Wetenschap is ook een roeping

Body: 

Sociaal wetenschapper Ruud Abma hoopt dat Marjan Oudeman straks niet in het jargon van de gemiddelde universiteitsbestuurder gaat praten. Abma schrijft de eerste bijdrage aan de nieuwe DUB-serie Brief voor de Voorzitter.

 

Beste Marjan,

Vergeef me dat ik je tutoyeer. Het is een overblijfsel van mijn tijd in de U-raad (2005-2009), waar ik merkte dat in het Bestuursgebouw een prettig informele sfeer heerst. Zelfs Yvonne van Rooy, toch bepaald een dame om u tegen te zeggen, liet zich buiten de vergaderingen graag tutoyeren.

Hoe informeel ook, de wereld van Bestuursgebouw en U-raad bleek mijlenver af te staan van het dagelijks leven op de departementen en in de collegezalen. De onderwerpen die op de agenda stonden hadden weliswaar consequenties voor dat dagelijks leven, maar de belangstelling van collega’s en studenten voor zoiets als het Strategisch Plan was vrijwel nihil. Omgekeerd bleek het buitengewoon lastig om problemen van de werkvloer in de U-raad op de agenda te krijgen. De U-raad-agenda is toch vooral een afgeleide van de bestuursagenda.

Ook de taal is anders. In onderwijs en onderzoek gaat het om de inhoud en spreekt men de taal van het vak. Er zijn vele vakken en dus vele talen. Van een universiteitsbestuurder mag je niet verwachten dat ze die alle spreekt. In de afgelopen decennia zijn universiteitsbesturen echter een eigen taal gaan ontwikkelen die op gespannen voet staat met academische waarden.

Een voorbeeld. In NRC Handelsblad (23 feb. 2013) zeg je over de Universiteit Utrecht: “Het wetenschappelijke onderzoek op multidisciplinaire gebieden als life sciences, jeugd en identiteit, duurzaamheid en instituties staat op een hoge internationale positie. Om deze positie te bestendigen en verder uit te bouwen, investeert de Universiteit Utrecht aanzienlijk tot en met 2016. De universiteit heeft de ambitie om te excelleren. Ik vind het een uitdaging om hieraan mee te werken.”

Met deze zinsneden laat je zien het jargon van de gemiddelde universiteitsbestuurder al aardig onder de knie te hebben. Excellent zijn dergelijke clichés natuurlijk niet. Eerlijk gezegd vind ik ze ook misplaatst. Wie wetenschap bedrijft doet dat uit liefde voor de waarheid. In Wetenschap als beroep schrijft de socioloog Max Weber dat het niet alleen gaat om een beroep, maar ook om een roeping: werk dat wordt voorgedreven door intrinsieke motivatie, door het verlangen een hoger doel te dienen.

Dat hogere doel is niet de Sjanghai-ranglijst, of welke ranglijst dan ook. Het is ook niet het scoren van zoveel mogelijk publicaties, ‘productie maken’. Waartoe dat kan leiden, heeft de affaire Stapel laten zien. Stapel kon geen weerstand bieden aan zijn eigen publicatiedrang. Maar zijn fraude werd mede mogelijk gemaakt door het gebrek aan oplettendheid van zijn coauteurs. In totaal publiceerde hij samen met 70 vakgenoten, waaronder hoogleraren met een grote internationale reputatie. Die vertrouwden hun collega Stapel zozeer dat ze onvoldoende kritisch naar zijn manuscripten keken.

De oorzaak daarvan is niet luiheid of incompetentie. De oorzaak is gejakker, vanuit de primitieve gedachte: ‘hoe meer publicaties, hoe beter’. Geen wetenschapper die dat werkelijk gelooft, maar het gevoelen is wijd verbreid en diep geworteld. Het vormt in de praktijk ook de basis van het beoordelings- en bevorderingssysteem aan de universiteiten. En het deugt niet. Met competitie op het inhoudelijke vlak is niets mis, maar bij de afweging welke theorie een verschijnsel beter verklaart is de h-index van de contestanten irrelevant.

Met holle frasen over ‘excelleren’ schaart de Universiteit Utrecht zich in het koor van de andere universiteiten. De ene universiteit is nog excellenter dan de andere, of anders wordt-ie het binnenkort. Met een parafrase op Gerard Reve: ‘Er komt geen normale wetenschapper in voor.’ Maar het is natuurlijk heel middelmatig om hetzelfde te roepen als anderen.

Laat de Universiteit Utrecht nu eens voorop lopen door haar medewerkers aan te moedigen wat minder te publiceren. De vrijkomende tijd zou benut kunnen worden voor reflectie op het eigen vakgebied, het leggen van verbindingen tussen specialismen en het schrijven van diepgaande publicaties die wat meer tijd vergen, maar uiteindelijk de wetenschap verder helpen dan de stortvloed aan confetti die nu de wereld in geslingerd wordt.

Beste Marjan, wat zou het een verademing zijn als met jouw aantreden de Universiteit Utrecht een ander geluid laat horen. Ik lever het motto er gratis bij: ‘De Universiteit Utrecht graaft dieper’. Dat zou pas echt ‘top’ zijn!

Ik wens je veel succes,

Met hartelijke groet,

Ruud Abma

Facebook Twitter Whatsapp Mail