‘Bij jouw studie leer je vooral te zeuren’

Body: 

Kritisch leren lezen van teksten, is een van de zaken die IreneKramer leert bij haar researchmaster Nederlandse Literatuur en Cultuur. Ook over actuele kwesties als klimaat of rollenpatronen. Maar bestaat er een gevaar dat het zeuren wordt als je het principe van kritisch zijn in het dagelijks leven toepast? 

Zoals elke week, at ik op maandagavond met mijn vriendinnen. Doordat iedereen inmiddels werkt of zich in de masterfase van de studie bevindt (en dus erg druk is), koesteren we dat vaste moment in de week om te horen hoe de zaken er bij iedereen voorstaan.

Drank en vrouwen
Ik mag dan graag vertellen over mijn studie. Ik zit in het eerste jaar van de Researchmaster Nederlandse Literatuur en Cultuur: een studie waarvan niemand zich kan voorstellen wat we erin doen, behalve ‘veel lezen’. Dus legde ik uit wat er die week op het programma had gestaan: we lazen kritische teksten over klimaatverandering en de Plastic Soup in het ene college en in het andere bespraken we de omstreden uitspraken van Jeroen Dijsselbloem over ‘drank en vrouwen’.

Tegen het eind van de pasta bolo ging het gesprek over de Jumbo. Een van mijn vriendinnen ontving bij het afrekenen van haar knäckebröd en appels een doosje met twee chocolaatjes erin. “Voor Moederdag,” glimlachte de caissière. Wij lachen natuurlijk: mijn vriendin is dan wel bijna 28, maar nog lang geen moeder.

Nu al stempel 'moeder' opgedrukt
Ik ging eens nadenken over dit cadeau. Wilde de Jumbo alle klanten een cadeau voor hun moeder meegeven, of zou alleen een bepaald deel van de klanten de chocolaatjes ontvangen? In het eerste geval zou het een lief gebaar zijn, al kun je je afvragen of in studentenstad Utrecht iedereen die op Moederdag boodschappen doet, in de gelegenheid is om dat cadeautje dezelfde dag aan zijn of haar moeder door te geven. Ikzelf was die dag in ieder geval niet naar het noorden van het land afgereisd om mijn moeder te bezoeken – iets met werkdruk.

Maar mijn vriendinnen en ik moesten lachen om het idee dat een van ons nu al het stempel ‘moeder’ opgedrukt zou krijgen en interpreteerden het gebaar van de Jumbo dus op de tweede manier. Dan zou dus elke vrouw van een bepaalde leeftijd, die in theorie moeder zou kunnen zijn, een Moederdagcadeau ontvangen. Van deze gedachte kreeg ik spontaan jeuk: wat nou als je helemaal geen moeder kunt worden, dacht ik meteen. Of wat nou als je vorig jaar een miskraam hebt gehad? Of als je geen moeder wil worden, of als je vriend vorige week is overleden?          

Dit kunnen de caissière en de Jumbo natuurlijk ook niet weten. In zoverre valt hen ook niets te verwijten. Het is me meer te doen om het bestaande rollenpatroon dat van dit idee zou uitgaan: vrouwen zijn nou eenmaal mensen met baarmoeders, die bijgevolg op enig moment moeder kunnen worden. Laten we ze dus maar verwennen met Moederdag. Een hele aardige gedachte en ik waardeer het gebaar. Echt. Maar is die gedachte niet gebaseerd op een stokoud rollenpatroon? Dit legde ik mijn vriendinnen voor.

De nieuwste aflevering van Temptation Island
“Ja, luister eens even, zeurpiet,” zei er een, “als we zo gaan beginnen, dan is straks alles wat we zeggen racisme of discriminatie.” Waarop ik antwoordde dat dat misschien ook wel het geval was. En dat ik niemand wilde verbieden om iets te zeggen, maar er soms wel op wilde wijzen dat dit soort rollenpatronen bestaat. De ongemakkelijke stilte werd doorbroken door een andere vriendin, die de nieuwste aflevering van Temptation Island wilde bespreken. Gretig stortten mijn vriendinnen zich op dit makkelijker te behappen onderwerp.

Transgender-wc's
Dezelfde avond maakte ik een wandeling met mijn huisgenoot, aan wie ik dit verhaal vertelde. Hij nam vrij snel het standpunt van de sceptische vriendin in: vrouwen hebben nou eenmaal de mogelijkheid om moeder te zijn, het gebaar is lief bedoeld, waarom doe je zo moeilijk. Hij vervolgde zijn betoog met een anekdote over transgender-wc’s op de universiteit. Die leken hem helemaal niks. Zijn argument luidde: 99 procent van de mensen is gewoon man of vrouw. En die ene procent niet. Waarom moet dan de meerderheid van de mensen ineens met zo’n derde wc omgaan?

Ik legde uit dat hoewel binaire structuren vandaag de dag nog steeds vaak de norm zijn, dit niet betekent dat deze structuren op enige legitieme grond zijn gevestigd. Waarom bepaalt iemand dat er maar twee geslachten bestaan? Wat te denken van de groep die zich man, noch vrouw voelt (of is) en dus behoefte heeft aan een toilet dat niet dwingt om een keus te maken?

Te hysterisch om te stemmen
Omdat we toch over vrouw-manrelaties aan het nadenken waren, bracht ik het volgende voorbeeld te berde: vrouwen mochten tot 1919 niet stemmen in Nederland. Een van de argumenten hiervoor was dat vrouwen te hysterisch zouden zijn om te kunnen stemmen. Hun aard zou er niet naar zijn om zich met zulke serieuze zaken als de politiek bezig te houden. Een vrouw die opstond en zei, “sorry, maar ik ben niet hysterisch,” of “ik ben heel goed in staat om een standpunt in te nemen over zaken die mijn dagelijks leven aangaan,” of “ik wens mijn stem kenbaar te maken in openbare verkiezingen,” kreeg te horen dat het nou eenmaal zo was als het was. Mannen waren sterk en rustig, vrouwen waren zwak en hysterisch. Een tussenweg, of een beetje van allebei was niet mogelijk.

“Ja,” zei mijn huisgenoot, “dat zeg je nu wel zo, maar die mannen wilden gewoon zélf de macht houden en die niet delen met vrouwen!” Waarop ik antwoordde dat dat niet uitmaakte voor de niet-legitimiteit van hun argument. Een argument dat toen de norm was. Waartegen geageerd werd. Net als dat er nu geageerd wordt tegen andere, soms ouderwetse rollenpatronen en normstructuren.  

Altijd de confrontatie aangaan
Mijn huisgenoot moest hier even over nadenken. “Leuk hoor, dat je dit leert tijdens je studie,” zei hij tenslotte. “Dit is toch wel wat jij leuk vindt hè, op alle slakken zout leggen.” Ik maakte een niet-begrijpend geluid. Hij schoot me te hulp: “Je maakt er bijvoorbeeld ook altijd zo’n probleem van als de afwas thuis niet gedaan is. Ik laat dat altijd maar gewoon een beetje, ik zit daar niet zo mee. Maar jij vindt dat mooi, die confrontatie aangaan. Jij stuurt gewoon een boos appje.” In de verontwaardigde stilte die hierop volgde liepen we onze straat in. Bij het openen van de voordeur draaide hij zich naar me om en zei: “Wat ben ik blij dat ik jouw opleiding niet volg. Ik weet niet of ik zin zou hebben om steeds over van alles zo te lopen zeuren.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail