Gangnam Style zien door een antropologische bril

Body: 

Popmuziek uit Japan, klinkt als popmuziek uit Amerika, klinkt als …. Globalisering is het thema van dit college. Maar het is nog niet zo lang geleden dat antropologen met hun onderzoek wilden aantonen dat de Westerse cultuur superieur was.

Popmuziek uit Japan, klinkt als popmuziek uit Amerika, klinkt als …. Globalisering is het thema van dit college. Maar het is nog niet zo lang geleden dat antropologen met hun onderzoek wilden aantonen dat de Westerse cultuur superieur was.

Cursus Contemporary Anthropology 3: globalization and sociocultural complexity
Niveau, hoeveelstejaarsvak Bachelor, eerstejaarscursus
Studie Culturele Antropologie
Waar Koningsbergergebouw, zaal Atlas
Datum & duur Woensdag 10 februari 2016, van 13 tot 17
Docent Hans de Kruijf
Aantal  studenten 100
Voertaal Engels

Laat als docent een wereldberoemde videoclip zien van een Koreaan in smoking die een mal dansje doet, en je hebt de aandacht van de eerstejaars studenten in je zaal. Goeie truc? Zeker, maar Hans de Kruijf begint zijn eerste college van de reeks niet zomaar met de clip van Psy. Hij koppelt daar een analyse aan die meteen laat zien wat zijn vak, culturele antropologie, vermag.

Want ‘Gangnam Style’ is volgens De Kruijf niets minder dan een cultureel artefact, een voorbeeld van contemporaine culturele processen. “Psy komt uit Korea, maar je hoeft niets van Korea te weten om de beelden in de video te begrijpen. Er zitten zaken in die we wereldwijd herkennen zoals champagne of een Mercedes.”

Een beter voorbeeld van globalisering, het thema van vandaag, kun je bijna niet vinden. Dat blijkt niet alleen uit de clip zelf, maar vooral uit het feit dat-ie overal ter wereld is gepersifleerd. Zoek je op YouTube naar Gangnam Style, dan vind je Britse politieagenten, Afrikanen, senioren in een verzorgingstehuis en Russische volksdansers die op hetzelfde lied dansen – elk met elementen van hun eigen cultuur eraan toegevoegd.

Maar globalisering gaat verder dan Psy. Het heeft niet alleen betrekking op feitelijke veranderingen in de wereld, maar ook op de manier waarop we die veranderingen ervaren. Om dat toe te lichten haalt de docent Arjun Appadurai aan, een beroemde antropoloog die het concept ‘imagined worlds’ bedacht: noties van de-wereld-vandaag-de-dag die te maken hebben met de ervaring van mobiliteit, onvoorspelbaarheid en verwevenheid, kenmerkend voor sociaal-culturele, politieke en economische circuits.

Ook al zitten we met ruim honderd man in een volle zaal Atlas, het is niet de bedoeling dat we passief blijven luisteren. Dit is het eerste college, maar De Kruijf hoopt dat zijn studenten gedurende de hele reeks veel input leveren. “Wat weten wij als docenten nou helemaal? Inspireer ons!”

Dat meent hij, zegt hij later. “In dit vak gaan de studenten onderzoek doen naar virtuele werelden, en daardoor heb ik allerlei communities ontdekt waar ik nog nooit van gehoord had. Neem bijvoorbeeld het netwerk van monome-gebruikers.”

De Kruijf wil studenten motiveren om hen heen te kijken met een ‘cultureel antropologische bril’. Student Lonneke Lindhout vindt het fijn dat de docent zijn studenten bij zijn verhaal betrekt. “Het is hier de bedoeling dat je zelf bedenkt wat je ergens van vindt. Bij Cultural Anthropology 1 en 2 wisten we nog minder, toen moesten we de begrippen nog leren kennen. Nu we bij vak 3 zijn, aanbeland kunnen we gemakkelijker onze mening vormen.” 

In de tweede helft van het college gaat de docent in op de geschiedenis van culturele antropologie. Was het eerste deel nog vrij theoretisch, en daarmee voor een buitenstaander best ingewikkeld, deze geschiedenis is goed te volgen en af en toe ronduit fascinerend. De manier waarop antropologen naar diversiteit kijken – en de manier waarop we dat als samenleving doen – is in korte tijd enorm veranderd.

Want het is nog maar een eeuw geleden dat in Spanje een opgezette man uit Botswana getoond werd, die ze ‘El Negro’ noemden. En zelfs in 1958 werden in Brussel nog mensen uit Congo getoond, alsof ze museumstukken waren.

Tot het begin van de twintigste eeuw waren cultureel antropologen niet zozeer nieuwsgierig naar andere culturen, ze wilden vooral vaststellen dat hun eigen westerse cultuur superieur was. Dat deden ze het liefste vanuit hun luie stoel, als armchair anthropologists, zich baserend op studies van missionarissen, avonturiers en data van koloniale administrators. Totdat Malinowski opstond, die het veld inging en zich in volkeren ging verdiepen door zich onder hen te begeven. Geleidelijk ontstond toen het besef dat volkeren niet strak van elkaar te scheiden zijn, maar dat cultuur een construct is. Het heeft geen vastomlijnde, onveranderlijke kern, en het betekent voor ieder mens iets anders.

Het college eindigt weer met muziek. Dit keer niet uit Korea, maar uit Japan. De Kruijf zegt het erbij, en dat is handig, want anders hadden we het niet geweten. Oordeel zelf maar:

Facebook Twitter Whatsapp Mail