De ondemocratische taal van de populist

Body: 

Trump en Wilders zijn meesters in het suggereren van zaken zonder dat ze er op aanspreekbaar zijn. Dat is ondemocratisch concludeert taalkundige Sterre Leufkens.

Trump en Wilders zijn meesters in het suggereren van zaken zonder dat ze er op aanspreekbaar zijn. Dat is ondemocratisch concludeert taalkundige Sterre Leufkens.

Grab ‘em by the pussy, lock her up, nobody builds walls better than me – de woorden van Trump staan inmiddels in het geheugen van de wereld gegrift. Taalkundigen buigen zich over de taal van Trump. Ze kijken niet zozeer naar de inhoud van zijn woorden, maar naar de vorm: HOE heeft Trump het gezegd?

Stream of consciousness
Wat vooral opvalt is hoe kórt Trump het zegt. Trumps zinnen zijn met gemiddeld 10 woorden korter dan die van Hillary, die voor een zin 15 woorden nodig heeft. Misschien is het een gevolg van een ander stijlkenmerk, waar het Amerikaanse nieuwsblog Mashable op wijst: Trump maakt zijn zinnen vaak niet netjes af, en lijkt zich in een stream of consciousness te verliezen. Kijk maar eens naar dit fragment:

“Look, having nuclear—my uncle was a great professor and scientist and engineer, Dr. John Trump at MIT; good genes, very good genes, OK, very smart, the Wharton School of Finance, very good, very smart—you know, if you’re a conservative Republican, if I were a liberal, if, like, OK, if I ran as a liberal Democrat, they would say I'm one of the smartest people anywhere in the world—it’s true!—but when you're a conservative Republican they try—oh, do they do a number—that’s why I always start off: Went to Wharton, was a good student, went there, went there, did this, built a fortune—you know I have to give my like credentials all the time, because we’re a little disadvantaged—but you look at the nuclear deal, the thing that really bothers me—it would have been so easy, and it’s not as important as these lives are (nuclear is powerful; my uncle explained that to me many, many years ago, the power and that was 35 years ago; he would explain the power of what's going to happen and he was right—who would have thought?), but when you look at what's going on with the four prisoners—now it used to be three, now it’s four—but when it was three and even now, I would have said it's all in the messenger; fellas, and it is fellas because, you know, they don't, they haven’t figured that the women are smarter right now than the men, so, you know, it’s gonna take them about another 150 years—but the Persians are great negotiators, the Iranians are great negotiators, so, and they, they just killed, they just killed us.”

Zijn zinsflarden stellen Trump in staat om van alles te suggereren, zonder daar later op aanspreekbaar te zijn. Zo kunnen mensen hem nooit verwijten dat hij heeft opgeroepen tot geweld tegen Hillary – hij heeft alleen wazig geïmpliceerd dat ze gevaarlijk is en dat mensen met wapens, misschien, ik weet niet. Het is moeilijk argumenteren tegen onsamenhangende vaagtaal.

Dat zei ik niet
In Nederland hebben we natuurlijk een eigen populistische leider, met een eigen karakteristieke stijl. Taalkundige Maarten van Leeuwen bestudeert Wilders’ taal al jaren, en ontdekte dat hij voornamelijk in hoofdzinnen spreekt, zonder inleidingen als ‘Ik denk dat’, of ‘Volgens mij’. Op die manier presenteert hij zijn meningen als feiten, waarop je hem amper kunt aanvallen. Als je zegt ‘Ik denk niet dat Nederland islamiseert’ lijkt het immers alsof je feiten ontkent. Net als Trump gebruikt Wilders taal die geen discussie duldt.

Van Leeuwen gaf onlangs in een lezing nog een sterk voorbeeld van hoe Wilders zich niet op zijn woorden laat aanspreken. Het fragment komt uit een woordenwisseling van Wilders met Femke Halsema, in een debat uit 2010. Wilders citeert een aantal Duitse politici, die stellen dat de multiculturele samenleving mislukt is.

Halsema reageert: “U zegt: de Islam hoort niet bij ons land. Tenminste, dat neem ik aan.”

Wilders:      Nee, dat zei ik niet.
H:               Nee, maar u citeert Duitsers en ik neem aan dat u dat bedoelt.
W:               Nee, ik heb alleen geciteerd.
H:               Staat u nu allemaal Duitsers te citeren omdat die zo moedig zijn en het allemaal durven te zeggen om vervolgens te concluderen dat u het niet durft te zeggen?
W:               Ik heb een citaat gebruikt, meer niet.

Vermijden kritiek is ondemocratisch
Wanneer je als beginnend wetenschapper je proefschrift verdedigt, moet je je hooggeleerde opponenten uitnodigen tot een geregelde gedachtewisseling. Dat berust op een kernwaarde van wetenschap én democratie: op ieder idee moet kritiek mogelijk zijn; geen enkele persoon is zo goed dat zijn gedachten geen tegenspraak vereisen. Het vermijden van een kritische reactie is daarmee fundamenteel ondemocratisch. In een democratie mag je zeggen wat je wilt, en moet je daar vervolgens op aanspreekbaar zijn.

Facebook Twitter Whatsapp Mail