Onderzoeksfinancier wil schijn van belangenverstrengeling tegengaan

Body: 

Bij het verdelen van onderzoeksgeld is inderdaad weleens de schijn van belangenverstrengeling ontstaan, erkent onderzoeksfinancier ZonMw. Daar wordt nu iets aan gedaan.

Soms moesten wetenschappers in een commissie van ZonMw de aanvraag van anderen beoordelen, terwijl ze zelf ook een gooi deden naar het geld. In vijf jaar tijd is dat 144 keer gebeurd. Maar sinds 2016 niet meer, zegt de wetenschapsfinancier.

De organisatie, die gezondheidsonderzoek financiert, concludeert dit na eigen onderzoek dat op verzoek van oud-minister Schippers van Volksgezondheid is uitgevoerd.

Uitzonderingsclausule resulteerde in schijn belangenverstrengeling 

Het ministerie wilde weten hoe de vork in de steel zat nadat het radioprogramma Argos vorige maand had onthuld dat sommige onderzoekers die een aanvraag bij ZonMw deden ook in de beoordelingscommissie zaten. Dit was mogelijk omdat er in de gedragscode belangenverstrengeling van ZonMw een uitzonderingsclausule was opgenomen.

In de periode 2010-2015 werden er 9.700 subsidieverzoeken ingediend. In 144 gevallen waren de aanvragers direct betrokken bij de beoordeling, schrijft ZonMw. Daarvan werden 72 verzoeken gehonoreerd en 72 afgewezen.

Daarnaast was er in ruim duizend andere gevallen sprake van “indirecte betrokkenheid”, waar commissieleden de aanvrager persoonlijk of via het werk kenden. Het budget van de toegekende aanvragen bedroeg 130 miljoen: ruim achttien procent van het totaal.

Gebeurt dit ook bij andere onderzoeksfinanciers?
25147087_l.jpgDe onderzoeksfinancier wijst erop dat een commissielid nooit zijn eigen aanvraag beoordeelde. Hij werd geacht de vergadering te verlaten wanneer zijn aanvraag werd besproken, maar kon wel meebeslissen over de andere aanvragen. Daarom vindt ZonMw dat er geen sprake is geweest van belangenverstrengeling, al begrijpt de organisatie dat ze “in mogelijk enkele gevallen de schijn tegen heeft.”

Ook de Kamer was kritisch na de radio-uitzending van Argos. Hoe zit dit eigenlijk bij onderzoeksfinancier NWO zelf, waar ZonMw onder valt, wilden Kamerleden Pia Dijkstra en Jan Paternotte (D66) weten. Gebeuren deze praktijken ook bij andere instituten?

Bij NWO afgelopen jaar één zaak 
Uit eigen onderzoek van NWO blijkt dat er één zaak is geweest in 2016 waarbij er sprake van was “onvoldoende strikte hantering van de gedragscode”, antwoordt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid op de Kamervragen.

Ook wijst hij op een specifieke “call” bij de verdeling van de Museumbeurzen, waarbij bij “sommige” aanvragen ook de naam van de directeur van de instelling werd toegevoegd. Het kon voorkomen dat deze museumdirecteuren ook in de adviescommissie zat: die werd dan gevraagd om de zaal te verlaten als zijn voorstel werd behandeld.

Altijd kans dat aanvrager en beoordelaar elkaar kennen
Volgens De Jonge kon dit niet anders vanwege “het specifieke karakter en de smalle omvang van het veld waarin dit onderzoek zich afspeelt”. Bovendien was de werkwijze waarop de aanvragen werden toegekend vooraf duidelijk gemaakt. Dat was ook zo bij de andere stichtingen die onder NWO vallen, stelt de minister, waarbij het eveneens is voorgekomen dat commissieleden een dubbele pet op hadden.

Van “structureel gebruik van de uitzonderingsclausule van de gedragscode belangenverstrengeling” is volgens De Jonge geen sprake. Toch wordt de clausule nu geschrapt: dat vindt de minister “noodzakelijk” om “in de toekomst de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen”. 

Ook komt er meer transparantie over de beoordelingsprocessen en de dilemma’s die daarbij komen kijken, belooft ZonMw, en wordt de gedragscode samen met NWO geëvalueerd. Al blijft het passen en meten, zegt de organisatie: er is nu eenmaal een reële kans dat aanvragers en beoordelaars elkaar op enigerlei wijze kennen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail