Leenstelsel is slecht voor studentenverenigingen

Als het leenstelsel wordt ingevoerd zullen minder studenten zich aanmelden voor een studentenvereniging. Bovendien belemmert het stelsel de actieve student. Daarvoor waarschuwt de Federatie van Utrechtse Gezelligheidsverenigingen.

Vorig jaar kort na de Utrechtse Introductie Tijd in augustus, maakten honderden Utrechtse studenten een van de meest verstandige keuzes die zij konden maken aan het begin van hun studententijd. Zij schreven zich in bij een studentenvereniging om te ontdekken hoe rijk het actieve studentenleven kan zijn.

Het is steeds evidenter wordt dat studiepunten halen niet het enige is dat er toe doet op de arbeidsmarkt. Bovendien worden op studentenverenigingen vriendschappen voor het leven gesloten. Het is niet voor niets dat vele alumni met trillende onderlip en vochtige ogen aan hun verenigingstijd terugdenken; de tijd als actieve student is de mooiste en meest leerzame tijd van je leven.        

In 2012 is het pijnlijk duidelijk geworden dat overheidsmaatregelen de nieuwe aanwas voor Utrechtse gezelligheidsverenigingen kan beïnvloeden. De langstudeerboete deed studenten voor een lidmaatschap terugschrikken;  De aanwas bleef in dat jaar stabiel.

Toen het jaar daarop dit dreigende onheil weer van de baan was, mochten bijna alle Utrechtse gezelligheidsverenigingen weer meer nieuwe leden verwelkomen dan voorgaande jaren. Landelijk was het totaal aantal studenten aangesloten bij een gezelligheidsvereniging zelfs 13 procent hoger dan het jaar ervoor.

Aankomende studenten volgen dus nauwlettend de ontwikkelingen in de onderwijsfinanciering. Nu hangt er opnieuw een zwaard van Damocles boven het hoofd van de potentieel actieve student: het sociaal leenstelsel. Onlangs becijferde het CPB dat ongeveer 107.000 studenten zullen afzien van studie als het nieuwe leenstelsel wordt ingevoerd.

Dat betekent dat studentenverenigingen nieuwe aanwas zullen mislopen. Degenen die wel komen studeren, zullen er vaker voor kiezen thuis te blijven wonen. Hierdoor komt de binding met de stad minder tot ontwikkeling en is men minder geneigd later in de studie alsnog ergens lid te worden.  Ook zullen studenten sneller willen afstuderen en in die geest het verenigingsleven sneller links laten liggen.
               
In verenigingen komen studenten van allerlei gezindten bijeen om de meest uiteenlopende activiteiten te organiseren; van hoogstaande politieke debatten tot meerdaagse feesten op grote terreinen en van symposia tot jazzfestivals.

Als studeren te duur wordt, worden de verenigingen als sociale smeltkroes uitgehold. Spreek niet van het leenstelsel als louter een investering in de eigen toekomst! De actieve student is hier al lang en breed mee bezig. Bestuursfuncties en commissiewerk zijn in veel verenigingen de vaardigheden die een extra jaar kunnen vragen maar deze keuzes worden weloverwogen gemaakt; ook al is studeren nu al niet goedkoop, de actieve student realiseert zich terdege dat nevenactiviteiten steeds meer het verschil zullen maken in het vinden van een baan. Nergens zijn de mogelijkheden om dergelijke activiteiten te vervullen zo groot en relatief goedkoop als in studentenverenigingen. Het levert bovendien de praktijkervaring die nominaal afgestudeerde universiteitsstudenten aangeven vaak te missen.          

De actieve student werkt zich dus een slag in de rondte. De studententijd mag niet worden als de doos van Pandora. In één van de versies van deze mythe had zij een vat waarin al het goede zat opgesloten. Hierbij moet gedacht worden aan alle benodigde voorzieningen om volwaardig te kunnen studeren. Door hervormingen en ongewenste perverse effecten is de deksel van het vat en de geest uit de fles.

Deze maatregelen werken zoals gezegd in op de verwachtingen van nieuwe studenten van hun studententijd en beïnvloeden hen in het maken van verstandige keuzes. Pandora sloot echter snel het vat toen al het goede eruit stroomde; alleen de hoop bleef over.

De (potentiële) actieve student zit in een vergelijkbare situatie. De persoonlijke en sociale ontwikkeling stroomt uit het studentenleven; er blijft niets anders over dan het zo snel mogelijk binnenslepen van studiepunten, soms vanuit het ouderlijk huis.

De gevolgen voor de studentengezelligheidsvereniging an sich kunnen op lange termijn ook merkbaar zijn. Teruglopende ledenaantallen kunnen een honderden jaren oud instituut, dat zich qua ontwikkeling van studenten aansluit bij de onderwijsinstellingen, parten gaan spelen. Toekomstige alumni denken dan nog steeds met trillende onderlip en vochtige ogen terug aan hun verenigingstijd, maar dan omdat zij zien dat velen deze investering niet durfden te doen.

De Federatie van Utrechtse Gezelligheidsverenigingen roept de politiek, Universiteiten en alle studenten op zich te bezinnen op het sociaal leenstelsel en de gevolgen daarvan.     
 

Tags: leenstelsel | fug

Advertentie