Opluchting bij opleidingen
Bètabachelors mogen toch als studentassistent werkgroepen leiden
De faculteit Bètawetenschappen kondigde dit voorjaar nieuw beleid voor studentassistenten aan. Dat moest voorkomen dat studenten problemen krijgen als ze les moeten geven aan vrienden, huisgenoten of studiegenoten die ze kennen. Of als ze de toetsen van die bekenden moeten nakijken.
Ook wilde de faculteit verhinderen dat studentassistenten overvraagd worden met taken die ze nog niet aankunnen. In het verleden was er veel ongemak bij studentassistenten, zo bleek uit een verhaal van DUB.
De vraag wat nu wel en wat niet taken van studentassistenten kunnen zijn, leidde tot behoorlijk veel discussies. Zo hadden de vakbonden moeite met de manier waarop de faculteit studentenassistenten bij toetsing wil blijven inzetten, bleek eerder deze maand.
Maar ook binnen de faculteit was er ongerustheid. De vrees was dat ouderejaars bachelorstudenten niet langer werkgroepen van jongerejaars zouden kunnen begeleiden.
Angst voor strikte regels
Het faculteitsbestuur leek daar aanvankelijk strenge restricties voor op te willen opleggen. Dat uitgangspunt leidde begin dit jaar tot veel vragen, onder meer van universitair hoofddocent Laurens van Meeteren. Als gast in een faculteitsraadsvergadering uitte hij zijn bezwaren.
Van Meeteren vond het opvallend dat een universiteit het de eigen studenten lastig wilde maken om onderwijservaring op te doen, zei hij toen DUB hem kort daarna om meer uitleg vroeg. “Dat is vreemd als je bedenkt dat we hier voor een groot deel onze eigen docenten moeten opleiden.”
Veel bachelorstudenten vinden een studentassistentschap volgens hem ook motiverend voor de eigen studie. Ze leren er veel van als ze aan anderen moeten uitleggen wat ze zelf hebben geleerd.
De universitair hoofddocent maakte zich daarnaast zorgen over de consequenties voor zijn opleiding. Het zou moeilijk worden om kleinschalig onderwijs aan te kunnen blijven bieden.
“Dan moeten we harder op zoek naar masterstudenten die studentassistent willen zijn. Dat is lastig, want die hebben vaak minder tijd voor zoiets. Bovendien hebben we best veel studentassistenten nodig. We hebben driehonderd eerstejaars, het is fijn om die op te delen in groepjes van 25.”
De opleiding Biologie zet volgens hem jaarlijks meer dan honderd studentassistenten in. Ze nemen in werkcolleges de stof met de eerstejaars door, helpen bij het maken van opdrachten en doen de nabespreking. Ook begeleiden ze practica en projecten. “Het is eigenlijk heel divers.”
Regels blijken rekkelijk
Inmiddels is Van Meeteren gerustgesteld, zo blijkt als we begin deze maand weer contact met hem hebben. Voor het komend studiejaar heeft hij toch voldoende geschikte masterstudenten kunnen vinden. Bovendien lijkt de soep toch niet zo heet gegeten te worden als hij vreesde.
Volgens de nieuwe regels voor studentassistenten die de faculteit uiteindelijk op intranet publiceerde, mogen bachelorstudenten “onder begeleiding” onderwijs geven in de eigen opleiding, dus als er ook een docent of PhD aanwezig is.
Nu kunnen opleidingen niet altijd beloven dat er iemand in dezelfde ruimte aanwezig is om een studentassistent bij te staan. De vraag was dus hoe de regels precies geïnterpreteerd zouden worden.
Waar het faculteitsbestuur tegen DUB aanvankelijk streng bleef zeggen dat bachelorstudenten niet “zelfstandig” onderwijs mogen geven, blijkt er in de praktijk wel enige rek te zijn.
Volgens hoogleraar Aukje Mantel-Teeuwisse, directeur van de Undergraduate School, vinden zowel het faculteitsbestuur als de bacheloropleidingen immers dat het mogelijk moet blijven om bachelorstudenten in te zetten voor onderwijstaken. Ze hebben daarom samen gesproken over de voorwaarden waaronder dat zou kunnen.
Zo moeten studentassistenten goed worden voorbereid op hun taak. Het mag daarnaast niet gaan om werkcolleges waar nieuwe stof gedoceerd wordt. Maar gemaakte opdrachten bespreken of sommen oefenen met een groep, moet bijvoorbeeld wel kunnen.
En ook moet er altijd een docent beschikbaar zijn om vragen te beantwoorden van studentassistenten die voor de klas staan. Hoe dat georganiseerd moet worden, is aan de opleidingen zelf, zegt Mantel-Teeuwisse. “Dan hebben we het over details en uitwerking. Elke opleiding moet daarvoor de best mogelijke oplossingen bieden.”
Goede voorbereiding
Ook onderwijsdirecteur van Biologie Margot Koster benadrukt de waarde van studentassistenten voor het onderwijs. Zij denkt dat haar opleiding studenten goed voorbereid. Binnen haar opleiding is er ook vrijwel altijd een docent aanwezig wanneer studentassistenten werkgroepen geven. “Alleen in de grote eerstejaars cursussen met veel groepen in verschillende gebouwen is dat niet mogelijk. Daar is dan een docent via Teams te bereiken.”
Vice-decaan Bert Klein Gebbink laat per mail weten dat het facultaire beleid erop is gericht de begeleiding van studentassistenten en de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. "De precieze invulling kan per vak verschillen binnen de gestelde kaders."
Ook didactisch getraind
Van Meeteren begrijpt dat het faculteitsbestuur ervoor wil zorgen dat studentassistenten goed behandeld worden. Hij snapt ook dat er een risico is dat bachelorstudenten in de verleiding worden gebracht om bepaalde studiegenoten die ze beter kennen te bevoordelen.
Volgens hem heeft de opleiding Biologie in de afgelopen jaren allerlei waarborgen ingebouwd om te voorkomen dat dit soort problemen optreden. Wie studentassistent wil worden krijgt een zogeheten Stuko-traject (Student Kwalificatie Onderwijs) aangeboden. Studenten komen daarvoor drie avonden samen en er komt iemand kijken als ze zelf onderwijs geven aan een werkgroep.
Van Meeteren: “Studentassistenten werden vaak alleen op vakinhoud getraind, maar weinig op didactisch gebied. Dat gebeurt nu wel.”
Behalve dat studenten leren hoe ze een werkgroep moeten begeleiden, krijgen ze ook te horen wat ze moeten doen als belangenverstrengelingen of loyaliteitsconflicten dreigen. Zo snel mogelijk melden bij de onderwijscoördinator is voor dat laatste het devies.
Het traject is behoorlijk populair bij studenten, hoewel ze het in hun eigen tijd moeten volgen. Elk jaar doen er zo’n vijftig studenten mee. Van Meeteren: “Studenten vinden het interessant omdat ze een zogenoemde EduBadge krijgen die ze aan hun cv kunnen koppelen. Maar ze willen ook gewoon weten hoe het is om onderwijs te geven, omdat ze bijvoorbeeld nadenken over een loopbaan aan een universiteit.”
En ook de eerstejaars studenten die onderwijs krijgen van hun ouderejaars lijken meer dan tevreden. In sommige cursusevaluaties scoren de studentassistenten beter dan hun docent, weet Van Meeteren. “Die interactie werkt vaak goed. De studentassistenten zijn gemotiveerd en enthousiast, en de studenten zijn blij met aanspreekpunten aan wie ze nog eens een domme vraag durven te stellen.”
“Mijn punt is vooral dat goed getrainde en begeleide studentassistenten veel kunnen bijdragen aan het onderwijs én zelf belangrijke didactische ervaring opdoen. Het lijkt erop dat dat gelukkig niet verloren gaat.”
Verplichting
In de discussie over de nieuwe voorwaarden komt ook vaak de vraag op tafel of studenten niet financieel gecompenseerd moeten worden voor trainingen die ze volgen. Behalve de Stuko-training is er bijvoorbeeld ook een onderwijskundige training ontwikkeld door het Freudenthal Instituut.
Vakbonden stellen zich op het standpunt dat universitair medewerkers – en dat zijn studentassistenten formeel – niet vrije tijd moeten opofferen voor cursussen die ze nodig hebben om hun werk te kunnen doen.
Maar dat is volgens UGS-directeur Mantel – Teeuwisse en onderwijsdirecteur Koster niet van toepassing. In de aanstellingen zit volgens Koster altijd tijd om studentassistenten voor te bereiden op de taken die ze gaan uitvoeren. Trainingen zoals die van Stuko en het Freudenthal zijn facultatief, legt Mantel-Teeuwisse uit. “Studenten worden gestimuleerd dit te doen, maar ze zijn niet verplicht.”
Vice-decaan Klein Gebbink wil niet reageren op vragen over onder meer deze kwestie. "Omdat dit dossier nog in ontwikkeling is en er op dit moment meerdere trajecten parallel lopen, kies ik ervoor de uitkomsten daarvan eerst af te wachten voordat ik verder inhoudelijk reageer."
Karl Strube is studentlid van de faculteitsraad en masterstudent Biologie. Als bachelorstudent heeft hij veel ervaring opgedaan met het begeleiden van werkcolleges. Hij denkt dat er nu een ideale oplossing is gevonden voor zowel studenten, docenten en opleidingen.
“Als opleidingen kleinschalig onderwijs willen blijven bieden zonder docenten meer te belasten, dan kunnen ze niet zonder studentassistenten. En voor studenten is zo’n studentassistentschap heel goed voor hun persoonlijke ontwikkeling en om uit te vinden of het onderwijs iets voor hen is.”
Zelf heeft Strube louter positieve ervaringen. Het begeleiden van werkgroepen heeft hem zelfverzekerder gemaakt. En hij weet nu hoe leuk het is om kennis door te geven. “Het mooiste vond ik als ik iets vertelde dat ik zelf gaaf vond en dat ik dan de ogen van een student zag oplichten. Die passie doorgeven, is heel mooi.”
De faculteitsraad zal de ontwikkelingen rondom de studentassistenten en de discussie over eventuele compensatie voor trainingen volgens hem nauwlettend volgen. Ook als hij zelf deze zomer afzwaait als lid.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.