Studentevaluaties: niks van aantrekken?

Body: 

“Trek je niks aan van kritiek of van lof. Het is een zwakte om je door een van beide te laten leiden.” Deze wijsheid wordt toegeschreven aan John Wooden, een Amerikaanse basketbalspeler en -coach. Ik moet er altijd aan denken wanneer aan het eind van een blok de studentevaluaties in mijn digitale brievenbus ploffen.

De kritiek en lof  vliegen me dan om de oren. Studenten vullen de evaluaties anoniem in, dus nemen ze geen blad voor de mond. Een collega-docente kreeg eens het commentaar dat ze te korte rokjes droeg. Een ander droeg juist te slordige kleding. Weer een andere collega kreeg binnen één evaluatie te horen dat ze zo slim was én dat ze zelf de lesstof niet begreep. Zelfs als je je zou wíllen laten leiden door zulk commentaar, zou het je niet lukken.

Hoe meer ik lees over onderzoek naar studentevaluaties, hoe meer ik geneigd ben me er überhaupt niks meer van aan te trekken. Zo blijkt dat docenten van wie studenten het meest leren (gemeten aan studiesucces in de jaren na het volgen van het vak) niet degenen zijn die de beste evaluaties krijgen. De mening van studenten hangt vooral samen met hun cijfer voor het vak – of ze er ook werkelijk op langere termijn iets van opgestoken hebben, zie je in de evaluaties niet terug.

Ander onderzoek bevestigt dat studenten negatievere evaluaties geven als ze net negatieve feedback hebben gekregen. Dat geldt vooral voor studenten die hoog scoren op de eigenschappen ‘zelfvertrouwen’ en ‘narcisme’. De gedachtegang is dan: ‘Ik ben slim, maar ik heb een slechte beoordeling gekregen – dat móet wel aan de docent liggen, die snapt er niks van!’ Andersom werkt het ook: een zelfverzekerde student die een hoog cijfer krijgt, is relatief enthousiast over de docent. Evaluaties worden dus mede bepaald door de hoogte van de beoordeling in combinatie met hoe studenten over zichzelf denken. Als docent heb je daar weinig invloed op. Ja, je zou hogere cijfers kunnen geven in de hoop op positieve evaluaties, maar dat gaat natuurlijk tegen alle beroepsethische principes in.

Niet alleen aannames over het eigen kunnen hebben invloed. Studenten laten zich ook door onbewuste vooroordelen leiden. Zo blijkt uit (onder andere) dit onderzoek dat vrouwelijke docenten slechter beoordeeld worden dan mannelijke – vooral als ze jong zijn en een wiskundig vak geven. Overige resultaten zijn gelijk: studenten werken even hard en halen gemiddeld even hoge cijfers bij mannen als bij vrouwen. De onderwijskwaliteiten van de docentes en docenten kunnen het verschil in beoordeling dus niet verklaren. Nóg een factor die evaluaties kleurt, maar waar je als docent(e) niks mee kunt.

Studentevaluaties lees je niet alleen zelf, maar worden ook gezien door leidinggevenden en onderwijscommissies. Daarmee zijn ze potentieel van belang voor carrièrekansen, vooral voor tijdelijk aangestelde docenten. Ik wil me niks aantrekken van kritiek en lof, maar zolang werkgevers dat wel doen, heeft John Wooden makkelijk praten.

Facebook Twitter Whatsapp Mail