Universiteiten willen tijdelijke contracten behouden

Universiteiten willen graag met tijdelijke contracten blijven werken. De wetenschap kan niet zonder, schrijven ze in een brief aan de Tweede Kamer, die binnenkort debatteert over een aanpassing van het arbeidsrecht.

“Om te voorkomen dat werknemers te lang en tegen hun zin met opeenvolgende tijdelijke contracten voor dezelfde werkgever werken, kunnen ze straks eerder aanspraak maken op een vast contract”, legt het ministerie van Sociale Zaken uit. “Niet na drie jaar, zoals nu, maar al na twee jaar.”

Zo wil minister Asscher het oneigenlijke gebruik van tijdelijke contracten tegengaan. Daar staat tegenover dat het ontslagrecht in zijn wetsvoorstel op de schop gaat. Het wordt goedkoper om werknemers te ontslaan.

De universiteiten kijken vooral met argwaan naar het eerste deel van de wet. De wetenschap staat bol van de tijdelijke contracten. Eerst werken wetenschappers als promovendi op een tijdelijk contract, daarna zwerven ze als postdoc van universiteit naar universiteit.

Veel promovendi krijgen hun werk ook niet binnen de gestelde contractduur van vier jaar af. Promovendi hebben ongeveer een jaar langer nodig om hun proefschrift af te ronden. De Kamerleden mogen niet verwachten dat promovendi in hun uitloopjaar een vast contract krijgen, staat in de brief van de universiteiten.

Ook postdocs werken meestal in tijdelijke dienst aan hun onderzoek, waar bijvoorbeeld vier jaar financiering voor is. Hoe gaat het in de toekomst als het werk dan nog niet af is? Daar zitten de universitaire werkgevers mee in hun maag. Moeten zij de postdoc dan een vast contract geven? Liever willen zij promovendi en tijdelijke onderzoekers – net als nu – het tijdelijke dienstverband na vier jaar nogmaals verlengen. Zo staat het nu ook in de cao’s.

Dertig procent van de universitair docenten heeft een tijdelijk contract, net als de helft van de ‘gewone’ docenten, de docenten zonder onderzoekstaak.  Het gaat al met al om duizenden wetenschappers. De groeiende rol van tijdelijk geld uit Europa en het bedrijfsleven zal deze tendens alleen maar versterken: 70 procent van de onderzoekers wordt betaald met wetenschapssubsidies of geld uit het bedrijfsleven.

Kortom, het moet blijven zoals het is, vinden de universiteiten. In hun brief moedigen ze Kamerleden aan om zich hard te maken voor “ruime mogelijkheden binnen de universitaire sector met betrekking tot tijdelijke dienstverbanden”.

Op de omgang van universiteiten met hun werknemers is overigens ook kritiek. Het gebeurt bijvoorbeeld lang niet altijd dat het contract van promovendi verlengd wordt als ze een paar maanden uitlopen. De jonge wetenschappers moeten dan tegen hun zin een uitkering aanvragen.

Sterker nog, de tijdelijke contracten zouden volgens de universitaire vakbond Vawo ronduit een gevaar zijn voor de wetenschap. Er zou sprake zijn van “verschraling, uitholling en toegenomen werkdruk”.

Advertentie