‘Universiteiten moeten zich niet laten chanteren’

Groot interview met nieuwe collegevoorzitter Hans Brug

Hans Brug. Foto: Bas van Hattum via Universiteit Utrecht
Collegevoorzitter Hans Brug. Foto's: Bas van Hattum via Universiteit Utrecht

“Nou, wat is jullie eerste indruk?” Met een afwachtende glimlach wordt onze vraag aan hem eerst even teruggekaatst. Wie is Hans Brug?, willen we van de nieuwe collegevoorzitter weten. 

Het is een kenmerkend moment tijdens het interview in Brugs nieuwe werkkamer op de vijfde verdieping van het Bestuursgebouw. De bestuursvoorzitter is niet iemand die uit is op sweeping statements

Af en toe is hij even stil voordat hij een antwoord geeft, of parkeert hij lastige vragen even. Soms geeft hij aan nog geen gedetailleerde antwoorden te kunnen geven, aangezien hij nog maar kort aan de UU werkt. Maar op andere momenten reageert hij enthousiast en spontaan of klinkt hij resoluut.

De vraag was aan u: wie is Hans Brug?
“Als je vraagt wie ik ben in mijn nieuwe rol en functie, dan ben ik iemand die zijn best wil doen om de wereld een beetje beter te maken. Ik ben ervan overtuigd dat kennis voor de samenleving daar een heel belangrijke rol bij kan spelen. En ik ben iemand die de indruk heeft dat hij daar tenminste een beetje ervaring mee en verstand van heeft. Daarbij wil ik graag dienend zijn aan de organisatie waarvoor ik werk. Maar dienend leider is wat mij betreft wel wat anders dan ‘bedienend’ leider. Ik ben ook echt wel bereid om een knoop door te hakken als dat nodig is.”

‘Ik stak vol overtuiging mijn vinger op toen deze functie vacant kwam’ 

Het klinkt ietwat abstract: kennis voor de samenleving. Wat bedoelt u daar precies mee?
“Misschien dat ik het beste praktische voorbeelden kan geven. Neem de medische en gezondheidswetenschappen waar ik zelf uit kom. Met epidemiologische kennis over hoe leefstijl met chronische aandoeningen samenhangt, kun je mensen stimuleren hun leefstijl en gedrag te veranderen. Kennis over energiesystemen kan helpen bij het duurzamer maken van de samenleving. En kennis over hoe jeugd zich ontwikkelt, kan je vertalen in beter jongerenbeleid.

“Kennis is de belangrijkste factor om onderscheid te maken tussen zin en onzin. Het is daarmee de basis voor een democratische rechtstaat. Je kunt het zo groot en klein maken als je wilt, maar dat is wat mij drijft en wat ik belangrijk vind.”

Eerder zei u dat het voorzitterschap van de UU eigenlijk de enige functie was waarvoor u uw toppositie bij het RIVM wilde verruilen…
“Ja, het is waar dat ik met volle overtuiging mijn vinger heb opgestoken toen Anton Pijpers vertrok en de positie vacant kwam. Dat heeft alles te maken met die link tussen kennis en samenleving. Die waarde waar ik me al mijn hele loopbaan aan vasthoud, al sinds ik als student voor een studie in Wageningen koos om iets te kunnen doen aan de honger in Afrika.”

En waarom komt de Universiteit Utrecht dan bij uitstek in beeld?
“Ik heb de stellige indruk dat deze universiteit meer inhoud geeft aan het samenbrengen van kennis en maatschappij dan andere universiteiten. Dan heb ik het over houding en gedrag van wetenschappers, maar ook over de strategie van de organisatie. Bij een kennismaking met enkele nieuwe hoogleraren laatst begonnen ze allemaal – zonder dat ik daar opzetjes toe hoefde te geven – over de maatschappelijke relevantie van hun discipline en over de verbinding met andere disciplines.” 

Waar komt dat bij u vandaan? Die wil om met uw kennis iets goeds te doen voor de maatschappij?
“Dat is natuurlijk altijd moeilijk om precies vast te stellen. Maar ik heb een gereformeerde achtergrond. Mijn vader was handelsreiziger, mijn moeder was schippersdochter en naast huisvrouw ook vrijwilliger op verschillende terreinen. Het geloof heb ik op enig moment naast me neergelegd, maar ik herken me nog steeds zeer in de calvinistische grondhouding. De christelijke waarden om iets voor de samenleving te willen betekenen, zitten nog steeds in me.

“Ook de keuze om in Wageningen te gaan studeren was zeker ingegeven door dat idee om iets voor de wereld te kunnen doen. Nu moet ik daarbij wel meteen bekennen dat ik tijdens die studietijd voornamelijk met mezelf ben bezig geweest. Ik trainde heel fanatiek voor mijn sport: triatlon. Ik was behoorlijk competitief totdat een chronische enkelblessure daar een eind aan maakte."

Brug deed zijn vervangende dienstplicht bij TNO en vond daar zijn echte carrièrepad. Er was daar een ervaren afdelingshoofd die hem geduldig en gericht hielp om enkele wetenschappelijke publicaties af te leveren. Die gingen over voeding, leefstijl en gezondheid en dat werd zijn eerste vakgebied. 

“Ja, die ervaring is voor mij een groot geluk geweest. Daar zie je het effect van docenten of begeleiders die hun werk goed en met overtuiging en met motivatie doen. Dat heb ik toen aan den lijve ondervonden. Het is voor mij een echt belangrijke periode geweest.”

U had een goede begeleider. Wat is uw boodschap aan degenen die onderwijs geven aan de UU? 
“Wij mogen – en daar hebben we zelfs ons beroep van gemaakt – jonge mensen helpen, ondersteunen, onderwijzen in een super belangrijke fase van hun leven. Geweldig dat we dat mogen doen. Maar het komt ook met een verantwoordelijkheid dat we dat zo goed mogelijk moeten proberen te doen, zonder ons gek te laten maken. Want er is ook werk-privébalans die ook heel belangrijk is om te bewaken.”

Door de leerervaring bij TNO kwam Brug in aanmerking voor een fellowship van de Nederlandse Kankerbestrijding. Daarin kreeg hij de ruimte om een promotievoorstel te schrijven en zich verder te verdiepen in de maatschappij- en gedragswetenschappen. 

“Ik heb ook dat fellowship als een heel mooie tijd ervaren die ook langer had mogen duren. Soms maak ik weleens de grap dat ik te vroeg bestuurlijke verantwoordelijkheid op me heb genomen en daardoor al heel snel in het zogenoemde bestuurlijke putje ben verdwenen. Maar dat vind ik helemaal niet erg, integendeel. De huidige periode in mijn carrière vind ik zeker zo mooi.” 

Bestuurders hebben nog weleens de illusie dat ze op het puntje van de piramide staan. Brug ziet dat anders, zegt hij.

“Je bent natuurlijk veel vaker de hals van de trechter waar problemen blijven steken die niet elders zijn weggefilterd. In feite is dat een ontzettend interessante plek, want dat betekent ook dat je daar kunt proberen het verschil te maken.”

Hans Brug. Foto: Bas van Hattum via Universiteit Utrecht

‘In de politiek is twijfel een doodzonde, voor ons vooruitgang’

Wat ziet u als uw prioriteit voor de komende jaren als collegevoorzitter van de UU?
“Dat is het vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor de universiteiten en het hoger onderwijs. Ik zie in de bezuinigingen die het vorige kabinet doorvoerde een belangrijke indicatie dat dit draagvlak onder druk staat. Om dat tij te keren, zullen we een aantal belangrijke stappen moeten zetten: vergroten van public- en stakeholder engagement, verbeteren van de samenwerking met stad en provincie, versterken van het kennisnetwerk hier op het Utrecht Science Park. Op al die vlakken en op de afstemming daartussen zou ik stappen willen zetten.”

“Of ik daar concreter over kan zijn? Het zou pedant van me zijn als ik na drie maanden zou zeggen dat ik het hele speelveld overzie. Maar de universiteit heeft ingezet op deze ontwikkeling en ik denk te zien dat we daar nog meer richting aan kunnen geven. Maar kom over een aantal maanden nog maar eens terug als mijn beeld completer is.”

U spreekt over het grote belang van kennis voor de maatschappij. Maar we zien natuurlijk ook dat die kennis steeds meer in twijfel wordt getrokken of zelfs aangevallen. Bij het RIVM heeft u daar tijdens de coronacrisis ook ruimschoots ervaring mee opgedaan. Hoe reageert u op die tendens?
“Mag ik die vraag eerst even relativeren? Want we zeggen vaak dat het vertrouwen in wetenschappelijke kennis afneemt, maar wetenschappelijke evidentie daarvoor is er niet. Het vertrouwen in de wetenschap is groter dan in veel andere sectoren, en het is ook niet gedaald.

“Maar inderdaad, er zijn personen en partijen die de waarde van kennis betwisten, soms juist omdat wetenschappers zoveel twijfel laten zien. In de politiek is twijfel bijna een doodzonde. Voor ons is het onderdeel van de wetenschappelijke vooruitgang. Wij als wetenschappers zullen moeten blijven uitleggen hoe we tot de kennis zijn gekomen. Ook wat onzekerheid rond die kennis betekent. In de discussie tussen wetenschap, politieke besluitvorming en de samenleving betekent dit dat we aandacht moeten houden voor de waarde van onzekerheid. Dat onzekerheid echt iets anders is dan dat we nog geen richtinggevende kennis hebben.

“Heel belangrijk daarbij is dat je wetenschap niet enkel in de samenleving of voor de samenleving doet, maar dat je het ook met de samenleving doet. Dat je werkelijk de samenwerking zoekt bij het verwerven en verkrijgen van kennis. Dat kan ook helpen om het vertrouwen, het begrip, het belang, maar ook de relativiteit van die kennis goed voor het voetlicht te brengen.”

‘Je druk maken over dingen die je niet kunt veranderen, is verloren energie’ 

Zou je kunnen zeggen dat er sprake is van een politieke aanval op de wetenschap?
“Nou dat zou ik niet meteen hardop willen zeggen. Maar we zien op andere plekken in de wereld natuurlijk wel zorgelijke tendensen. Daar moeten we niet blind voor zijn.”

Hoe ga je daarmee om als bestuurder?
“Ik zeg altijd dat we ons moeten concentreren op de zaken waar we zelf invloed op hebben. Laten we het goede zo goed mogelijk doen en dat ook zo goed mogelijk voor het voetlicht brengen. Als het nodig is, reageer je op een zo objectieve en op feiten gebaseerde manier. 

Dat klinkt bijna als een stoïcijn … 
“Het stoïcisme is inderdaad iets dat me houvast biedt. Het zakboekje van Epictetus lees ik regelmatig nog even na. Zo evalueer ik mezelf wekelijks op de vraag: heb ik me nu daadwerkelijk druk gemaakt over en ingezet voor de dingen waar ik zelf invloed op heb? Je druk maken over zaken waar je niets aan kunt veranderen, is immers verloren energie.”

En dat gaat goed?
Lachend: "Dat gaat af en toe hartstikke goed en soms best wel goed. En soms moet ik me er ook weer even aan helpen herinneren.”

'Universiteiten moeten zich niet laten chanteren'

Maar wat doet u als universiteiten nog verder onder vuur komen te liggen? In een opinie op DUB wijst hoogleraar Annelien de Dijn naar de Verenigde Staten waar docenten Plato niet meer kunnen behandelen in de collegezaal op straffe van financiële sancties.

“Wij gaan Plato niet censureren. Not on my watch. Daarin moeten we onze rug recht houden.

“Wat ik denk te zien in de Verenigde Staten – laat ik oppassen met te stellige uitspraken te doen, want ik loop daar niet dagelijks rond – is een vorm van chantage. Belangrijke financiering valt weg wanneer een universiteit niet meebeweegt met wat de overheid wil. Nou: universiteiten moeten zich niet laten chanteren.

Anders?
“Valt je kernwaarde weg. En je kernwaarde is een miljoen keer belangrijker dan een deel van je financiering.”

En die kernwaarde is?
“Autonomie en academische vrijheid. Vanzelfsprekend naast en met maatschappelijke verbondenheid en -relevantie”

Hoe kijkt u in dit kader aan tegen de samenwerking met Defensie? 
“We hebben als Europa en Nederland te werken aan een voldoende weerbare samenleving, gegeven alle geopolitieke ontwikkelingen waar we mee geconfronteerd worden. Als universiteit hebben we ons daar dus ook heel goed toe te verhouden. 

“Het is nu zaak is om daar binnen onze gemeenschap het goede gesprek met elkaar over te voeren. En dat doen we nu ook. 

Defensie stelt natuurlijk andere eisen dan andere partners van de universiteit: op het gebied van veiligheid, privacy, screening van medewerkers, geheimhouding. Dus je moet als onderzoeker misschien wel dieper buigen of dingen doen die niet helemaal passen bij de waarden die we eerder benoemd hebben?
“Soms wel en soms ook niet. Maar dat betekent dus ook dat wij als universiteit steeds potentiële samenwerking moeten toetsen aan onze kernwaarden, waaronder openheid en academische vrijheid.

“Als je vraag is of we bereid zijn onze kernwaarden te grabbel te gooien, omdat bijvoorbeeld anders het geld naar technische universiteiten gaat, dan is het antwoord: ‘Nee'. En dat zullen die technische universiteiten ook niet doen, denk ik.”

Hans Brug. Foto: Bas van Hattum via Universiteit Utrecht

'De geesteswetenschappen zijn een fundament van de samenleving'

U hebt een bèta-achtergrond, u hebt een medisch-epidemiologische achtergrond, u hebt sociaalwetenschappelijk onderzoek gedaan, maar wat is uw affiniteit met de Geesteswetenschappen. Wat is uw boodschap naar die faculteit die een behoorlijke bezuinigingsopdracht heeft gekregen?
“Cultuur en geesteswetenschappen is niet een ornament van de samenleving, maar een fundament. Ik denk dat ik die boodschap niet aan de faculteit Geesteswetenschappen hoef te geven. Ik moet niet te veel over mijn privéleven vertellen misschien, maar mijn partner is werkzaam in de kunst-, cultuur- en creatieve industriesector in Nederland. Dus ik krijg dat aan de keukentafel zeker wel mee en heb daar ook zelf een groot hart voor.

“Ik denk dat de geesteswetenschappen een heel belangrijke rol spelen. En dat ze hier en daar misschien nog een grotere rol zouden kunnen spelen bij het stutten van dat maatschappelijk draagvlak voor het hoger onderwijs en de universiteit. Als je kijkt naar de grote maatschappelijke opgaven, dan hebben we geesteswetenschappers nodig om technische innovaties ook werkelijk te laten landen en er voldoende fundamentele discussie over te voeren.”

'Als inclusiviteit een woke woord is dan ben ik graag woke'

En wat zegt u tegen mensen die universiteiten afschilderen als woke instituten die zich buiten de maatschappelijke realiteit plaatsen?
“Er lopen hier 37.000 studenten rond die zich aan de universiteit ontwikkelen tot kritische wereldburgers die op allerlei plekken in deze samenleving belangrijk werk gaan doen om de wereld een beetje beter te maken. De wereld een beetje beter maken is geen hobby, het is geen linkse hobby en het is geen rechtse hobby. Maar een nuttig, noodzakelijk en gewoonweg superbelangrijk doel.

“Daarnaast moet de universiteit open zijn voor allerlei meningen. Daarbij hoort niet het cancelen van mensen met een linkse of met een rechtse attitude, intentie of gedrag. We zijn een brede universiteit voor iedereen. En als inclusiviteit een woke woord is, dan ben ik graag woke.”

Tijdens een bijeenkomst in het Minnaertgebouw werd laatst gesteld dat de universiteit alleen maar weerbaar kan zijn tegen autocratische krachten als ze zelf democratischer wordt. Ziet u een democratiseringsslag als onderdeel van uw opdracht?
“Op dit moment nog niet. Ik heb pas één vergadercyclus met de Universiteitsraad doorlopen. Daarbij heb ik heel zinvolle en respectvolle, maar ook scherpe interacties met de raad ervaren. Ik wil echt nog even tijd nemen om me een goed beeld te vormen. Daarbij neem ik alle signalen die ik krijg mee.

“Maar ik ben het ermee eens dat voor meer maatschappelijk draagvlak ook een grote betrokkenheid van de universitaire gemeenschap zelf vereist is. Een universitaire gemeenschap die over alle belangrijke onderwerpen het werkelijke gesprek met elkaar voert, is van groot belang” 

Hans Brug. Foto: Bas van Hattum via Universiteit Utrecht

'Dan denk ik: man, wat is hier de levendigheid toegenomen’

Daarbij hoort misschien ook een prettige werkomgeving. Keurmeester NVAO kraakte onlangs harde noten over de weinig inspirerende campus en het gebrek aan ontmoetingsplekken?
“Ik wil allereerst even zeggen dat we niet al te streng moeten oordelen. Als ik terugdenk aan hoe het hier vijf of tien jaar geleden was dan denk ik: man wat is de levendigheid en leefbaarheid hier toegenomen. Ik kan je verzekeren dat ze bij het RIVM in Bilthoven heel veel zin hebben om naar de campus te komen, juist vanwege de dynamiek.

Maar is er niet nog wat meer nodig?
“Ja, dat denk ik wel. Het Utrecht Science Park moet zich blijven ontwikkelen als een superbelangrijke hub voor kennis voor de samenleving. Dat betekent dat mensen hier niet alleen ‘s ochtends heen moeten komen om te werken of studeren om dan ‘s middags weer te vertrekken. Je moet hier ook een prettige wandeling kunnen maken en een goed broodje kunnen eten. En je moet ook nog eens prettig kunnen wonen. Die leefbaarheid zal steeds aandacht moeten krijgen.”

Tot slot, wat zou uw boodschap zijn aan de Utrechtse studenten?
“Gefeliciteerd. Gefeliciteerd dat jullie bij deze mooie universiteit zijn. Met je keuze voor deze universiteit. Want het is een hele mooie universiteit.”

En hetzelfde voor de medewerkers?
“Hetzelfde. Gefeliciteerd dat je hier mag zijn. Dat je hier bent. Dat je hiervoor gekozen hebt. En dank dat ik met jullie mag samenwerken.”

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Advertentie