móet je over sommige onderwerpen schrijven?
“Omdat ik met mezelf heb afgesproken dat mijn columns een journalistieke inslag hebben. Als er iets heftigs gebeurt of er zijn ontwikkelingen die iedereen bezighoudt, dan kan ik daar niet omheen. Zo weet ik al dat ik in 2018 over de gemeenteraadsverkiezingen schrijf.”

Je schrijft 21 jaar krantencolumns. Hoe verschilt je laatste van je eerste?
“Vroeger waren ze harder. In de eerste periode dat ik voor het Utrechts Nieuwsblad schreef, in de tijd van Leefbaar Utrecht, speelde ik in veel langere columns harder op de man. Nu zie je dat iedereen in 140 tekens columnist is. Iedereen zit in z’n eigen loopgraaf, gooit af en toe een handgranaat naar de overkant en wacht tot ie terugkomt. Daardoor zijn mijn columns meer observerend geworden en hopelijk wat lichter van toon.”

Is dat een bewuste keuze?
“Die invloeden kruipen er gewoon in. De wereld verandert. De voorbeelden die ik had uit mijn jeugd, waren keiharde polemieken uit Vrij Nederland. Hugo Brandt Corstius, die mensen week in week uit tot op de enkels affikte. Willem Frederik Hermans, Theo van Gogh. Kei-, kei- en keihard. Maar ik was vooral een Jan Blokker fan. Blokker had een ironische distantie. Hij stond zich aan de zijlijn vrolijk te maken om alles wat er gebeurde.”

Heb je nog steeds voorbeelden?
Sheila Sitalsing van de Volkskrant vind ik heel goed. Ze weet veel van economie en kan daar op een losse vrolijke manier over schrijven. Met scherpte en leuke kwinkslagen.”

Wat vind je van de bekendste krantencolumnist, Youp van ’t Hek?
“Ik vind zijn columns helemaal niks. Hij doet elke week hetzelfde. Je kunt ze van tevoren uittekenen. Hoofdpersonen duidt hij aan met een verkleinwoordje. Gerrit Zalm wordt Gerritje, Mark Rutte wordt Markje. En hij begint altijd met: ‘Oh, waar ik nu weer zo om moest lachen…’. Het personage dat hij van zichzelf creëert, is een verdubbelde Jan Blokker, waarbij Youp met zijn handjes op zijn buik staat te schateren om al die domme mensen. Ik vind het heel, heel slecht. Vanwege de voorspelbaarheid en het gemak van de meningen. Je weet altijd wat Youp gaat zeggen. Technisch is het ook benedenmaats. Hij is gewoon een heel slechte columnist.”

Toch kopen mensen NRC Handelsblad voor Youp.
Lezers denken: ‘Kijk eens wat hij allemaal durft te zeggen en hoe hard hij is’. In die zin heeft Youp een doel: mensen die ook boos zijn op Gerrit Zalm herkennen zich erin. Youp neemt wraak voor die mensen. Maar technisch gezien is het waardeloos.”

Krijg jij veel boze reacties op columns?
“Mensen worden altijd boos. Toen ik voor het landelijke Algemeen Dagblad schreef, kon ik bij onderwerpen als de multiculturele samenleving standaard een overvolle postbus verwachten. Bedreigingen, scheldpartijen. Nu ik alleen over Utrecht schrijf, is het rustiger, maar zijn mijn ‘onderwerpen’ dichterbij. En voelen ze zich gemakkelijker aangesproken. Vroeger dacht ik altijd dat publieke figuren wel zouden snappen dat ik ze niet persoonlijk aanviel, maar dat was vrij naïef van me. Nu zorg ik ervoor dat ik geen persoonlijke relatie heb met mensen over wie ik schrijf. Je moet niet op vriendelijke voet met ze komen te staan, anders gaat het gewoon niet meer.”

Wat vind je zelf je beste column?
“De dag na een column weet ik al niet meer waarover ik heb geschreven. Het gaat altijd verder. Als een stukje verstuurd is, is het weg.” 

Toch blijven voor lezers dingen bij. Zoals de bedreiging van je dochter.
“Dat was beroepsdeformatie. Ik dacht meteen: dit is goud wat ik nu in handen heb. In heel veel opzichten. Het is wel zo dat als het voor gezinsleden dichtbij komt, ik hen om toestemming vraag. Als mijn dochters zeggen dat ik ergens niet over mag schrijven, dan doe ik het niet.”

Snap je dat veel mensen, ook binnen de Universiteit Utrecht, columns willen schrijven?
“Ja, het is natuurlijk een heel mooi podium, omdat het altijd zo persoonlijk is. Het is mooi en eervol. Als ik nog gestudeerd had, had ik zeker meegedaan aan de wedstrijd voor campuscolumnist.”

Waar ga je op letten als jurylid?
“Ik hoop dat ik om een column kan lachen. Dat ie me verrast. Dat ik een nieuwe favoriete columnist ontdek. Die columnist moet een persoonlijke signatuur hebben: een bijzondere kijk op zaken en een eigen stijl. Je kunt veel zeggen over Youp, maar dat heeft hij wel. Ik hoef één zin van hem te lezen en dan weet ik: dat is Youpje.”

Nog tips voor columnisten in spe?
“Een column heb je nooit helemaal in je hoofd zitten. Je kunt niet pas een onderwerp kiezen op het moment dat je stuk helemaal in je hoofd is gevormd. Eén haakje is genoeg en daar kun je op voortborduren. Vanuit een grap of observatie werk je verder. Schrijven is een denkproces op papier. Het leuke is dat je tijdens dat proces dingen verzint of paden opgaat, die je van tevoren niet had kunnen verzinnen. Er ontstaan onverwachte verbanden en grappen. Die verrassing moet je jezelf toestaan.”

Word onze nieuwe Campuscolumnist

DUB kiest eind dit jaar zijn nieuwe Campuscolumnist. Wil jij een gooi doen naar die titel, tweewekelijks een podium krijgen om je hart te luchten en daarmee ook nog eens 1000 euro verdienen? Stuur voor 1 december 2017 twee blogs naar de hoofdredacteur van DUB m.j.agterberg@uu.nl. Deelnemers moeten op 1 januari 2018 werkzaam zijn bij de UU of er studeren.

Wil je nog even oefenen? Schrijf je dan in voor onze gratis workshop blogs schrijven op 7 november. Er kunnen maximaal 20 mensen meedoen. Schrijf je in via dubredactie@uu.nl, vol is vol.

 

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail