Samenwerkingen Israël
5 vragen over nieuw kader mensenrechten
- Waarom is het kader opgesteld?
Het buitensporige geweld van de Israëlische regering in Gaza vormt de aanleiding voor de wens van de Universiteit Utrecht (UU) om criteria te hebben voor samenwerkingen en mensenrechten. Die moeten duidelijk maken wanneer de UU wel of niet samenwerkt met instellingen in landen die betrokken zijn bij een gewapend conflict en waar mogelijk het internationaal en humanitaire recht wordt geschonden.
Het College van Bestuur (CvB) stelde daarvoor de Tijdelijke Commissie Mensenrechten in om een beoordelingskader met criteria te ontwikkelen. De commissie deelde het kader externe samenwerking en mensenrechten (met solis-ID) met de Universiteitsraad. Het is nog een concept. De U-raad moet zich erover buigen, maar dat proces loopt vertraging op, omdat de raad juridisch advies aan het inwinnen is over zijn rol in het proces. Het CvB wenst een advies, maar de raad denkt het instemmingsrecht te hebben.
- Wat staat er in het kader?
De universiteit is volgens de commissie zelf ook “een mensenrechtenactor”. Mensenrechtenverdragen verplichten onder andere staten, bedrijven, organisaties en universiteiten zich aan mensenrechten te houden en zich in te spannen om – voor zover zij daarop invloed hebben – mensenrechtenschendingen te voorkomen.
In het kader staat een stroomdiagram dat onderzoekers helpt bij het beoordelen van onderzoekssamenwerkingen op mensenrechten en internationaal recht. Onderzoek waarbij er een hoog risico is op mensenrechtenschendingen is “in beginsel” niet mogelijk. In beginsel, omdat het kader zelf niet voorschrijft welke samenwerkingen per definitie niet door kunnen gaan.
De wetenschapper gaat bij een matig of hoog risico als eerste naar zijn facultaire supportteam, zoals de Research Support Offices (RSO). Is er nader advies nodig, dan komt de EvaluatieCommissie OnderzoeksSamenwerkingen (ECOS) op centraal niveau in beeld. De decaan beslist uiteindelijk het advies van ECOS over te nemen of niet. Als de decaan wil afwijken van het advies, neemt de rector de uiteindelijke beslissing.
- Welke samenwerkingen zijn in principe niet mogelijk?
De commissie schetst drie scenario’s van risicovolle samenwerkingen, waarin deze in principe niet mogelijk zijn. In het eerste scenario is het de partner die mensenrechten schendt. Hieronder vallen ook partners die op een sanctielijst van de Nederlandse overheid, de Europese Unie of de Verenigde Naties staan. Samenwerken met bijvoorbeeld Rusland kan daarom niet.
In het tweede scenario draagt een partner bij aan mensenrechtenschendingen via een derde partij. Een universiteit kan bijvoorbeeld militaire technologie ontwikkelen die het leger gebruikt om mensenrechtenschendingen te begaan. Hieronder valt ook een partner “die niet ingrijpt om schendingen te stoppen, maar wel de capaciteit daartoe heeft”.
In het derde scenario is een partner niet zelf schuldig aan het schenden van mensenrechten, maar is de samenwerking desondanks problematisch, omdat deze partner de “schendingen door de staat kan legitimeren”. Als de universiteit in kwestie nauwe banden heeft met de overheid is het risico op mensenrechtenschendingen groot.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat de universiteit betrokken is bij overheidsprojecten die verbonden zijn aan mensenrechtenschendingen, zoals het opleiden van militairen of dat de universiteit haar steun voor overheidsbeleid heeft uitgesproken. Ook kan het zijn dat de overheid invloed heeft op het onderwijs en onderzoek, door bijvoorbeeld de onderzoeksagenda, het curriculum of de aanstelling van wetenschappelijk personeel te bepalen.
- Wat betekent het kader voor samenwerken met Israël?
De commissie neemt in het kader geen beslissingen over specifieke samenwerkingen met Israëlische partners. Het uitgangspunt is dat de regels gelden voor alle partners waarbij er een risico op mensenrechtenschendingen is. Israëlische universiteiten liggen al langere tijd onder vuur vanwege hun nauwe banden met de Israëlische overheid, het leger en de wapenindustrie, waardoor het kader ook gevolgen voor Israëlische samenwerkingen zal hebben. Het zal heel moeilijk zijn om nog samenwerkingen aan te gaan met Israëlische partners die zich niet distantiëren van het overheidsbeleid.
Zo heeft de Ben-Gurionuniversiteit, waar de UU momenteel nog drie projecten mee heeft, een programma dat in samenwerking met en gefinancierd wordt door het Israëlische ministerie van Defensie en het Israëlische leger (IDF). In die studie wordt personeel geworven voor het IDF en militaire training gegeven. De Ben-Gurionuniversiteit ontwikkelt samen met het IDF militaire technologie.
Ook de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, waarin de UU nog één project mee samenwerkt, heeft een programma waarin zij samen met het IDF studenten opleidt in militaire technologie en een programma waarin zij studenten klaarstoomt voor de militaire inlichtingendiensten van het IDF.
- Geldt het nieuwe kader ook voor bestaande projecten?
Nee, de commissie kreeg van het CvB de opdracht om een kader te ontwikkelen uitsluitend voor nieuwe samenwerkingen. Bestaande projecten gaan dus gewoon door. Maar de commissie maakt het wel mogelijk om de nieuwe samenwerkingen die getoetst worden aan dit nieuwe kader, op een later moment te heroverwegen als de mensenrechtensituatie van het land van de partner verslechtert. Het is aan wetenschappers en onderzoeksgroepen zelf om dit te doen als er nieuwe risico’s aan het licht komen. De ECOS houdt ook de veranderende situatie in een land in de gaten en licht onderzoekers erover in als de risico’s toenemen.
De Tijdelijke Commissie Mensenrechten werd door het CvB in overleg met decanen samengesteld. In de commissie zaten Louis Bont van de faculteit Geneeskunde, Antoine Buyse van Recht, Economie, Bestuur & Organisatie (Rebo), Universiteitshoogleraar José van Dijck, Maarten Flinkenflögel van de directie Studenten, Onderwijs en Onderzoek, Katharine Fortin van Rebo, Beatrice de Graaf van Geesteswetenschappen, Jorg Huijding van Sociale Wetenschappen, Cedric Ryngaert van Rebo, Stefan Vandoren van Bètawetenschappen en Marcel Verweij van Geesteswetenschappen. Vicerector Onderzoek Ted Sanders was de voorzitter van de commissie.
Het nieuwe kader is een aanvulling op het Integraal Afwegingskader Onderzoek uit 2024, waarin verschillende kaders, richtlijnen en gedragscodes over de risico’s en ethische bezwaren in samenwerkingen werden gebundeld.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.