Kwestie Danone gaat over meer dan alleen wetenschappelijke integriteit

Body: 

Een oordeel over de samenwerking van de UU met Danone moet niet alleen gaan over wetenschappelijke integriteit, vindt filosoof Floris van den Berg. Ook thema’s als gezondheid, duurzaamheid en dierethiek moeten daarbij kritisch onder de loep genomen worden.

Een oordeel over de samenwerking van de UU met Danone moet niet alleen gaan over wetenschappelijke integriteit, vindt filosoof Floris van den Berg. Ook thema’s als gezondheid, duurzaamheid en dierethiek moeten daarbij kritisch onder de loep genomen worden.

Minister Bussemaker heeft zich uitgelaten over de in de Groene Amsterdammer geleverde kritiek op de vermenging wetenschap en het bedrijfsleven in verband met de intensieve samenwerking tussen Danone (van de yoghurtjes) en de Universiteit Utrecht. De minister is van mening dat het hier gaat om een gezonde vorm van samenwerking waar iedereen beter van wordt en dat de academische onafhankelijkheid en integriteit niet in gevaar komt.

In de maatschappelijke discussie over de Danone kwestie gaat het over de onafhankelijkheid van wetenschap. Echter, er zijn tenminste nog drie andere aspecten waarbij vraagtekens geplaatst kunnen worden of samenwerking tussen de Universiteit Utrecht en Danone moreel te rechtvaardigen is. Deze drie aspecten zijn: gezondheid, duurzaamheid en dierethiek.

Zijn yoghurtjes goed voor de gezondheid?
Er is een laboratorium neergezet op het Utrecht Science Park bij de Universiteit Utrecht waar door Nutricia Research van Danone onderzoek wordt gedaan naar onder andere yoghurtjes. Inderdaad: onderzoek naar yoghurtjes!

Danone is een commercieel bedrijf en wil meer yoghurtjes verkopen en liefst kleine pakjes yoghurt voor een grote prijs. Maar dan moet er wel iets speciaals met die yoghurtjes zijn, en wat beter dan een claim dat zo’n mierzoet product gezond is?

De Universiteit Utrecht moet dan wellicht garant staan voor die gezondheidsclaims. De vraag of die yoghurtjes nodig zijn of een positieve bijdrage leveren aan de samenleving wordt niet gevraagd. Immers, als mensen bezorgd zijn om de volksgezondheid dan zijn er betere manieren om die te bevorderen dan om yoghurtjes van Danone te eten.

Ik noem toch nog maar even: minimaal 30 minuten flink bewegen per dag, niet roken, alcohol (en andere drugs) zeer met mate, veel en diverse groenten en fruit, weinig/niet snoepen en minder dierlijke producten. Hé, maar is yoghurt niet ook een dierlijk product? Danone maakt ook babyvoeding, terwijl algemeen bekend is dat de beste babyvoeding moedermelk is. Als de Universiteit Utrecht een bijdrage wil leveren aan de volksgezondheid is het dan een verstandige strategie om met Danone in zee te gaan?

Intensieve veehouderij is niet duurzaam
Een tweede bezwaar tegen Danone betreft duurzaamheid. De Universiteit Utrecht heeft in haar mission statement opgenomen dat ze zich als instelling wil inzetten voor het “bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken”.

Dit is een lovenswaardig streven, dat aansluit bij de UN Sustainable Development Goals (2015). De Universiteit Utrecht heeft dan ook een instituut dat zich bezighoudt met duurzame ontwikkeling, het Copernicus Institute of Sustainable Development.

Nu blijkt uit onderzoek dat de intensieve veehouderij een enorme negatieve invloed heeft op het milieu, onder meer door uitstoot van broeikasgassen, waterverbruik en ontbossing. Danone maakt yoghurt van melk van koeien. En die koeien zijn qua milieubelasting veel en veel vervuilender dan als er gebruik gemaakt zou worden van een plantaardige basis om yoghurt van te maken.

Zoals uit de wetenschappelijke literatuur van de laatste jaren blijkt is de intensieve veehouderij – waar ook de melkveehouderij onder valt – geen ‘bijdrage aan de oplossing voor maatschappelijke vraagstukken’, sterker nog de melkveehouderij blijkt nu juist een groot deel van het probleem!

Is het moreel verantwoord dierlijke producten te gebruiken?
Wat in de discussie over de vermenging tussen Danone en de Universiteit Utrecht geheel buiten beeld blijft is de vraag of het moreel verantwoord is om dierlijke producten te gebruiken. Toch is er al zo’n 40 jaar intense discussie gaande over de morele status van niet-menselijke dieren.

Filosoof Peter Singer, die overigens meerdere keren op de UU heeft gesproken, is een van de filosofen die betoogt dat het vermogen om te kunnen lijden het criterium zou moeten zijn voor morele status. En het staat onomstotelijk vast dat ook veel niet-menselijke dieren kunnen lijden en belangen hebben, en koeien horen daar zeker bij.

Desalniettemin worden de filosofische bevindingen dat er geen morele rechtvaardigingsgronden zijn om dieren buiten de morele cirkel te sluiten, genegeerd doordat op grote schaal dieren instrumenteel en met schade aan hun welzijn worden gebruikt. Wat voor veel mensen buiten beeld blijft, is dat in de melkindustrie koeien melk geven voor hun baby’s.

Die baby’s worden echter vlak na geboorte van hun moeder gescheiden, want het zijn de mensen die de melk willen. Als de baby een stiertje is wordt het vest gemest voor de slacht. De moeders moeten constant zwanger gemaakt worden omdat alleen dan de lactatie (‘melkproductie’) op gang gehouden kan worden. Wanneer de ‘melkproductie’ vermindert wordt de melkkoe alsnog geslacht.

Naast het dierenwelzijnsperspectief kan een fundamentelere vraag gesteld worden of het überhaupt moreel te rechtvaardigen is om niet-menselijke dieren puur instrumenteel te behandelen. Zoals de slavernij van mensen niet moreel te rechtvaardigen valt, zo ook met het instrumenteel gebruik van dieren.

Thans is dierenleed en het ontbreken van een morele rechtvaardiging van het gebruik van niet-menselijke dieren een morele blinde vlek. Zou een universiteit niet bij uitstek een plek zijn om vooruitstrevend te zijn en de kennis en inzichten als eerste toe te passen? 

De casus over de samenwerking tussen de universiteit en het commerciële dierenproductenbedrijf Danone biedt gelegenheid tot het stellen van fundamentele vragen, al hadden die vragen beter gesteld kunnen worden vóór de samenwerking tot stand kwam. Het is goed dat er thans maatschappelijke reflectie is op de Danone-kwestie, maar zoals ik heb laten zien zijn er meer morele kwesties aan de orde dan alleen de vraag in hoeverre wetenschap haar onafhankelijke status kan behouden wanneer het nauwe banden aangaat met het bedrijfsleven.

Dr. Floris van den Berg is als universitair docent milieufilosofie verbonden aan het Copernicus Institute of Sustainable Development van de Universiteit Utrecht en is auteur van onder meer ‘De vrolijke veganist’, ‘Beter weten. Filosofie van het ecohumanisme’. f.vandenberg2@uu.nl

Facebook Twitter Whatsapp Mail