Wetenschapper én muzikant
Deze UU’ers rocken op het podium en in de wetenschap
Wetenschap is ook componeren: ‘De esthetiek van de paragraaf’
Joram Feitsma Foto: Eus Driessen
“Hé, daar gaat Job Roggeveen”, zegt Joram Feitsma. We zitten in een tentje vlakbij het pand van Bestuurs- & Organisatiewetenschap waar Feitsma werkt als docent en onderzoeker. Al direct na onze ontmoeting ziet hij een bekende passeren. Ook een muzikant in het neoklassieke genre. “Zo zie je maar”, zegt Feitsma, “het is een klein wereldje.”
Een wereldje waar hij sinds z’n studententijd in zit. ‘Minimalistische, intuïtieve pianomuziek’ zoals hij neoklassiek zelf noemt. Piano speelt hij al sinds z’n zesde. Toen nog braaf van bladmuziek. Maar op de middelbare school ontdekte hij het componeren. “Achteraf zou ik het meer imiteren noemen”, zegt hij grijnzend. “Je begint met wat je kent.” Hij nam dingen op en zette dat op Soundcloud. Een techno-dj uit Berlijn pikte het op en bij zijn label bracht Feitsma in 2019 zijn eerste plaat Under uit. Sindsdien maakt hij gemiddeld één album per jaar.
“En elke keer denk ik: het kan nog toffer.” Die enorme maakdrift uit zich niet alleen in zijn muziek, want ondertussen is Feitsma ook academicus. “En daarin zie ik wel een parallel. Artikelen zijn ook creaties: iets bedenken, maken en het dan de wereld in sturen. En je denkt na over de esthetiek van de paragraaf.” En bij dat ‘componeren’ van een artikel ziet hij ook terug hoe hij ooit begon met het schrijven van muziek. “Je begint met geïnspireerd raken. Dat is in de wetenschap ook zo: bij het schrijven van een artikel kijk je ook hoe andere artikelen in elkaar zitten.”
Zelfs in onderwerpen zit overlap. Een deel van zijn onderzoek gaat over de vraag of systeemverandering mogelijk is in deze tijd. “Er is een theorie over de cancelation of the future. Een aantal filosofen stelt dat we niet meer in staat zijn om écht een andere toekomst in te beelden. Dat we in een eeuwig nu leven.” Futuring is de hype die momenteel rondgaat in de wetenschap. “Er zijn allerlei instituties die zeggen: we moeten meer begaafd worden in hoe we nadenken over de toekomst.”
En die onzekerheid over de toekomst hoor je terug in Feitsma’s muziek. “Veel neoklassieke muziek is peaceful en sleepy. Zo zie ik mijn muziek niet. Die is wat unheimischer, donkerder. Dat past bij de radicale onzekerheid die deze tijd definieert.” Eén van zijn nummers heet ‘Entzaubert’: ‘onttoverd’. “Max Weber had het al over de ‘onttovering’, de rationalisering, van de wereld. Mijn muziek heeft ook iets machinaals: veel repeterende patronen, eindeloze herhaling. De vervreemding van het moderne bestaan zit er in.”
Zijn onderwijs vergelijkt Feitsma met een perfomance. “Onderzoek doe je allemaal backstage. De spanning voor een training die ik moet geven is vergelijkbaar met die voor een concert.” In beide gevallen moet je kunnen omgaan met onzekere situaties. “Je weet niet wat je aantreft, maar op dat moment moét het gebeuren.” Daarover leerde hij veel tijdens Popronde, het showcasefestival waarbij hij vele zalen aandeed door heel Nederland. “Ik leer honderd dingen per concert. Je moet het ervaren om te weten wat werkt en wat niet.”
Op 11 december speelde hij zijn eerste eigen show in TivoliVredenburg.
Luister naar Joram Feitsma op Spotify
Componeren en onderzoeken: ‘Weten wat werkt door het uit te proberen’
Tom Gerritsen in Paradiso. Foto: Tess Janssen
Toen Tom Gerritsen op z’n 20ste een master Geschiedenis had afgerond, vond hij zichzelf veel te jong om te gaan werken. Hij pakte het vliegtuig naar Canada om daar “echte natuur” te zien. “Fantastisch gaaf”, vertelt hij, “én iets wat ik nu nooit van m’n leven meer zou doen.”
Zijn reis van een jaar startte in Toronto. Geld had hij nauwelijks, dus liftend en couchsurfend reisde hij rond. Bij het Leger des Heils kocht hij tweedehands boeken. “De mensen bij wie ik sliep, moesten gewoon werken. Dus ging ik naar het café om de hele dag te lezen.”
Om wat geld te verdienen, kocht hij een gitaar en ging zingen op straat. Met zijn harde en rauwe stemgeluid trok hij de aandacht. Hij begon zelf te schrijven en inspireerde zijn songs op literatuur, waaronder T.S. Eliot. Daar komt ook de naam van zijn eerste (solo)project vandaan: The T.S. Eliot Appreciation Society. Hij omschrijft zijn muziek van toen als “punkfolk”. “Ik vond het mooi hoe mijn stem rafelde als ik hard zong.” Bob Dylan was een van zijn grootste inspiraties.
“Mijn reis was vooral achteraf gezien romantisch en avontuurlijk, want ik was daar ook hartstikke eenzaam en wist niet goed wat ik met de tijd aan moest.” Maar de liefde voor het maken van zijn eigen muziek bleef toen hij eenmaal terug in Nederland was. Ook hier ging hij optreden. “Ik wilde natuurlijk extreem groot worden.” Hij stond zichzelf toe tot z’n 30ste te leven van muziek. Dat lukte en hij toerde onder andere in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. “Tegelijkertijd wist ik ook wel: dit is geen manier om oud te worden.”
Toen hij de 30 naderde, voelde dat als een natuurlijk moment om een carrièreswitch te maken. Via het secretariaat van Geschiedenis belandde hij in zijn huidige functie van manager van twee interdisciplinaire communities binnen Pathways to Sustainability. Op het grensvlak van onderzoeker en ondersteunend medewerker brengt hij mensen binnen en buiten de universiteit bij elkaar.
Een van de onderwerp waar hij zich in zijn werk mee bezighoudt, is hoe mensen omgaan met de natuur en hoe je die zou kunnen veranderen. Wat doet het met onze relatie met bijvoorbeeld een rivier, als we deze zien als levend wezen in plaats van een gebruiksvoorwerp? Zoals zijn droom met The T.S. Eliot Appreciation Society groot was, droomt hij nu van een paradigmashift. “Hoe we naar de wereld om ons heen kijken is aangeleerd. Ik hoop dat we het onvoorstelbare zo kunnen mainstreamen dat het voorstelbaar wordt.”
Zijn manier van wetenschap bedrijven past bij zijn levensstijl. “Iteratief, heet dat niet zo? Door dingen te proberen uitvinden wat werkt.” Zo benadert hij zijn muziek en zijn werk op de universiteit. En dat werken is niet eens ten koste gegaan van zijn muziek. “Als je alle tijd hebt, zit je ook veel te hangen. Nu probeer ik iedere avond een uur te schrijven. Daarmee kun je ook ver komen.”
Na zijn soloproject startte Gerritsen de band Classic Water. In februari speelden ze de releaseshow van hun tweede album in De Nijverheid in Utrecht. Momenteel nemen ze een nieuwe plaat op. De mentale rust van zijn huidige bestaan is Gerritsen ook wat waard. “De zekerheid dat er rond de 23e van de maand salaris wordt gestort, is een niet te onderschatten factor in levensgeluk.”
Luister naar Classic Water op Spotify
Luister naar The T.S. Appreciation Society op Spotify
Promoveren en muziek maken: ‘College geven is net optreden’
Honey Camp met Karlijn Dinnissen in de Nijverheid. Foto: Charlotte van den Arend
“Ik denk dat het zo rock ’n roll is, als je het zelf wilt maken”, zegt Karlijn Dinnissen lachend over Popronde. Het jaarlijkse rondtrekkende festival is een springplank voor veel jonge bandjes. Met haar band Honey Camp maakt ze Engelstalige indiefolk, herkenbaar door tweestemmige zang en het akoestische geluid van gitaar en banjo; en accordeon, het instrument dat ze op haar 8ste leerde kennen.
De band speelde maar liefst twintig shows. “We gingen er volledig voor.” En dat met bandleden die allemaal een fulltime baan hebben. “We konden het ons niet veroorloven om dus steeds tot het gaatje te gaan, maar we hadden drie keer per week een banduitje. Dat was heel leuk.”
Honey Camp bracht eerder dit jaar haar eerste album uit. Dinnissen schreef samen met band- en voormalig studiegenoot Daan Scherpenzeel de liedjes. Ze maakten voor het eerst samen muziek op het evenement van de studievereniging van Communicatie- & Informatiewetenschappen aan de UU. Hoewel ze de accordeon op haar 16e aan de wilgen had gehangen, bleek het instrument heel goed te passen in de muziek die ze met Daan schreef. “Sindsdien ben ik het steeds meer gaan integreren.” Vaak is het schrijfproces een wisselwerking tussen Dinnissen en Scherpenzeel. “Daan stuurt akkoorden of een melodie naar mij. Soms denk ik: hier krijg ik een gevoel bij dat past bij dat ene zinnetje dat ik ooit op een kladje heb geschreven.”
De muziek bestond altijd naast haar werk. Na enkele jaren in het bedrijfsleven begon de academische wereld te trekken. Als PhD Information & Computing Science doet ze nu onderzoek naar eerlijkheid en transparantie van algoritmes in de muziekwereld en onderzoekt ze onder meer de impact van aanbevelingssystemen van muziekstreamingdiensten. “Dat gaat om gepersonaliseerde playlists, autoplay of wat je ziet op de homepagina van apps als Spotify of YouTube.” Veel artiesten weten dat het belangrijk is, maar begrijpen niet hoe aanbevelingen tot stand komen, ontdekte ze. “En dat vinden ze vaak frustrerend. Tegelijk zijn ze er vrij duidelijk over dat ze hun muziek niet zouden laten beïnvloeden door de algoritmes te snappen. Muziek blijft een creatieve uitlaatklep.”
Voor haar onderzoek interviewde ze naast musici ook luisteraars. Die willen graag meer weten over playlists worden samengesteld: bijvoorbeeld hoe divers de lijst is op basis van gender, nationaliteit, populariteit en genre. Daar kunnen streamingdiensten transparanter over zijn, ook tegenover artiesten. Op conferenties presenteert ze de uitkomsten van haar onderzoek aan die diensten. “Het is heel fijn dat ik weet dat ik mensen bereik. Het zou super zijn als streamingdiensten op basis van dit onderzoek nog actiever aan artiesten gaan uitleggen hoe hun systeem werkt.”
Helpt al die kennis bij de luistercijfers van Honey Camp? “Dat niet”, lacht ze. “Je moet alsnog zelf zorgen dat het bij mensen terechtkomt. Vaak moet je minstens 5000 keer beluisterd zijn voor de algoritmes je muziek oppikken.” Onder meer door Popronde gaat de band wel die kant op. Maar de wereld van de aanbevelingssystemen kent ook voor haar nog veel geheimen. “Streamingdiensten hebben ook hun businessmodel, dus geven niet al hun geheimen prijs. Hun systeem bestaat niet uit één algoritme, maar eerder richting driehonderd.”
Het academische en het muzikantenleven bestaan voor Dinnissen heel goed naast elkaar. Sterker nog: ze ziet best wat overeenkomsten. “In beide werelden is het experimenteren. Ik weet de uitkomst nog niet, behalve: ik wil antwoord op mijn onderzoeksvraag. Bij muziek begin je ook met een idee waarvan je denkt dat het kan werken, maar je moet nog uitzoeken hoe precies.” En college geven is eigenlijk net optreden. “Ik heb nooit moeite gehad met presenteren. “Als ik voor een hele zaal mijn persoonlijke leven tot uiting kan brengen voor mensen die ik niet ken, dan kan ik ook best college geven over iets waar ik veel van weet.”
Luister naar Honey Camp op Spotify
Zes USBO’ers in een band: ‘De hele community stond te hossen’
In glitterpak kwam Jasmijn van Harten het podium op. De band, bestaande uit vijf docenten en onderzoekers* van Bestuurs- & Organisatiewetenscap en een oud-promovenda, was dé verrassing van het feest ter ere van het 25-jarig bestaan van de opleiding. “Mensen dachten: dit wordt niveau groep 8-musical”, vertelt Van Harten. “Maar bij het eerste nummer hadden we de verwachtingen al overtroffen.” De band omschrijft zichzelf als een opzwepende feestband die covers speelt van pop-, rock- en funknummers – vooral geen nummers die saai zijn.
De zes UU’ers hadden de show tot in de puntjes voorbereid. Twee jaar terug al plantte Paul ’t Hart, de drummer, het zaadje voor dit optreden. “We hebben toen een jaar de tijd genomen om iets op te bouwen met elkaar”, vertelt gitarist en zanger Boselie, de andere Paul in de band.
In de band werd hard gelachen om Boselie's minutieuze voorbereiding. Jasmijn: “Paul had een volledig draaiboek gemaakt, inclusief visuele weergave van waar de flesjes water op het podium stonden.” Boselie: “Ik ben van ons de meest uitgesproken controlfreak. En het is bandervaring die ik meeneem vanuit vroeger en een bruiloftsband waar ik nog in zit.” Ook de meeste andere bandleden hebben ervaring met muziekoptredens.
Door samen muziek te maken leerden de UU’ers elkaar op een hele andere manier kennen. “De hiërarchie verdwijnt volledig”, vertelt Van Harten. Boselie beaamt dat: “De manier van feedback geven is heel direct. In ons werk zijn we gewend dat veel subtieler te doen.” Maar, maakten de repetities duidelijk: het blijven wetenschappers. “We hebben eindeloze discussies gehad over de toegift”, vertelt de zangere lachend. Boselie valt haar bij: “We blijven elkaar maar kritisch bevragen en nieuwe ideeën opperen.”
Boselie raadt ieder team aan om samen muziek te gaan maken. “Je krijgt een heel andere band met collega’s. Ik stap makkelijker bij bandgenoten binnen.” Bovendien is het een welkome afwisseling op het werk overdag. “Het vraagt hele andere vaardigheden”, vindt Van Harten. “Je bent niet zo cognitief bezig, maar intuïtief.” Boselie: “Na een repetitie ben ik wel moe, maar op een hele andere manier. Je gebruikt een ander deel van je hersenen.” Hij denkt dat muziek kan helpen om de afstand tussen studenten en docenten te verkleinen. “Ze zien dat wij ook lol kunnen hebben en niet alleen maar met wetenschap bezig zijn.”
Muziek en wetenschap hebben volgens de twee meer met elkaar gemeen dan je zou denken. Voor een zaal staan is voor een groot deel entertainment, vindt Boselie. Het gaat om het krijgen en vasthouden van de aandacht van je publiek. Van Harten: “Veel wetenschappers vergeten een goede performance neer te zetten.” Boselie: “Heel veel wetenschap is verschrikkelijk saai. Wij houden niet van saaiheid. Het is leuk om iets te doen wat mis kan gaan.” Wat dat betreft past de USBand goed in het dna van USBO, vindt Van Harten. “Dat is 25 jaar geleden ook ontstaan vanuit het idee: we gaan iets nieuws en spannends doen.”
*De USBand bestaat uit: Paul ’t Hart op drums, Erik-Jan van Dorp op basgitaar, Maarten Hillebrandt op gitaar, Rosemarie Mijlhoff op toetsen en dus zangeres Jasmijn van Harten en zanger en gitarist Paul Boselie
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.