Feiten op bestelling

Body: 

Universiteiten moeten studenten voorbereiden op “een schaduwwereld van make-believe”. Dat stelt wetenschapshistoricus Bert Theunissen na de onthullingen over de Haagse bemoeienis met het onafhankelijke onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Het mooie Dilemma-spel van de Erasmus Universiteit Rotterdam leert studenten na te denken over wetenschappelijke integriteit. Vooral over de grijze gebieden. Dat je geen data mag verzinnen hoeven studenten niet te leren, maar de vraag wanneer je recht hebt op het co-auteurschap van een paper is lastiger. Hetzelfde geldt voor een tijdschrift-editor die zijn eigen werk wil pluggen, hoe ga je daar mee om? Wat wel en niet kan verschilt ook nog per vakgebied.

Eén van de dilemma’s waar we met studenten over discussiëren, is de rol van de executive summary van een in opdracht geschreven onderzoeksrapport. Een wetenschapper wil dat die summary net zo genuanceerd is als het rapport zelf. Maar de opdrachtgever van het onderzoek kan aandringen op eenduidige conclusies, waarmee hij makkelijk naar buiten kan treden. Daar hebben veel studenten wel begrip voor. Hun gedachtegang is: ‘Als ik in mijn eigen rapport maar precies kan opschrijven hoe het zit, dan mag de opdrachtgever wat mij betreft de samenvatting schrijven.’ Het probleem is echter dat het gedetailleerde rapport door bijna niemand wordt gelezen. Daarnaast gaan beleidsmakers vooral af op de samenvatting, dus als je de nuances belangrijk vindt, moeten die toch echt in de executive summary staan.

Maar, zo vragen we dan tijdens het spel, wat nu als de opdrachtgever dat niet wil?

Die vraag vinden sommige studenten wat onwerkelijk. De opdrachtgever heeft dat onderzoek toch laten doen, omdat hij precies wil weten hoe het probleem in elkaar zit? Waarom zou hij de nuancering van de onderzoekers dan niet willen overnemen? Met die vraag verschuift de discussie naar de rol van het onderzoek in beleid. Want stel je voor dat de opdrachtgever het onderzoek niet zozeer heeft laten uitvoeren om uit te vinden hoe het beleid moet worden, maar juist om steun te vinden voor het beleid dat nu al geldt? Dan moet je je als onderzoeker dus afvragen wat het zwaarst weegt: je principes of je kans op vervolgopdrachten?

Dilemma’s als deze kun je proberen te voorkomen door voorafgaand aan het onderzoek heldere afspraken te maken.

Studenten met wie we dit onderwerp bespreken, vragen na afloop van de discussie regelmatig of dit soort dilemma’s nou vaak voorkomt. Hoe vaak het precies voorkomt kan ik niet zeggen, maar in een boek als De onwelkome boodschap (Köbben en Tromp) worden legio voorbeelden genoemd waarbij wetenschappelijke onderzoekers op alle mogelijke manieren onder druk zijn gezet om door overheid of bedrijven ongewenste onderzoeksresultaten uit de openbaarheid te houden.

Begin december berichtten de media over een geval waarbij het voorbeeld uit het Dilemma-spel tot een akkefietje verbleekt. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie blijkt de conclusies van bestelde onderzoeksrapporten te polijsten. En dat niet alleen: de ambtenaren van het departement bemoeien zich ook nog met de vraagstelling, de methodologie en de uitkomsten. Sterker nog, rapporten worden simpelweg herschreven als ze verkeerd uitpakken. En als klap op de vuurpijl: ze vinden het daar op het ministerie doodnormaal om dit te doen: de wetenschap is er immers om op bestelling gewenste feiten te genereren.

Wat we hier behalve ‘boe roepen’ aan kunnen doen, is onze studenten ‘streetwise’ maken over wat ze straks in de echte wereld –  beter gezegd, in de schaduwwereld van ‘make-believe’ – kunnen tegenkomen. We moeten ze strategieën aanreiken om zich staande te houden. Als integere wetenschappers welteverstaan.

Deze column verscheen eerder op het intranet van de faculteit Bètawetenschappen

Facebook Twitter Whatsapp Mail