We moeten afkicken

Body: 

Arthur lijkt zich te bevinden in een groep waar hij als de vijand wordt gezien. Is hij echt degene die hier evil is?, vraagt hij zich af.

Ik kijk de kamer rond. Overal om me heen zijn gasten vrolijk aan het kibbelen onder het genot van een drankje. “En wat doe jij voor de kost?”, hoor ik opeens.

Ik ontmoet de blik van een jongedame met twee hazelnootbruine ogen die nog geen ellebooglengte van mij verwijderd zijn. “Ik werk bij een oliebedrijf”, mompel ik net iets te hard. Opeens wordt de sfeer grimmig en daalt er een ijzige stilte neer over het gezelschap. De andere gasten hebben zich inmiddels omgedraaid en kijken me vuil aan. De uitnodigende blik van de hazelnootbruinogige dame is veranderd in een blik vol verachting. Dat wordt toch alleen slapen vanavond.

Bij een oliebedrijf werken is tegenwoordig impopulair.

Kijk maar naar de titel van het artikel dat een debat samenvatte omtrent de samenwerking tussen de universiteit en controversiële bedrijven: oliebedrijven zijn evil.

Deze bedrijven onderhouden nauwe banden met de universiteit en bepalen met hun grote smakken geld de agenda. Evil klinkt vrij heftig, en is toch meer een term die ik associeer met bepaalde historische figuren. Maar in zekere zin is deze titel gepast; ze verdienen miljarden door stoffen uit de grond te halen ten koste van het milieu en de stabiliteit van landen en gebruiken dit geld om de vooruitgang naar een schonere en veiligere toekomst te verhinderen.

Maar wat als ik je vertel dat deze evil bedrijven slechts dienaren zijn van een nog grotere bad guy, die de oliebedrijven als marionetten gebruikt in het uitvoeren van zijn plan, en achter de schermen alle touwtjes in handen heeft. Wie is deze ultieme antagonist?

Wij.

Wij als Westerse maatschappijen met onze eindeloze hunkering naar energie, met onze onuitputtelijke behoefte aan olie om onze verslaving aan groei en productie te voeden.

We kijken naar de Verenigde Staten en lachen ze uit om hun gefaalde War on Drugs. Die domme Amerikanen, die talloze dealers opsluiten. Maar hoeveel dealers je ook opsluit, mensen willen nog steeds high worden. En zolang er vraag bestaat, zullen er altijd louche figuren bestaan die de aanbodkant graag voor hun rekening nemen in ruil voor een mooi zakcentje. Is de oplossing van het probleem dan niet het droogleggen van de vraag?

Dit is precies hoe we moeten omgaan met de olie-industrie. Zolang we als samenleving smachten naar goedkope energiebronnen om onze benzineauto’s en onze industrieën te voeden, zullen er bedrijven zonder scrupules bestaan die maar al te graag tegemoet willen komen in deze vraag. Als we verandering teweeg willen brengen, moeten we zorgen dat die vraag niet meer bestaat. Want als er geen vraag is, is er geen aanbod. We moeten dealers niet haten, maar afkicken. En omdat bestaande bedrijven een reflectie zijn van de behoeften van een samenleving, wijzen we ons spiegelbeeld aan als slechterik als we bedrijven de schuld geven.

Het is essentieel dat we zo snel mogelijk overstappen op duurzame energieopwekking. En wij studenten, de generatie van de toekomst, moeten dus het voortouw nemen en de vraag naar het verkeerde stopzetten.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail