Moet er een alternatief voor de thesis komen?

Bachelorscriptie niet langer vanzelfsprekend voor Geesteswetenschappers

Bachelorscriptie niet langer vanzelfsprekend voor Geesteswetenschappers. Illustratie: Ivana Smudja
Illustratie: Ivana Smudja

Dat universiteiten geschreven afstudeerwerkstukken niet meer kunnen vertrouwen, begrijpt inmiddels iedereen. Om de gevaren van bots als ChatGPT te kunnen weerstaan, komen opleidingen in actie. Maar dat de faculteit Geesteswetenschappen nu oppert dat studenten hun bachelordiploma zouden kunnen halen zónder een scriptie te schrijven, daar begrijpen Eleni Braat en Erik de Lange niets van. Beiden zijn ze docent bij de Utrechtse opleiding Geschiedenis en coördinator van de bachelorscripties.

Braat: “Studenten leren tijdens het schrijven van een bachelorscriptie pas echt hoe ze de fundamenten van wetenschappelijk onderzoek zelfstandig en in samenhang kunnen toepassen. Voor het eerst zelf een planning maken, zelf bronnen zoeken, jezelf verhouden tot de literatuur. Als dat niet meer verplicht is, dan gaat het wetenschappelijk niveau van de opleiding omlaag.”

De Lange: “Voor veel studenten is het schrijven van een scriptie een moeizame worsteling, maar het is ook een unieke en leerzame ervaring. Dat zeggen ze ook vaak na afloop. Het is zonde om hen dat af te nemen. En eerlijk gezegd, is het ook een van de leukste dingen van mijn werk als docent. Je leert studenten echt beter kennen.”

Wat is er aan de hand? De opleidingen van de faculteit Geesteswetenschappen gaan op de schop, noodgedwongen vanwege bezuinigingen. Tegelijkertijd wil het faculteitsbestuur de studies aantrekkelijker maken voor nieuwe studenten. Inmiddels ligt er een voorstel voor een nieuwe opzet van het studieprogramma. Daarbij wordt óók de vraag gesteld of bachelorstudenten hun opleiding per se moeten afsluiten met een scriptie of dat er ook andere afstudeervormen mogelijk zijn waarbij de onderzoeksvaardigheden van studenten getoetst worden. 

Het schrijven van een afstudeerwerkstuk over een zelfgekozen onderwerp is nu verreweg de meest voorkomende manier waarop studenten een opleiding afronden. Maar zou je daarnaast niet kunnen denken aan het schrijven van een advies voor een maatschappelijke organisatie, het maken van een tentoonstelling of het in groepjes werken aan een opdracht van een docent? En wellicht is een specifiek afstudeeronderdeel zelfs overbodig te maken, als opleidingen anders worden ingericht.

Een nieuwe aanpak kan helpen om het AI-gevaar te beteugelen, zo is de gedachte. Op de achtergrond speelt mee dat de Onderwijsinspectie en de NVAO zich zorgen maken over de invloed van kunstmatige intelligentie op de afstudeertrajecten. Daarbij biedt zo’n aanpassing opleidingen de kans om docentenuren slimmer in te zetten en de samenwerking met maatschappelijke partners meer inhoud te geven.

De bedoeling is dat docenten dit voorjaar binnen hun eigen opleidingen bespreken of zij op zoek willen naar alternatieven voor de bachelorscriptie. Die aankondiging leidde tot behoorlijk heftige discussies. 

Critici vrezen dat belangrijke vaardigheden niet meer getoetst zullen worden. Ze wijzen er ook op dat veel docenten helemaal niet zijn toegerust om andere afstudeerproducten, zoals beleidsnota’s of podcasts, te beoordelen. Eventuele aanpassingen zouden daarom tot nog meer werkdruk kunnen gaan leiden.

Bovendien vragen sommigen zich af of het niet gaat om een ordinaire bezuinigingsmaatregel. Studenten doen vaak lang over het schrijven van een deugdelijke scriptie. De rendementen van de cursussen waarin de afstudeerwerken centraal staan, zijn al jarenlang laag. Hoe langer een student over zijn bachelor doet, hoe meer geld dit de faculteit kost.

Katja Rakow en Pieter Huistra kennen de status van de bachelorscriptie als ‘rite de passage’ en de bezwaren van docenten. Zij zijn de onderwijsdirecteuren van respectievelijk het departement Filosofie & Religiewetenschappen en Geschiedenis & Kunstgeschiedenis en maken deel uit van de projectgroep die de discussie over de verplichte bachelorthesis op de agenda zette. 

De twee wijzen erop dat ze opleidingen alleen maar de mogelijkheid willen geven om voor een alternatieve onderwijsvorm te kiezen. Er is geen sprake van een verplichting. Rakow: “Bij sommige opleidingen behoort die scriptie tot hun identiteit, die moeten er vooral mee doorgaan. Bij andere opleidingen is de scriptie niet de meest voor de hand liggende manier om af te studeren. Waarom zouden die niet mogen nadenken over vernieuwing?” 

In andere landen is de bachelorscriptie helemaal niet zo gewoon, vult ze aan. “En zelfs in Utrecht hebben opleidingen van Geesteswetenschappen andere afstudeervormen gekend. Filosofie werkte 15 jaar geleden met een portfolio.”

De onderwijsdirecteuren willen met hun voorstel opleidingen ook helpen om aan te sluiten bij de uitgangspunten van het nieuwe Utrechtse onderwijsmodel. Dat stelt onder meer dat studenten al tijdens de studie kennis moeten kunnen maken met hun toekomstige werkveld. De opleidingen van Geesteswetenschappen zoeken mede daarom steeds vaker samenwerking met maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld via zogenoemde Community Engaged Learning-projecten, waarin studenten samen met partnerorganisaties aan de slag gaan met een vraagstuk.

Rakow: “Je kunt je voorstellen dat die maatschappelijke betrokkenheid ook terugkomt in de vorm van het afstudeertraject. Dat kan dan bijvoorbeeld iets zijn op het gebied van wetenschapscommunicatie of een beleidsadvies. Een klassieke scriptie zullen studenten tijdens hun werkzame leven waarschijnlijk nooit meer hoeven te schrijven.”

Rakow en Huistra hopen daarnaast dat het plan opleidingen meer flexibiliteit geeft. Hoewel ze benadrukken dat er achter de zoektocht naar alternatieven geen bezuinigingsdoelstelling zit, kan die volgens hen wel helpen om het onderwijs efficiënter in te richten.

De scriptiebegeleiding kost volgens Huistra op dit moment bijvoorbeeld veel docenturen; die kunnen mogelijk ook eerder in de opleiding ingezet worden. Daarnaast zouden studiepunten die nu gereserveerd zijn voor het afstudeertraject gebruikt kunnen worden om vakspecifieke cursussen in stand te houden. Een deel daarvan dreigt te verdwijnen in het nieuwe – meer interdisciplinair ingerichte - onderwijsprogramma. “Alternatieve afstudeervormen zouden opleidingen wat ruimte kunnen geven.”

Over de docenten die vrezen voor een hogere werkdruk zegt Rakow: “De discussie wordt nu soms platgeslagen tot ‘nu moet ik mijn studenten een podcast laten maken, terwijl ik niets van podcasts weet’. Maar dat is natuurlijk helemaal niet wat we voorstellen. Je moet werkvormen natuurlijk verbinden aan de expertise van docenten.”

“Overigens”, zo zegt ze, “zijn er ook docenten die nu een hoge werkdruk voelen omdat ze niets afweten van het zelfgekozen scriptieonderwerp van een student die ze begeleiden.”

Lees verder onder kader

‘Een scriptie is niet meer goed te beoordelen’

Een opleiding die al wat langer aan het nadenken is over een nieuw afstudeervorm is Kunstmatige Intelligentie. Daarin werken geesteswetenschappers samen met psychologen en informatici. Volgens universitair hoofddocent Leendert van Maanen was vooral de opmars van AI de prikkel: “Het is op basis van een geschreven scriptie eenvoudigweg niet goed meer te beoordelen of studenten voldoende kennis hebben van de materie.”

Op dit moment werken studenten voor hun afstudeeronderzoek een zelfgekozen onderwerp uit. In de toekomst zullen ze waarschijnlijk afstuderen op een groepsproject rondom een thema. Een individueel geschreven thesis over een deelonderwerp binnen het project blijft onderdeel van het afstuderen, maar zal volgens Van Maanen “niet meer het belangrijkste zijn”.

De UHD denkt dat deze werkwijze de werkdruk op docenten zal verlagen. “De begeleiding kan straks deels groepsgewijs en studenten zullen veel kunnen samenwerken. Dat is waarschijnlijk efficiënter. Maar het is niet waarom we deze omslag willen maken.”

Van Maanen begrijpt dat er ook iets verloren kan gaan als studenten geen bachelorscriptie meer schrijven. “Maar ik zie die worsteling waarover wordt gesproken, dat in je eentje je tanden ergens inzetten, eigenlijk vooral terug bij de masterscripties. In de bachelor zijn veel studenten daar nog niet helemaal aan toe.”

Bachelorscriptie niet langer vanzelfsprekend voor Geesteswetenschappers. Illustratie: Ivana Smudja

Scriptiecoördinatoren Braat en De Lange zeggen blij te zijn dat er niet van bovenaf wordt opgelegd dat opleidingen verschillende afstudeervormen moeten aanbieden. Toch bekijken ze de ontwikkeling met argusogen.

De Lange vindt vooral het uitgangspunt van de projectgroep dat de bachelorscriptie wél behouden moet blijven voor studenten die zich voorbereiden op een onderzoeksmaster en een wetenschappelijke carrière, veelzeggend: “Naar mijn mening is de scriptie als proeve van bekwaamheid superrelevant voor álle studenten. Je leert dingen die ook van belang zijn als je niet in de wetenschap terechtkomt. Nu dreigt er een soort onderzoekselite te komen voor wie die proeve klaarblijkelijk geschikt is en krijgt de rest straks een soort lightversie.”

Braat plaatst ook kanttekeningen bij de grote aandacht voor de relatie met de maatschappij van de UU-opleidingen. “Wat mij betreft ligt die maatschappelijke relevantie in het feit dat we een goede wetenschappelijke opleiding aanbieden aan studenten die de arbeidsmarkt opgaan. We moeten onszelf niet gaan misprijzen of verachten omdat we wetenschappelijk onderwijs aan het verzorgen zijn. Er is helemaal niets mis met het maken van een podcast of het schrijven van een populairwetenschappelijk artikel – integendeel – maar pas nadat het wetenschappelijke grondwerk is gedaan.”

Onderwijsdirecteuren Rakow en Huistra benadrukken dat wat er nu in “de klassieke scriptie gebeurt” straks moet terugkomen in de nieuwe afstudeervormen. Studenten zullen moeten bewijzen dat ze onderzoeksmethoden kunnen toepassen en verantwoorden, dat ze vakliteratuur kunnen verwerken en dat ze een narratief kunnen opzetten.

Huistra: “Wat wij vooral willen zeggen, is dat de scriptie geen doel op zich is. Als opleiding werk je drie jaar lang aan die wetenschappelijke vaardigheden, niet alleen in die afstudeerfase. En dat geldt ook voor die ‘verborgen’ opbrengsten die mensen noemen. Je kunt het doorzettingsvermogen van studenten ook op andere manieren op de proef stellen.”

Rakow en Huistra bespreken de plannen deze maand met bestuurders en opleidingscoördinatoren. De komende maanden gaan docententeams er over praten. Overigens kunnen aanpassingen van de opleidingen pas in de Onderwijs- & Examenreglementen voor 2027-2028 worden opgenomen. Op zijn vroegst over drie jaar zullen er studenten Geesteswetenschap zijn die afstuderen zonder een scriptie te schrijven.

Rakow: “We zijn benieuwd naar de reacties zie we zullen krijgen. Misschien dat er meer opleidingen zijn die zeggen: hier hebben we op gewacht, wij willen experimenteren. Als drie opleidingen met een pilot aan de slag gaan, dan kan dat misschien al als voorbeeld werken voor andere.”

Wat vinden studenten?

Tweedejaars student Taal & Cultuurstudies Bo Kroes kan zich goed voorstellen dat studenten wel oren hebben naar een afstudeervorm waarbij ze een podcast of een tentoonstelling maken, of aan de slag gaan met een maatschappelijk project. Maar zelf lijkt het haar niets, zegt ze in de kantine van de binnenstadsbibliotheek. “Ik weet natuurlijk niet hoe ze dit willen gaan invoeren, maar ik vraag me af of je op die manier wel voldoende verdieping kunt bereiken. Eerlijk gezegd doet dit me denken aan wat ik op het hbo moest doen. En ik heb niet voor niets voor een wetenschappelijke studie gekozen.”

Even verderop maken een masterstudent Religiewetenschappen en net afgestudeerde historicus eveneens de vergelijking met het hbo. “Ik vind niet dat de academie praktischer moet worden”, zegt de historicus. “Maar je treft hier dan ook twee mensen die het erg leuk vinden om onderzoek te doen en om te schrijven”, nuanceert de masterstudent. “We hebben niet voor niets allebei na de bachelor voor een onderzoeksmaster gekozen”, zegt ze. “Maar ik zou toch zeggen dat alle studenten op zijn minst de kleine scriptievariant van 7,5 EC moeten hebben gedaan.”

Ook voorzitter van de studentengeleding in de faculteitsraad Matthijs Brinkhuis denkt dat veel studenten wel wat voelen voor “meer publieks- of maatschappijgerichte” afstudeervormen. Hoewel de studentengeleding ziet dat de plannen voor bepaalde opleidingen van meerwaarde kunnen zijn, is er toch nog veel aarzeling, aldus Brinkhuis.

Zo vragen ook studentleden zich af of de nieuwe afstudeervormen voldoende aandacht zullen hebben voor wetenschappelijke vaardigheden en voor de aansluiting op de masters. Ook zijn er zorgen over extra werkdruk voor docenten. “Wij leren hier ook om goed wetenschappelijk onderzoek te kunnen uitvoeren, en vragen ons als raad af hoe dit goed wordt geborgd in de nieuwe vorm.”

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Advertentie