Een tegenslag …, dat kan gebeuren

Body: 

Echt lekker gaat het nog niet met de Nederlandse roei-4 in de voorbereidingen op Londen. Kaj Hendriks zoekt troost bij de filosofie van twee grote kindervrienden.

Echt lekker gaat het nog niet met de Nederlandse roei-4 in de voorbereidingen op Londen. Kaj Hendriks zoekt troost bij de filosofie van twee grote kindervrienden.

Graag had ik in deze blogbijdrage vanuit Luzern uit de doeken willen doen hoeveel progressie we geboekt hebben na het behalen van de vijfde plek bij de eerste wereldbekerwedstrijd in Belgrado begin mei. Maar de werkelijkheid is dat het op dit moment voelt alsof de afgelopen drie weken weggegooide tijd zijn geweest.

Met die vijfde plek in Belgrado voldeden we aan de vormbehoudseis van het NOC*NSF. We hoefden ons dus geen zorgen meer te maken om die formaliteit en konden onze eigen ideale voorbereiding vervolgen. Tijdens het trainingskamp in Italië zouden we ons technisch verbeteren om tijdens de tweede wereldbekerwedstrijd in Luzern nog meer snelheid te kunnen maken. Maar nu blijkt dat daar weinig van terecht is gekomen.

Natuurlijk, de concurrentie is toegenomen en wij zijn nog niet zo handig met de wind. Maar we maken ook niet de goede halen die we kunnen maken. Het resultaat: B-finale. Omdat er maar 9 inschrijvingen zijn, is dat een strijd om plek 7 tot en met  9. We hebben dus uren op het water doorgebracht om oefeningen te doen, honderden halen voor de spiegel geoefend, rietjes bevestigd op de boot om de juiste lengte van de halen te bepalen, maar het heeft niet geholpen.

“Een tegenslag, dat kan gebeuren, maar dan zie je ons niet treuren”, aldus twee kindervrienden die het niet beter hadden kunnen verwoorden. Er  zijn genoeg succesverhalen in de sport waarin aanvankelijke tegenslagen worden beschreven, dus paniek in de tent is zeker overbodig. Misschien zijn we technisch gezien wel verbeterd, maar is er op het fysieke vlak minder goed getraind. En dan wordt het echte harde roeien lastig.

Als ik eerlijk ben, is de fysieke voorbereiding anders geweest richting deze wedstrijd dan richting Belgrado. We hebben minder op racetempo geoefend en dat is een prikkel die je lichaam nodig heeft om in racemodus te geraken. Ik voelde me ook minder uitgerust voor deze wedstrijd. Maar dit is slechts nuttige informatie voor onze volgende wedstrijd over een aantal weken. Opnieuw een leermoment dat er aan moet bijdragen dat het in augustus in Londen allemaal perfect verloopt.

Nu is het eerst zaak dat we in die B-finale wel onze lange, krachtige halen blijven maken door de ‘calls’ gedurende de race iets aan te passen en als experiment te kijken of we de snelle start langer door kunnen trekken. Dit nemen we vervolgens mee in de tussentijdse evaluatie. Na een korte rustperiode van één of anderhalve dag beginnen we dan aan het een-na-laatste trainingsblok.

(Ook de B-finale verliep zondag teleurstellend voor Kaj en zijn 3 teamgenoten. De Nederlandse boot eindigde als derde en laatste red.)

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail