© HOP. Bron: WOPI-cijfers, VSNU. Inclusief promovendi (allemaal in tijdelijke dienst) en ondersteunend personeel.

Iets meer vaste banen aan universiteit

Body: 

Het gaat met kleine stapjes, maar de medewerkers van universiteiten hebben weer iets vaker een vast contract. Er zijn wel flinke verschillen per universiteit.

In 2016 was 41,7 procent van het universitaire personeel in tijdelijk dienst, blijkt uit de nieuwste cijfers van universiteitenvereniging VSNU. Dat is een daling van 0,3 procent ten opzichte van 2015 (zie grafiek bovenaan).

Vooral aan de Vrije Universiteit in Amsterdam werken docenten naar verhouding weer vaker in vaste dienst: onder de universitair docenten is het aandeel tijdelijke contracten daar zo ongeveer gehalveerd naar negentien procent. Nergens anders is de daling zo groot.

De universiteit kan nog niet verklaren waar die daling precies vandaan komt. Misschien heeft het te maken met de nieuwe wet Werk en Zekerheid, zegt een medewerker, want daar is wel goed naar gekeken. Door die wet moeten medewerkers sneller een vast contract krijgen.

Maar er zijn ook universiteiten waar het de andere kant op gaat. De TU Eindhoven is nog altijd de flexkampioen: meer dan de helft van de werknemers heeft daar een tijdelijk contract en dat aandeel is toegenomen.

Met name universitair docenten en ‘gewone’ docenten krijgen iets vaker een vaste baan. Hoogleraren en universitair hoofddocenten niet, maar die hebben toch al veruit het vaakst een vaste baan. Ook het ondersteunend personeel is verhoudingsgewijs vaak in vaste dienst.


© HOP. Bron: WOPI-cijfers VSNU. Het totaal is incl. promovendi (allemaal in tijdelijke dienst).

In de universitaire cao zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van het aantal tijdelijke contracten: slechts 22 procent van de docenten mag een tijdelijk contract hebben. Daar lijken de universiteiten dus mijlenver van verwijderd, maar schijn bedriegt. Volgens de universiteitenvereniging worden die afspraken “ruimschoots” gehaald.

Dat zit zo. Deze cao-afspraken gaan alleen over tijdelijke contracten tot hooguit vier jaar. De rest geldt als ‘vast’. En dan zouden de universiteiten al op 21 procent zitten – wat overigens geen grote verrassing is.

Of alle universiteiten de norm van de cao halen, valt overigens niet in de openbare cijfers terug te zien: die gaan over alle tijdelijke contracten, ook als ze langer dan vier jaar lopen. Vakbond VAWO kan de voortgang dus niet controleren en pleit in een persbericht voor meer transparantie.

Facebook Twitter Whatsapp Mail