Vijf redenen waarom college tussen 17 en 19 uur K.U.T. is

Body: 

Koken, eten, sporten, werken, kinderen op bed leggen of een biertje drinken; een mooie opsomming van de activiteiten van de gemiddelde student en docent tussen vijf en zeven ’s avonds. Maar hier komt langzaam verandering in. Steeds vaker worden er colleges ingeroosterd op het traditionele etenstijdstip. Wat vinden studenten en docenten hiervan en waarom is dit nodig?

In 2014 hebben alle faculteiten gezamenlijk afgesproken de bezettingsgraad van de onderwijszalen te vergroten om zo de ruimtes optimaal te benutten. Het roosteren van college rond etenstijd is daar het gevolg van. “Roosteren tussen 17 en 19 heeft niet onze voorkeur”, zegt vicedecaan onderwijs Gerard Barkema van de Bètafaculteit die de onderwijszalen in De Uithof moet delen met de faculteiten Sociale Wetenschappen en Geowetenschappen. “Maar geld om lokalen bij te bouwen heeft de universiteit niet. Dat terwijl het aantal studenten bij ons wel groeit.”

In de binnenstad moeten faculteitsdirecteuren Rob Grift en Martine Verbeek van Geesteswetenschappen en Recht, Economie, Bestuur & Organisatie de zalen daar onderling verdelen. Grift verwijst ter indicatie over de bezetting van de zalen naar blok 1, het meest onderwijs-intensieve blok van Geesteswetenschappen. In het afgelopen blok was gemiddeld 70 procent van de onderwijsruimtes bezet, maar in het timeslot 17-19 uur was dit slechts 23 procent. Juist op dit tijdstip zou de onderwijsruimte nog een stuk beter benut moeten worden.

Efficiënt roosteren
Efficiënter roosteren moet ook, zei Verbeek tijdens een vergadering van de faculteitsraad van Rebo. Het zalentekort kan ook worden teruggedrongen als niet alle docenten hun hoorcolleges inplannen op maandag en dinsdag en de werkcolleges op de andere drie dagen. Hierdoor lijkt het alsof er te weinig collegezalen zijn, maar feitelijk is dat niet het geval. Faculteiten moeten proberen de verschillende colleges dus ook beter te spreiden over de week.

Om intensief en kleinschalig onderwijs te blijven bieden, moeten dus alle dagen en timeslots worden benut, zeggen de twee directeuren.

De faculteitsdirecteuren van zowel Rebo als Geesteswetenschappen zien zo snel geen andere oplossing voor het tekort aan collegezalen. “Tenzij je minder contacturen of onderwijs wilt, of meer budget aan woonlasten wilt uitgeven, is dit de beste oplossing” aldus Rob Grift.

“Wel is het zo dat wij proberen rekening te houden met de klachten van docenten en studenten", zegt Grift. "We proberen een balans te zoeken tussen studeerbaarheid, doceerbaarheid en efficiënt gebruik van de ruimtes. Bovendien, het roosteren op dit tijdstip betekent niet dat een docent of student elke dag, gedurende het hele collegejaar, onderwijs heeft op dit tijdstip. Vaak gaat het maar om één á twee cursussen per jaar.”

Ook Barkema van de bèta's ziet geen andere goede opties. “Het zalentekort houdt de komende jaren aan, is de verwachting. Colleges plannen tussen 17 en 19 uur zien we als de minst slechte optie. Een andere optie zou zijn om buiten De Uithof zalen te huren. We proberen het voor onze studenten in elk geval zo te organiseren dat ze niet tien uur op een dag college hebben en er geen 'grote gaten tussen de colleges vallen.”

Veel negatieve, enkele neutrale en positieve reacties
Studenten en docenten moeten er dus maar aan wennen dat er steeds vaker colleges zijn rondom het tijdstip dat de gemiddelde Hollander het avondmaal tot zich neemt. Zijn studenten en docenten hier blij mee of is er weinig enthousiasme? De reacties die DUB krijgt uit de binnenstad zijn overwegend negatief. De termen die worden gebruikt om hun ongenoegen te uiten, variëren van lastig tot vreselijk. Maar ook krachttermen als k.u.t. worden na een kleine aarzeling niet geschuwd.

Rob Grift snapt dat er veel geklaagd wordt over dit timeslot, maar weet toch ook zeker dat er docenten zijn die het geen enkel probleem vinden om college te geven om 17 uur. Hij noemt als voorbeeld zijn collega Keimpe Algra, decaan bij Geesteswetenschappen en hoogleraar filosofie. 

Algra vindt het juist prettig om een laat college te geven, zegt hij. “Na een bestuurlijke dag als decaan nog even aan de inhoud werken en daarna met een glaasje wijn erbij koken.” Algra kan zich niet vinden in de voornaamste klacht van studenten: concentratiegebrek. “Gebrek aan concentratie bij colleges tussen 17-19 uur hangt ook sterk af van je persoonlijkheid. Ben je bijvoorbeeld een ochtend- of avondmens? Ook de invulling van de rest van de dag is van belang voor je concentratievermogen op het latere tijdstip.”

Daarnaast merkt hij ook dat studenten juist eerder bij een college van 9 tot 11 niet geconcentreerd zijn, zich verslapen, er gedoe is met het openbaar vervoer of gewoon niet komen opdagen. “Bovendien werkdagen van 9 tot 17 zijn ook wel wat old school en passen niet meer helemaal in het ‘nieuwe werken’ anno 2017.”

Buitenlandse collega's
In De Uithof wordt over het algemeen ook geklaagd over het late college, hoewel enkele gamma's en bèta's zeggen te snappen dat de lokalenschaarste leidt tot late colleges en er zich bij neerleggen. Maar ook hier overheerst een negatief beeld onder studenten: “Het is een lastig tijdstip, vooral als je niet in Utrecht woont”, "je eet te laat."en “avondactiviteiten beginnen daardoor ook later”. Alleen studenten Diergeneeskunde klagen niet. De studievereniging heeft in elk geval geen klachten gehoord. "Ik denk dat dat komt, omdat we blij zijn dat we deze studie mogen doen en daardoor heel gemotiveerd zijn.”

Vicedecaan Barkema hoort vaker docenten dan studenten klagen over het late tijdstip. “Degenen die niet klagen, zijn met name de buitenlandse docenten. Waarschijnlijk omdat zij later eten. Studenten hoor ik vaker klagen over colleges die om 9 uur beginnen, daar hoor ik docenten dan nooit over hoor.”


Vijf redenen waarom onderwijs tussen 17 en 19 uur K.U.T. is.

1. Geen concentratie

“Aan het einde van de dag ben ik echt al gaar” is een vaak gehoorde uitspraak. Na een dag vol colleges of studeren in de UB, is het moeilijk om aan het einde van de dag nog geconcentreerd twee uur te luisteren of vragen te beantwoorden. De bekende hongerklop komt op, de colleges zijn immers rond het tijdstip waarop veel mensen eten of koken, en buiten is het in de herfst en winter al donker. “Ik ben vaak tijdens het college al aan het snacken. Daardoor let ik minder op en bovendien zit ik met mijn hoofd al thuis.” Kortom de concentratie is ver te zoeken.

2. Geen tijd voor een bijbaan of activiteit

Veel studenten hebben een bijbaan naast hun studie en werken voornamelijk in de avonduren. Zeker in de horeca, een sector waar veel studenten bijverdienen, ligt het zwaartepunt van de dag tussen vijf en acht uur ’s avonds. Onhandig dus als je ook een of meerdere keren per week college hebt rond dit tijdstip. Maar ook activiteiten van bijvoorbeeld studieverenigingen schuiven door naar later op de avond of moeten worden afgezegd. “Ik denk dat mijn baas niet blij zal zijn als ik vaker dan een keer per week ’s avonds college heb. Ik heb ook nog twee avonden in de week voetbaltraining en ben dan wel erg beperkt beschikbaar.”

3. Tussenuren

Stel, je hebt college van 13 tot 15 en daarna college van 17 tot 19, allebei in De Uithof. Wat ga je in de tussenliggende twee uur doen? Studeren? Kan, maar voor je een plek hebt gevonden en opgestart bent, is het alweer tijd. Bovendien ben je dan al gaar voordat het college begint. Op en neer naar huis? Bijna niet te doen, na een half uur thuis moet je alweer weg. Tussenuren zijn natuurlijk wel vaker vervelend, maar zeker aan het einde van de dag zijn ze ronduit K.U.T, horen wij. “Het aantal aanwezige studenten bij mijn college werd naar het einde toe steeds kleiner en ook ik ben niet altijd geweest. De verleiding om naar huis te gaan was wel erg groot.”

Daarnaast komen er ook klachten van docenten over de tussenuren. Tussenuren zijn handig om even iets voor te bereiden, af te maken of een afspraak in te plannen, maar vaak is de tijd te kort om echt aan je onderzoek te werken.

4. (Te) laat thuis

Voor docenten met een gezin is college geven op dit tijdstip ook vaak erg nadelig. Wie kleine kinderen heeft, komt pas thuis nadat ze op bed liggen. Een gezamenlijke maaltijd met het gehele gezin zit er in veel gevallen niet meer in. Veel docenten klagen daarom dat het thuisfront zal gaan morren als zij vaker colleges moeten geven op de het traditionele etenstijdstip en pas thuiskomen na Sesamstraat. “Ik merkte ook dat de docent er ook vaak geen zin meer in had. Hij jaste het college er - zonder pauze - zo snel mogelijk doorheen onder het mom “iedereen wil toch zo snel mogelijk naar huis?”

Ook voor studenten is het erg vervelend dat het college pas om zeven uur afgelopen is. Voor wie in Utrecht woont, begint de maaltijd om een uur of 20, maar wie nog een half uur in de bus of een uurtje met de trein moet,  is de grote wijzer op weg naar de negen voordat je thuis bent. Weliswaar is de NS vast blij dat er zo veel meer studenten buiten de spits reizen, voor studenten (en docenten) is het vervelend om zo laat thuis te zijn en in de knoop te komen met koken/sporten/bijbaan*.

* streep door wat niet van toepassing is

5. (Te) lange dagen

Daarnaast worden het door de late colleges ook erg lange dagen voor zowel studenten als docenten. Zeker als je al een werkgroep, hoorcollege of vergadering hebt om negen uur ’s ochtends, werk je tien uur op een dag. In een land waar een gemiddelde werkdag uit acht uur bestaat, is dit aan de lange kant.


 

Facebook Twitter Whatsapp Mail