Mythes in de wetenschap ontrafeld op Betweterfestival

Body: 

Aannames. We doen ze continu, op allerlei gebieden, terwijl we niet weten waarop ze zijn gebaseerd. Is het zwarte gat zwart? Is de plastic soep soep? Een voorproefje van DUB van het Betweter Festival van vrijdag 29 september dat als thema Feit & Fictie heeft.

Mythe: een hartinfarct is een mannenprobleem.

hartoperation-1915653_960_720.jpgInderdaad een mythe, weet Hester den Ruijter (38), universitair hoofddocent cardiologie aan het Universitair Medisch Centrum. Feit is dat bijna net zo veel Nederlandse vrouwen als mannen getroffen worden door een hart- of vaatziekte. Vrouwen krijgen er echter gemiddeld tien jaar later mee te maken en kunnen andere klachten hebben dan mannen. Ze ervaren geen heftig drukkend gevoel op de borst, maar zijn kortademig, extreem moe of onrustig. Vagere symptomen dus, met vaak verkeerde diagnoses als gevolg, waardoor vrouwen na een infarct een slechtere prognose hebben dan mannen.

“De ontwikkeling van het hartinfarct verschilt sterk tussen beide seksen”, licht Den Ruijter toe. Neem slagaderverkalking, de grootste oorzaak van een hartinfarct. Slagaders in een vrouwenlichaam raken minder snel beschadigd, waardoor de stolsels kleiner zijn en een grote ader minder snel dichtslibt dan bij mannen. Maar als zo’n stolsel losschiet, raken kleine vaatjes in het hart wél verstopt.

Hoe zijn deze sekseverschillen te verklaren? Den Ruijter: “Ja, als we dat wisten… Duidelijk is dat vrouwenhormoon oestrogeen beschermt tegen aderverkalking. Vanaf de overgang, als de hoeveelheid oestrogeen afneemt, neemt het risico op hartklachten toe. Ook chromosoomverschillen kunnen een rol spelen, maar daar weten we nog weinig van.”

Door het dichtslibben van de hartadertjes, is het hartfalen van een vrouw vaak anders dan dat van een man. Waar een mannenhart problemen heeft met samentrekken, het rondpompen van bloed, ontspant dat van een vrouw juist minder goed, waardoor er minder bloed terug in het hart komt. Over dit zogenoemde diastolisch hartfalen is nog weinig kennis en ook medicatie ontbreekt. “Iemand met diastolisch hartfalen is ten dode opgeschreven”, zegt Den Ruijter. “Een lijdensweg die wel vijf jaar kan duren. Met uiteenlopende klachten, vele opnames en hoge zorgkosten als gevolg.”

Wetenschappers blijven zoeken naar oorzaken van de sekseverschillen. Den Ruijter speurt onder meer naar signaalstoffen die voorspellen of iemand een hart-of vaatziekte ontwikkelt. Met zo’n stofje kan dan wellicht een medicijn gemaakt worden. Maar voor zo’n medicijn er is, ben je tientallen jaren verder. Den Ruijter: “Aan dit vraagstuk kan ik mijn hele carrière wijden.”


Nederlands is een moeilijke taal. Feit of fictie?

scrabble-243192_960_720.jpg“Feit”, zegt postdoc Nederlandse taalkunde Sterre Leufkens (31). “Maar om een andere reden dan die de meeste mensen noemen. Vaak wordt gezegd dat de spelling ingewikkeld is, omdat jongeren zo veel dt-fouten maken, maar ook in andere landen hebben jongeren spellingsproblemen. Ik denk dat Nederlands moeilijk is door een hoog gehalte aan ondoorzichtige eigenschappen.” In Jip- en Janneketaal: woorden of zinsconstructies zonder functie of betekenis.

Duidelijkste voorbeeld in het Nederlands is het gebruik van ‘de’ of ‘het’. Kinderen doen er lang over om dat onder de knie te krijgen. Op hun achtste gebruiken ze nog verkeerde lidwoorden. Dat klinkt dan als een fout, terwijl het verschil onbelangrijk is, vindt Leufkens. “Het onderscheid brengt namelijk geen betekenis over.” Het woord ‘het’ is wel vaker overbodig. Wat dacht je van: ‘het’ regent. Leufkens: “Je kunt ook alleen regent zeggen om het weer te omschrijven.” Ook onlogisch in het Nederlands is de combi van persoonsvorm en werkwoord. Een Spanjaard heeft aan ‘vamos’ genoeg om ‘wij gaan’ te zeggen.

Leufkens vergeleek 22 talen over de hele wereld met elkaar op ondoorzichtigheid. Het Nederlands staat bovenaan. De Indonesische taal Teiwa is het doorzichtigst. En dus het makkelijkste te leren? “Dat denk ik wel”, zegt Leufkens. “Omdat de meeste kinderen over de hele wereld op hun vierde wel hun moedertaal onder de knie hebben, denkt men dat elke taal even moeilijk is. Maar als je ziet dat kinderen blijven struikelen over het de-het-vraagstuk, denk ik dat een taal gemakkelijker te leren is als deze weinig woorden bevat die geen betekenis overdragen.”

Toch ziet Leufkens geen reden om het Nederlands makkelijker te maken. “In het verleden is het moeilijk, zo niet onmogelijk gebleken om onze taal te veranderen. Dat hoeft ook helemaal niet. Ik vind het juist boeiend dat het zo werkt: dat zinloze woorden of constructies toch overleven.”


Zijn zwarte gaten ook echt zwart?

black-hole-2483571_640.jpg

“Alleen in het begin”, zegt hoogleraar Stefan Vandoren (48), gespecialiseerd in de snaartheorie en zwarte gaten. “Zwarte gaten in het heelal zijn als een stukje kool; ze zijn zwart, maar naarmate ze heter worden, krijgen ze alle kleuren van de regenboog, met ultraviolet als laatste kleur. In tegenstelling tot het stukje kool, koelen zwarte gaten niet af. Ze worden steeds heter en uiteindelijk ontploffen ze.”

Vandoren baseert zich op de theorie van de bekende natuurkundige Stephen Hawking. Tot de theorie van Hawking werden zwarte gaten nog gezien als hemellichamen met een dusdanig sterke zwaartekracht dat licht niet kon ontsnappen. Dat van die sterke zwaartekracht, waardoor een zwart gat materie in de buurt ‘opslokt’, staat nog steeds overeind. Maar over het ontsnappen van licht veranderde het denkbeeld door de zogenaamde Hawkingstraling.

Toch is het bewijs van Hawkings theorie nog niet geleverd. Onder de miljarden zwarte gaten (alleen al in ons eigen sterrenstelsel de Melkweg zijn er zo’n 100 miljoen), is er nog geen eentje aangetroffen met een andere kleur dan zwart. Vandoren verklaart: “Hoe groter het gat, hoe kouder. Je moet piepkleine gaten hebben om andere kleuren te zien, maar die zijn zo minuscuul dat je ze in een immens heelal gemakkelijk over het hoofd ziet.”

Toch vertrouwt Vandoren erop dat er ooit rode of blauwe gaten ontdekt gaan worden. “Er komen steeds verfijndere telescopen. Het moment gaat een keer komen waarop de astronomen ontdekken wat de theoreten hebben uitgerekend. Vorig jaar zijn zwaartekrachtsgolven ontdekt, door het botsen en samensmelten van twee zwarte gaten. De kans is groot dat dit jaar de Nobelprijs hiervoor gegeven wordt.”

Is er een zwart gat bij onze planeet in de buurt? Zijn we veilig? Vandoren: “Ja hoor, geen paniek.” Wat betreft het ontdekken van ‘kleurgaten’, heeft Vandoren een wens. “Het zou natuurlijk mooi zijn als Hawking nog leeft als zijn theorie wordt bevestigd.”

De drie geïnterviewden zijn op vrijdag 29 september spreker op het Betweter Festival in TivoliVredenburg. Thema van het festival is Feit & Fictie. Het is raadzaam om van te voren kaarten te kopen, vorig jaar was het festival uitverkocht.

Facebook Twitter Whatsapp Mail