Studenten die andere studenten cijfers geven; kan dat?

Body: 

Je hoort het steeds vaker: laat studenten elkaars werk beoordelen. Maar gaat dat eigenlijk wel goed?, vroegen we aan ons DUB-panel. De reacties lopen zeer uiteen. Studenten zelf zijn kritisch. “Wat een vreselijk idee.”

Ze leren er veel van en het levert de docent tijdwinst op. Dat zijn vaak de argumenten om te pleiten voor cursussen waarbij studenten de essays of presentaties van andere studenten mogen beoordelen. 

Over die tijdwinst valt te twisten. In Trouw schreven voormalig LSVb-voorzitter Stefan Wirken en de Amsterdamse hoogleraar Alexander Rinnooy Kan dat de werkdruk van docenten vermindert als studenten elkaar gaan reviewen. Nietes, zei de Utrechtse sociaal wetenschapper Jaap Bos vervolgens. Het bezorgt docenten juist meer werk, want nu moeten ze ook de kwaliteit van de kritiek gaan beoordelen.

Maar zijn dan ieder geval de studenten gebaat bij zo'n werkwijze?  Komt dat peer reviewen het onderwijs inderdaad ten goede? Bij sommige vakken gebeurt het immers al. Tijd om ons DUB-panel te raadplegen.

Onze stelling luidt:
Studenten elkaar laten beoordelen? Prima idee.

Er is niets op tegen om studenten een deel van het cijfer van medestudenten te laten bepalen, zegt een aantal panelleden. Mits dat onder toezicht van een docent gebeurt, levert dat zelfs behoorlijk wat op. Studenten worden zo immers meer betrokken bij hun eigen onderwijs en het eigen leren. Daar moet je het voor doen, zeggen de voorstanders, niet om docenten werk uit handen te nemen.

“Het is onvermijdelijk een oefening in jezelf de maat nemen”, mailt voormalig UCU-onderwijsdirecteur Fried Keesen. “Je wordt je beter bewust van beoordelingscriteria en je leert jezelf kritisch te verhouden tot je werk”, schrijft ook Rik Vangangelt, junior projectleider. Al ziet hij vooral een rol voor peerbeoordeling als die een formatief karakter heeft. “In zo’n situatie geven studenten feedback op conceptversies en kunnen studenten zichzelf vervolgens verbeteren.”

De studenten worden serieus genomen als luisteraar en beoordelaar

Volgens literatuurwetenschapper Frank Brandsma geven zijn studenten in hun allereerste cursus hun oordeel over mondelinge presentaties van medestudenten. “Er is een eerste ronde met veel feedback en een tweede ronde voor een cijfer. De beoordeling gaat met een formulier, alle studenten geven een cijfer.”

Brandsma mailt dat er de afgelopen jaren flink is gesleuteld aan het gewicht dat het studentenoordeel krijgt. Aanvankelijk telde het oordeel van de docent net zo zwaar mee als dat van elke student. De studenten vroegen echter om meer inbreng van de docent. Tegenwoordig geeft de docent het cijfer, maar neemt hij of zij de beoordelingen en de feedback van de studenten daarin mee. “Dat doet recht aan de ervaring en expertise van de docent, maar ook aan de inbreng van de studenten die serieus genomen worden als luisteraar en beoordelaar.”

Brandsma benadrukt dat het om een oordeel over mondelinge presentaties gaat. “Bij schriftelijk werk liggen de zaken een stuk ingewikkelder en zijn er specifieke instructies nodig.”

Essays die een dikke onvoldoende van de docent kregen, werden door studenten mild beoordeeld

Dat blijkt wel uit de ervaringen bij een eerstejaars schrijfcursus van Liberal Arts en Sciences.  Studenten geven hun medestudenten daar geen cijfer, maar inhoudelijke feedback, schrijft Annemieke Hoogenboom. Docenten beoordelen vervolgens hoe studenten omgaan met de opmerkingen van hun studiegenoten. Veel werk voor docenten, maar leerzaam voor studenten. “Ze leren niet alleen feedback geven en ontvangen, maar ook te analyseren hoe anderen werken.”

Toch zegt Hoogenboom: “Op grond van de ervaringen tot nu toe zou ik er niet voor zijn de studenten werkelijk cijfers te laten geven. De feedbackformulieren zijn zeer gedetailleerd en bieden genoeg houvast voor kritische opmerkingen, maar essays die van mij een dikke onvoldoende kregen, werden door studenten over het algemeen zeer mild beoordeeld.”

Een student kijkt op een andere manier dan een docent

Studenten in het DUB-panel reageren in meerderheid kritisch op de stelling. Geschiedenisstudent Richard Kempen ziet wel de grote voordelen van “het aanleren van peer-review skills”, maar is er faliekant op tegen dat een cijfer voor een vak wordt beïnvloed door het commentaar van medestudenten. Hij vraagt zich af of beginnende studenten het benodigde niveau hebben en of studenten te horen krijgen wat het inhoudt om een stuk van commentaar te voorzien. “We moeten uitkijken dat studenten niet alles maar afbranden.”

Ook sociologiestudent José Kamal heeft moeite met een oordeel van studenten dat meetelt in een cijfer. Zijn ervaring daarentegen is dat studenten elkaar juist hoge cijfers geven. "Om te voorkomen dat iemand anders ook ‘kritisch’ is op hen.”

Het is vaak een knullige bedoening

“Studenten elkaar laten beoordelen? Een vreselijk idee!”, mailt ook student Psychologie Melissa Alberts. “Over het algemeen heb ik van de peerfeedback bijna niets geleerd en was het voor mij ook absoluut niet bruikbaar. Een student kijkt er op een andere manier naar dan de docent, hetgeen het in mijn ogen per definitie al niet betrouwbaar maakt. Ik ben dan ook voor het afschaffen van de in mijn ogen zinloze peerfeedback.” 

Donatas Rasiukevicius is sinds kort klaar met zijn studie Informatiewetenschappen. In zijn laatste jaar had hij bij twee van de zeven vakken te maken met peerbeoordelingen. “In beide gevallen was het vooral een knullige bedoening”, herinnert hij zich.

Donatas ziet vier problemen:

1. Sommige studenten hebben hier helemaal geen zin in, waardoor de feedback die je krijgt compleet waardeloos is en niet nuttig om mee te nemen in een cijfer.

2. Sommige studenten kunnen niet goed feedback geven. De gemiddelde peer reviewer let vooral op spelfouten en niet op de inhoud.

3. Sommige studenten zijn overmatig kritisch. Een student kan meedogenloos zijn als de theorie die je presenteert niet 1 op 1 overeenkomt met hoe de docent die presenteerde.

4. Sommige studenten beheersen het vak onvoldoende. Wie zijn zij dan om tegen mij te vertellen dat ik het verkeerd doe?

Met enig cynisme stelt Donatas vast dat peerbeoordeling een “topidee” is in de “utopische” situatie waarin de student goed in de stof zit, niet overladen wordt met werk van andere vakken (of andere tijd-innemende dingen), een cursus heeft gehad over feedback geven en docenten genoeg tijd hebben om zowel opdrachten als feedback te bekijken.

Onderwijskundige Casper Hulshof concludeert: “Ik zou het nooit doen. Bij formatieve peer reviews zie je grote verschillen in de kwaliteit ervan. Daarbij: als student zou ik denken: "Waarom laten ze dit aan mij over?"

Facebook Twitter Whatsapp Mail