Besturen moeten zich durven te schamen

Body: 

Bestuurders hebben er moeite mee hun ongelijk toe te geven, constateert Aart G. Broek. De communicatiewetenschapper en socioloog kijkt naar aanleiding van de bestuurscrisis in het UMCU hoe het komt dat managers liever ten hele dwalen dan hun fout toe te geven.

De cultuur binnen het Universitair Medisch Centrum Utrecht is niet open en veilig. Dat was half april de harde kritiek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De commissie die het UMCU doorlichtte, concludeerde dat een fikse cultuuromslag vereist is. De kwaadaardigheden worden publiekelijk gedeeld, zoals het regenteske besturen, de lamlendige samenwerking binnen en tussen verkokerde afdelingen, angst om fouten bespreekbaar te maken en om tegenspraak te leveren. Dé grote boosdoener blijft echter ongenoemd: schaamte.

Laten we om te beginnen de goudkoorts van de jaren negentig in herinnering roepen. Er leek geld in overvloed en aan de groei zou nooit een einde komen. Geïnspireerd door massaal bejubelde zonnekoningen uit het bedrijfsleven begonnen ook bestuurders van ziekenhuizen, (universitaire) onderwijsinstellingen, zorggiganten, woningcorporaties en sociale werkvoorzieningen met publiek geld ondernemertje te spelen.

Hier mag gelezen worden dat die actoren uit de publieke sector – zoals ook de universiteiten - gedrag en handelen uit de private sector selectief overnamen Wanneer we in de (semi-)publieke sector niet tot de échte en zo bewonderde private sector behoren, kunnen we in ieder geval de façade ervan overnemen. Meer in het bijzonder werden de veronderstelde versierselen van succes gekopieerd: risico’s nemen, lef tonen, visionaire missie formuleren, maakbaarheid verkondigen aan de hand van meetbare verschijnselen, competitieve salarissen, bonussen, luxueuze kantoren en auto’s met chauffeur.

We willen gewaardeerd worden
Achter dit kopieergedrag ligt een reden die we allemaal heel goed kennen. We verlangen acceptatie door de groep waartoe wij willen behoren. Sterker nog, we willen gewaardeerd, bewonderd en bejubeld worden. We vrezen de afwijzing van die groep. Niets pijnlijkers dan buiten de groep geplaatst te worden en te kijk te staan vóór die groep.

In onze jeugd doen we allemaal pijnlijke ervaringen op met het ‘afgeserveerd’ worden: het slachtofferschap van kleineren, vernederen, buitensluiten. Ons ‘ik’ wordt geraakt. Deze schaamte-ervaringen snijden ons diep door de ziel. Het mag dan ook niet verbazen dat dergelijke ervaringen tot in detail gedu­rende het hele leven worden herinnerd. Eenmaal die schaamtepijn ervaren, leren we de dreiging razendsnel onderkennen: zoals we met vuur leren omgaan en het mijden zich te branden. Schaamte is dan ook niet alleen de vernederende ervaring maar evenzeer de angst dat we op enigerlei wijze zullen worden afgeserveerd. We haten schaamte en zetten alles op alles om het tegendeel te bewerkstelligen: waardering.

Het voorkómen van schaamte-ervaringen is van levensbelang. Schaamte bedreigt onze primaire behoefte aan geborgenheid: de absolute noodzaak bij de groep te (blijven) behoren, die onze overlevingskansen zo groot mogelijk maakt. Het verlangen tot een levenskrachtige groep te behoren en daarbinnen gewaardeerd te worden, is een belangrijke voedingsbodem voor gezonde ambities en prestaties. Die leveren bewondering op. De voedingsbodem is echter dikwijls juist een bodemloze put die werd gegraven door het opdoen van schaamte-ervaringen. Met pathologische passie worden dan risico’s genomen om prestaties te realiseren, die een overdonderend applaus zouden moeten opleveren. De professionele verlangens naar waardering haken veelvuldig aan bij ernstige schaamteproblemen op het persoonlijke vlak. Duik maar eens in het persoonlijke leven van ‘topbestuurders’.

Terugkomen op je schreden is lastig
Met zicht op de reikwijdte van schaamte wordt het ook begrijpelijk waarom tegenspraak zo slecht geduld wordt in die competitieve omgevingen. Tegenspraak wordt syste­matisch opzij geveegd, of zelfs geslagen, zeker wanneer een traject eenmaal is ingezet en de neuzen eindelijk dezelfde kant op staan.

Bestuurders, toezichthouders, directie, managers, (medisch) professionals en, niet te vergeten, politici houden er niet van halver­wege te ke­ren. Zij geven de voorkeur aan het ten hele dwalen, wat het spreekwoord ook mag zeggen. Te­rugkomen op je schreden is een krenkende aantasting van de eigen identiteit, zelfs van een dusdanige ernst dat je nog slechts kunt volharden in je mogelijke ongelijk, de mankementen aan het zicht tracht te onttrekken en ondergeschikten tot stilzwijgen te dwingen.

Door onderbouwde kritiek staan we namelijk te kijk vóór de groep waartoe we behoren. Tegenspraak zorgt zodoende voor de dreiging van vernedering en voor potentiële uitsluiting van degene die wordt tegengesproken. Bij tegen­spraak staat het prestige van zittende toezichthouders, bestuur­ders, (top)managers en professionals op het spel. Koesterende waardering dreigt vernederende afwijzing te worden - in één woord: schaamte.

Samenvattend, we hebben vooral toezichthouders, bestuurders, management, professionals en personeel nodig die ‘schaamtebestendig’ zijn. Daaraan werken dient bovenaan het lijstje aanbevelingen gezet te worden. Eigenlijk heb je geen onderzoekscommissie nodig om dit op tafel te leggen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail