The neuroscience of dance
De lege dansvloer: waarom we ons brein tekortdoen
Clubs die uitpuilden, dansscholen die overuren draaiden en het ene na het andere dansprogramma dat de ether in werd geslingerd. Ooit was dansen overal. Het maakte niet uit wat je stijl was: zelfs met de Harlem Shake kon je shinen op de dansvloer.
Maar tijden veranderen. Hoewel er net weer twee dansprogramma's op tv te zien zijn en korte TikTok-challenges mateloos populair zijn, sluiten fysieke nachtclubs in rap tempo hun deuren. In tien jaar tijd daalde het aantal discotheken met maar liefst 40 procent, staat in de Volkskrant.
De twintigers van nu staan liever met drankje en telefoon bij de dj-booth dan dat ze zich in het dansgedrang storten. De angst om ‘cringe’ gevonden te worden of voor schut te staan lijkt te regeren. Dansen ‘en public’ voelt voor sommigen als een reliek uit de jaren 10 of uit nog langer vervlogen jaren.
Een gemiste kans. Onderzoek laat namelijk zien dat dansen en andere creatieve activiteiten aantoonbaar goed zijn voor de gezondheid. Dansen is niet alleen een fysieke bezigheid; het is een neurobiologische krachtpatser waar ook neuropsycholoog Erik Scherder graag reclame voor maakt. Maar wat gebeurt er precies in ons brein wanneer we dansen? Is ballroom anders dan streetdance? En tellen die zweterige uurtjes in de club ook mee?
Het brein als choreograaf
Binnen de neurowetenschappen is de neuroscience of dance inmiddels een serieus vakgebied. Dat is niet zonder reden. “Wie danst, doet meer dan bewegen”, legt neuropsycholoog Chris Dijkerman van de Universiteit Utrecht uit. “Het is niet alleen goed voor je lichaam, maar ook voor je leervermogen en geheugen. Onderzoek toont aan dat dansen positieve effecten heeft op motorisch, sociaal-emotioneel en cognitief vlak.”
Dansen is multisensorisch. Wie danst, dwingt zijn brein dus tot topsport. De motorische cortex plant de beweging, de kleine hersenen verfijnen de uitvoering en de auditieve cortex koppelt maat aan timing. Intussen draait de hippocampus overuren om de passen te onthouden. “Dat alles gebeurt vrijwel tegelijkertijd”, aldus de hoogleraar. “Het is een enorme uitdaging voor het brein.”
Dopamine, endorfine en het beloningssysteem
Die inspanning wordt direct beloond. Beweging activeert motorische circuits die nauw verbonden zijn met motivatie en emotie. “Wanneer je beweegt, komen neurotransmitters als dopamine en endorfine vrij,” vertelt experimenteel psycholoog en neurowetenschapper Dennis Schutter van de UU. “Dopamine is de benzine waarop motorische systemen lopen en fungeert als een belangrijk onderdeel van het beloningssysteem. Het beïnvloedt motivatie, plezier, aandacht en stemming. Endorfine werkt pijnstillend en geeft een gevoel van welzijn. Een complexe motorische handeling zoals dansen, gecombineerd met muziek die eveneens beloningsgebieden activeert, maakt dat je je na een goede danssessie gelukkiger voelt.”
Aandacht verleggen en hoofd leegmaken
Dansen als stemmingsverbeteraar. Het klinkt als muziek in de oren. Maar de effecten reiken verder dan dat. Neuropsycholoog Erik Scherder wees eerder op een experimenteel onderzoek waarin een directe relatie werd gevonden tussen complexe bewegingen en angstcircuits in het brein. Met andere woorden: dansen als neurochemische cocktail die angst onderdrukt. “Dansen onderdrukt inderdaad de stressrespons”, licht hoogleraar Schutter toe. “Er zijn verbindingen in het brein zichtbaar die een angstverminderend en stemmingsverbeterend effect kunnen verklaren. Dat betekent natuurlijk niet dat één keer dansen al je problemen oplost, maar de positieve effecten zijn er wel degelijk.”
“Daarnaast werken de beweging en de focus die dans vergt ontspannend. Ze zorgen voor fysieke vermoeidheid en mentale ontlading. Hierdoor slaap je makkelijker en krijgt je brein de kans om te herstellen”, aldus Schutter. “Je aandacht verleggen en je hoofd leegmaken tijdens het dansen kan een groot effect hebben.”
Leerlingen van dansdocent Sophia Maria Kienhuis. Foto Sophia Maria Kienhuis
Een sociaal-emotionele verbinder
Juist de complexiteit maakt dans zo krachtig. Waar bijvoorbeeld hardlopen vooral repetitief is, vraagt dans om voortdurende aanpassing, coördinatie en leren. En dan maakt volgens Dijkerman de dansvorm minder uit dan de intensiteit en regelmaat.
“Bij ervaren dansers zien we langdurige veranderingen in bepaalde hersengebieden en -banen. Sommigen, die betrokken zijn bij motoriek, worden dunner. Dat wijst op efficiëntie”, legt hij uit. “Het brein heeft minder overbodige verbindingen nodig en verwerkt daardoor informatie efficiënter. Andere gebieden, betrokken bij geheugen en sociaal-emotionele informatieverwerking, worden juist dikker. Deze complexe veranderingen noemen we neuroplasticiteit. Meer plasticiteit betekent meer veerkracht.”
Groepsdans voegt daar nog iets aan toe: synchronisatie. Samen bewegen op hetzelfde ritme versterkt sociale verbondenheid. Het brein moet continu afstemmen op sociale signalen. “Dat activeert netwerken die betrokken zijn bij empathie en sociale cognitie”, zegt Dijkerman. “Ook ‘gewoon’ dansen in een club heeft dat effect. De intensiteit kan verschillen, maar elke danservaring is winst. Het sociale aspect is daarom ook ontzettend belangrijk.”
Schutter benadrukt eveneens de sociaal-emotionele dimensie. “Dans heeft iets ritualistisch. Je ziet het in vrijwel alle culturen. In sommige niet-westerse samenlevingen wordt bij mentale problemen zelfs samen gedanst in plaats van gepraat. Dans als collectieve regulatie van stress.”
“Geen tijd voor ruis”
Waar het nachtleven het met steeds minder dansers moet doen, ziet dansdocent Sophia Maria Kienhuis een stabiele instroom bij haar lessen. Ze danst al haar hele leven, van klassiek ballet tot hiphop. Ze studeerde dans en geeft inmiddels zo’n 18 jaar les. Sinds 12 jaar werkt ze bij Cultuurcentrum Parnassos als docent dancemix en modern jazz. Ongeveer driekwart van haar leerlingen is student.
Ze merkt dat doorzettingsvermogen minder vanzelfsprekend is geworden; studenten zeggen sneller af. Maar wie volhoudt, ziet ze zichtbaar groeien. In houding, uitstraling en zelfvertrouwen. In vijftien weken ziet ze leerlingen veranderen. “Ze lachen sneller. Harder. Ze worden relaxter, naar zichzelf en naar anderen.”
Dat hoort ze ook terug. “Mensen denken vaak dat ze niet kunnen dansen. Ze zitten vol belemmerende gedachten. Ik heb ook mijn angsten. Maar ik word de beste versie van mezelf als ik dans. Ik ben niet bezig met wat anderen van me vinden. Ik denk niet ‘ben ik dik of dun’ of ‘wat zij doen ziet er raar uit’. Tijdens het dansen is daar geen tijd voor. Je moet je arm optillen, je been plaatsen, het ritme volgen. Dans dwingt focus af. Er is geen ruimte voor ruis en onnodige spanning.”
Misschien is de vraag dus niet of dansen goed voor ons is, maar waarom we het minder doen. En wat we onszelf ontzeggen als we die dansvloer leeg laten. Kienhuis is wat dat betreft een dansactivist. “Ik geloof er heel hard in. Wees niet zo streng voor jezelf”, zegt ze tegen haar leerlingen. “Mijn doel is dat je op een feest als eerste de dansvloer op durft. Word een firestarter.”
Blijf niet stilstaan. Leer de Harlem Shake
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.