Maatschappelijke eredoctoraat voor Linda Nooitmeer
'Het eredoctoraat is niet alleen voor mij, maar voor een hele gemeenschap'
Op 1 juli staan Suriname en Nederland stil bij Keti Koti, de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Keti Koti betekent letterlijk: ‘gebroken ketenen’. Voor velen is het een dag van viering, maar in het Surinaamse gezin van Linda Nooitmeer staat de dag in het teken van bezinning.
“Ik ben opgevoed met het besef dat het slavernijverleden nog altijd doorwerkt,” vertelt ze. “Mijn vader, inmiddels 75, zei altijd: ‘Zolang onze broeders en zusters nog niet vrij zijn van de gevolgen van de slavernij, is er geen reden tot feest’.”
Ze vertelt dat haar voorouders op 1 juli naar de kerk gingen of een ritueel bad namen. “Wij bezochten ook wijken in Paramaribo waar nazaten van tot slaaf gemaakten nog steeds in dezelfde omstandigheden als hun voorouders leefden, omdat ze de armoede niet hadden kunnen ontstijgen. Het verleden was nog steeds zichtbaar in het hier en nu.” Die gedachte vormt nu nog steeds de kern van haar werk.
Dit jaar ontvangt Nooitmeer, bestuurder, financieel expert en voormalig voorzitter van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, een maatschappelijk eredoctoraat van de Universiteit Utrecht voor haar bijdrage in het vergroten van publieke bewustwording en erfenis van het Nederlandse slavernijverleden. Een erkenning die voor Nooitmeer verder reikt dan persoonlijke waardering. “Het voelt als een bekroning, maar vooral als erkenning van het slavernijdossier dat lange tijd onderbelicht is gebleven.”
Eredoctoraat moet leiden tot verandering
Het telefoontje van de universiteit kwam onverwacht. Na een werkbezoek in Utrecht, onderweg naar een familieafspraak, werd Nooitmeer benaderd met de vraag of zij voorgedragen wilde worden. “Ik was verrast, maar voelde meteen dat het een grote eer was.” Toch benadrukt ze dat een eredoctoraat alleen betekenis heeft als het leidt tot concrete verandering. “Het mag geen certificaat zijn met wat mooie foto’s dat in de kast verdwijnt. Het moet iets opleveren.”
Volgens haar ligt daar dan ook een duidelijke taak voor universiteiten. “Instellingen als de Universiteit Utrecht hebben niet alleen een academische, maar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid in hoe zij omgaan met hun slavernijverleden. Erkenning is een eerste stap, maar daarna moet je ook kijken naar herstel: hoe geef je daar invulling aan, en hoe ga je om met de doorwerking van dit verleden in de huidige tijd? Als ik daaraan kan bijdragen, doe ik dat graag.”
Hedendaagse ongelijkheid
In haar werk legt Nooitmeer de nadruk op wat zij ‘de doorwerking’ noemt: de manier waarop het slavernijverleden nog altijd zichtbaar is in hedendaagse ongelijkheid. Ze wijst op structurele verschillen in onderwijs, rechtspraak en gezondheidszorg, maar ook op bredere patronen van uitsluiting en de manier waarop kennis en wetenschap lange tijd zijn opgebouwd vanuit een beperkt perspectief.
“De sociaaleconomische positie van mensen met Afrikaanse roots is wereldwijd gemarginaliseerd,” legt ze uit. “Uit onderzoek uit 2023 (Being Black in the EU-rapport van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten) blijkt dat 44 procent van deze groep in Europa zich gediscrimineerd voelt.”
Volgens Nooitmeer komt dat omdat de norm niet neutraal is. “De samenleving bepaalt welke stemmen worden gehoord en welke niet, wie wordt gecompenseerd en wie niet. Met het wetboek in de hand zijn grondrechten geschonden.”
Daarbij verwijst ze onder meer naar het toeslagenschandaal. “Daarbij had 75 procent van de slachtoffers een biculturele achtergrond, en de afhandeling is nog steeds niet afgerond.”
Ook binnen de medische wereld ziet ze hardnekkige aannames terug over verschillen tussen bevolkingsgroepen, die invloed hebben op diagnoses en behandelingen. “Veel onderzoek is gebaseerd op witte mannen. Zo wordt beschreven dat hersenvliesontsteking te herkennen is aan donkerrode vlekjes. Maar die zie je niet bij personen met een donkere huidskleur. Ook in lesmateriaal staan vreemde zaken. Zo wordt er bijvoorbeeld nog vaak van uit gegaan dat mensen met Afrikaanse roots een hogere pijngrens hebben.”
Bewustwording is volgens haar cruciaal. “Als je alleen vanuit één perspectief kijkt, mis je essentiële signalen. Maar wat je eenmaal weet, kun je niet meer niet-weten.”
Herziening of aanvulling onderwijscurriculum
Volgens Nooitmeer moeten deze inzichten hun weg vinden naar het onderwijs. De komende periode gaat ze in gesprek met de Universiteit Utrecht over de invulling van haar rol. Haar ambitie is duidelijk: bijdragen aan duurzame verandering.
“Ik hoop dat er een generatie wetenschappers en docenten opstaat die zich verantwoordelijk voelt om hier kritisch naar te kijken. Dat vraagt om een herziening of aanvulling van curricula, waarin ook andere perspectieven en ervaringskennis een plek krijgen.”
Daarnaast pleit ze voor toegankelijker onderwijs, bijvoorbeeld via studiebeurzen voor studenten met Afrikaanse roots, en voor structurele samenwerking met gemeenschappen die historisch zijn benadeeld.
“Toen ik ging studeren, zat ons gezin in een moeilijke financiële situatie. Ik heb kansen kunnen benutten, maar niet iedereen krijgt die. Ik heb de cijfers niet, maar ik durf te stellen dat er nog steeds ongelijkheid zit in instroom en afstuderen van studenten met een bi-culturele achtergrond. Als universiteit kun je een brug slaan door financiële drempels weg te nemen.”
Voor Nooitmeer is het eredoctoraat dan ook onlosmakelijk verbonden met het bredere debat over herstel. Ze verwijst naar het tienpuntenplan van Caricom, dat pleit voor herstelmaatregelen voor de gevolgen van slavernij en kolonialisme.
“Ik zou het waardevol vinden als we kijken welke onderdelen van dit plan toepasbaar zijn binnen de Universiteit Utrecht, met een horizon van tien tot vijftien jaar. Verandering is niet eenvoudig en zal weerstand oproepen, maar er zijn ook altijd mensen die zich willen inzetten voor vooruitgang.”
‘Ik zie mezelf al instrument’
Hoewel het eredoctoraat een persoonlijke mijlpaal is, ziet Nooitmeer het vooral als een collectieve erkenning. “Dit is niet alleen van mij. Het is voor de gemeenschap, voor de nazaten, voor iedereen die zich inzet voor dit onderwerp. Ik sta op schouders van velen. Ik zie mezelf als een instrument. Het gaat erom dat het werk doorgaat, ook als ik er niet meer ben. Het is geen project van Linda Nooitmeer.”
Volgens haar zijn er de afgelopen vijftien jaar vooral op cultureel vlak stappen gezet, maar loopt Nederland op andere terreinen nog achter. “Ik denk dat we pas echt iets hebben bereikt als de meest kwetsbare mensen, in Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk en in Nederland, merkbaar vooruitgaan. Als een kind dat nu opgroeit in armoede later volwaardig kan meedoen in de samenleving waarvan het deel uitmaakt. Dat is de opdracht die wij hebben. De excuses voor de voorouders zijn geregeld. Ze hebben het respect gekregen dat ze verdienen en gedaan wat ze konden. Nu is het aan ons om verder te bouwen.”
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.