Muurgedicht van C.C.S. Crone aan de Nicolaasdwarsstraat in Utrecht

UU'er verzamelt 'poëzie in het wild'

Body: 

UU-promovendus Kila van der Starre verzamelt straatpoëzie, als onderdeel van haar onderzoek naar poëzie buiten het boek. Belangrijk, want: “Poëziebundels kun je aanschaffen en in een archiefkast zetten, maar hoe zit dat met muurgedichten?”

Op haar website Straatpoëzie staat een database waarin iedereen gedichten kan toevoegen die te vinden zijn in de openbare ruimte in Nederland en Vlaanderen. “Bijna iedereen komt weleens een gedicht tegen op straat. Het is namelijk een van de meest voorkomende manieren waarop volwassenen in aanraking komen met poëzie,” vertelt Van der Starre.

Volgens haar wordt nogal eens de conclusie getrokken dat het slecht gaat met de poëzie omdat dichtbundels slecht verkopen. “Maar poëzie is niet dood, integendeel! Poëziefestivals trekken volle zalen, cafés zitten vol voor poetry slams, op het internet wordt volop lyrisch geëxperimenteerd, muurgedichten sieren dorpen en steden, poëziecitaten worden in inkt vereeuwigd op lichamen en bijna iedere plaats heeft een stadsdichter. Vandaag de dag beschikken Nederland en Vlaanderen gezamenlijk over drie nationale dichters, ook zij hebben invloed. En was er eerst slechts een Gedichtendag, nu is er zelfs een Poëzieweek. Poëzie heeft vandaag de dag misschien wel het grootste bereik in eeuwen.”

Met de database wil je inventariseren hoeveel straatgedichten er in Nederland en Vlaanderen zijn. Waarom?
“Mijn PhD-onderzoek gaat over poëzie buiten het boek. Om meer te weten te komen over het fenomeen ‘poëzie in de openbare ruimte’ ben ik de website Straatpoëzie begonnen. Iedereen kent wel een voorbeeld van een straatgedicht, maar niemand weet precies hoeveel het er zijn, van wie ze zijn en waar je ze kan vinden. Daarom besloot ik de kennis van het brede publiek in te zetten. Iedereen kan gedichten toevoegen aan de interactieve kaart.

"Daarnaast levert de database gegevens op die ik kan gebruiken voor mijn proefschrift. De straatgedichten roepen veel vragen op. Wanneer is de trend begonnen bijvoorbeeld? Wat voor gedichten worden er gekozen? Zijn het vooral gedichten van stadsdichters? Of wordt er vooral gekozen voor canonieke poëzie, gedichten die bij Nederlandstaligen in het collectieve geheugen zitten? Wie betaalt ervoor, en met welk doel wordt de poëzie aangebracht? Het is een ontzettend leuk onderwerp om mee bezig te zijn: poëzie in het wild!”

Waarom is zo’n database van belang?
“Het verzamelen van de straatgedichten is een manier om dit unieke soort literair erfgoed te archiveren. Poëziebundels kun je aanschaffen en in een archiefkast zetten, maar hoe zit dat met muurgedichten? De database presenteert van ieder gedicht onder meer de locatie en indien mogelijk de tekst van het gedicht, de naam van de dichter, een foto, de datum waarop het gedicht is aangebracht en eventueel de datum van verwijdering. Mits bekend, worden ook de relatie tussen het gedicht en de locatie, de initiatiefnemer, de vormgever, het boek waarin het gedicht eventueel is opgenomen, wetenswaardigheden en een link naar meer informatie vermeld. Op die manier worden de gedichten behouden, ook als ze uit de openbare ruimte verdwijnen.”

Wat gebeurt er met de database als je onderzoek is afgerond?
“Als mijn proefschrift over twee jaar klaar is, hoop ik dat de website blijft bestaan. De database heeft veel potentie namelijk. Zo zou de website omgevormd kunnen worden tot een app, waarmee je je eigen poëziewandelroute of -fietstocht zou kunnen samenstellen. Ook zouden er audio-opnames toegevoegd kunnen worden, zodat je ter plekke naar de voordracht van het gedicht kan luisteren.”

Om de database te vullen maak je gebruik van crowdsourcing. Vlot dat een beetje?
“Van de bijna 550 gedichten die nu in de database staan, hebben student-assistent Anne Sluijs en ik er zo’n 25 zelf ingezet. De rest is door anderen toegevoegd. Soms met hun naam erbij, maar vaak anoniem. Het is echt geweldig om de gedichten binnen te zien stromen en iedere dag iets nieuws te ontdekken."

Heb je zelf een favoriet straatgedicht?
“Ik woon net achter het centraal station, in Lombok, en daarom is het citaat van de Utrechtse C.C.S. Crone een van mijn favoriete straatgedichten: ‘en hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg’. De tekst stond lange tijd te lezen op een gebouw bij spoor 19, maar werd aan de start van de stationsverbouwing weggehaald. Daarna verscheen het citaat, dat interessant genoeg afkomstig is uit een prozatekst maar vormgegeven is als een poëziecitaat, op de muur van een gebouw naast het nieuwe Stadskantoor. Maar ook dat pand is afgebroken. Dat gebeurde beetje bij beetje, waardoor de woorden als een soort ‘flarfpoëzie’ iedere dag een nieuwe betekenis vormden. Gelukkig is het citaat opnieuw aangebracht, en staat nu op de glazen liftschacht aan de Jaarbeurszijde van het station, naast het Beatrix Theater. Het citaat past goed bij de locatie en de reizende voorbijgangers.”

Kun je uitleggen wat een gedicht geschikt maakt als straatgedicht?
“Vaak wordt er gekozen voor korte gedichten zodat voorbijgangers geprikkeld worden om de hele tekst te lezen, maar er zijn ook genoeg uitzonderingen te vinden waarbij lange teksten zijn aangebracht. Een straatgedicht is extra interessant wanneer het in relatie staat tot de locatie van het gedicht. Zo liet de Vlaamse poëet Stijn Vranken een gedicht aanbrengen aan de onderkant van een brug in Antwerpen. In het gedicht wordt de lezer aangesproken als wachtende. Ook gedichten die een relatie aangaan met de materialiteit van hun drager vind ik geweldig. Zoals het gedicht Poëzie van Ellen Warmond, dat in steen gegraveerd staat in Tilburg: 

Poëzie

Poëzie is een steen
die een steen ontmoet  
en moet slikken van ontroering  

een wonder maar nog onvertaald  

want zonder taal zijn er alleen  
een steen en een andere steen 

Facebook Twitter Whatsapp Mail