De gezelligheid is terug in de kamer van studievereniging Storm, fotos DUB

Kamers studieverenigingen open als vanouds: Taart voor alle leden

Body: 

Studieverenigingen zijn blij dat de kamers weer open mogen en leden weer net als voor corona gewoon weer mogen chillen in het clubhuis. Maar ze zien ook dat de studenten die met de studie begonnen zijn tijdens corona de kamer wat moeilijker kunnen vinden. U.A.V, Storm en Awater over de hernieuwde vrijheid en de coronajaren.

Read in English

Business as usual, denk ik als ik door de gebouwen in De Uithof loop, op zomaar een doordeweekse dag. Er zijn nog enkele sporen van de coronamaatregelen: een paar verdwaalde desinfectiezuilen en een enkeling met een mondkapje. Studenten lopen alleen of in groepjes rond, zitten aan tafels te eten of te werken. Het is alsof er geen coronapandemie is geweest.

Op een tafel in het Victor J. Koningsbergergebouw ligt De chemograaph, van de scheikundige studievereniging Proton. Tot begin april staan er negen activiteiten aangekondigd, waaronder een symposium, een cantus en een vierdaagse reis naar een nog onbekende Europese stad. In de vrolijke artikelen is geen spoor van corona terug te vinden. BioScope, van de Utrechtse Biologenvereniging, geeft hetzelfde beeld.

Maar niet alles is normaal. Ondanks het optimisme waarmee studieverenigingen hun (vaak uitgestelde) activiteiten weer oppakken, zijn veel  eerste- en tweedejaars studenten afwezig en moeilijk te bereiken.

U.A.V.: ‘Het is echt een verademing dat alles weer kan’

In de kamer van de Utrechtse Aardwetenschappen Vereniging (U.A.V.) zitten ouderejaars studenten Steffi en Jooske. Ze kennen U.A.V. nog van voor corona en weten nog hoe het ‘normaal’ was in de verenigingskamer. “Voor corona hadden we een sociaal leven hier. Tijdens corona waren wij één van de weinige verenigingen activiteiten nog door konden gaan. Veel moest wel online, maar andere verenigingen hebben veel gecanceld.” De eerste- en tweedejaars bleken moeilijker te bereiken. Zij hebben geen geschiedenis met de vereniging, waardoor ze ook minder aangetrokken waren tot online activiteiten met mensen die ze dan toch niet zo goed kennen, zeggen de twee.

Nu is weer een nieuwe fase aangebroken. Jooske: “Je merkt dat iedereen er weer behoefte aan heeft om samen te komen.” Ab Actis Sanne van den Ing: ‘Het is echt een verademing dat alles weer door kan gaan. Sinds kort is ook de verenigingskamer weer open. We hadden hiervoor een statafel met kannen koffie en thee, leden konden langslopen en wij waren hier als bestuur aan het werk. Maar nu is de kamer rond lunchtijd weer echt vol. Het is gelukkig weer bijna helemaal normaal.”

“We kunnen weer doorplannen”, vertelt Sanne over het bestuurswerk. “We maakten wel een jaarplanning, maar moesten steeds alles aanpassen. Aan het begin gingen we er met goede hoop in: iedereen was gevaccineerd, straks had iedereen een booster… Maar in het najaar werd de onzekerheid groter. We hadden de verwachting, de hoop, dat het niet zo erg zou zijn als in ‘20-’21. Dat was verschrikkelijk: alle activiteiten vonden online plaats. Soms zat je stiekem met een vriend of vriendin achter de laptop…”

Ze moesten op zoek naar creatieve mogelijkheden. “Toen alles online moest, mocht je nog wel een groep van twee vormen, daar hebben we toen activiteiten voor verzonnen.” Steffi: “Zo werd een fietstocht georganiseerd, in tweetallen door de stad. Het was begin maart, echt heel koud, maar we zaten de hele middag buiten in het park, terwijl er allemaal groepjes studiegenoten langskwamen.”

Het heftigste was de eenzaamheid. Steffi: “In mijn studentenhuis kregen veel mensen last van depressieve klachten, omdat hun sociale leven helemaal weggevallen was.” Jooske: “Vooral college volgen mis ik wel. Je ziet elkaar en je spreekt sneller studiegenoten aan die je minder snel zou appen, maar waar je wel spontane gesprekjes mee zou hebben. Normale gesprekjes, en niet: kun je je afgelopen jaar even samenvatten?”

Sanne: “Sommige activiteiten zijn verplaatst of samengevoegd. Vorige week hadden we een groot feest dat normaal in het najaar is en dat hebben we gecombineerd met een ander feest. Het is te veel om alles apart in te halen.”

Storm: ‘Contact zoeken met tweedejaars’Ook in de kamer van studievereniging Storm is het gemoedelijk. Een groepje derdejaars studenten vertelt: “Sinds de kamer open mag, zijn we hier vaak te vinden.” Ze begonnen voor corona aan hun studie: ‘We hebben als eerstejaars een normaal begin gehad, na vijf maanden begonnen de lockdowns. Maar we hadden als laatste een gewone introweek, dat was heel gezellig met elkaar. We hebben een goed begin gehad.’

Als corona het onderwerp wordt, is de stemming wat bedrukter. “Tijdens corona was het hier half dicht. Je kon wel koffie en thee halen, maar je mocht niet hier zitten. De kamer is ook een tijdje helemaal dicht geweest, volgens mij.” Een ander vult aan: “Je mocht hier maar met maximaal vier mensen zitten, activiteiten mochten niet en gezelligheid was er ook niet echt.”

Afgelopen december had de Lustrummaand plaats moeten vinden; Storm bestond dertig jaar. Enkele activiteiten konden doorgaan en in het voorjaar haalt Storm de rest in, maar desondanks is de teleurstelling bij iedereen merkbaar. Voorzitter van het Stormbestuur Rik Kleijer, legt uit: “We hebben anderhalf jaar lang aan veertien activiteiten gewerkt. En toen kwam de lockdown. Na een call van vier uur hebben we in aangepaste vorm twee activiteiten door kunnen laten gaan; de rest is uitgesteld naar het voorjaar.

“We konden een symposium over de toekomst van de poolgebieden laten doorgaan, in de Domkerk. We konden met ongeveer honderd mensen op afstand bij elkaar zijn. Daarnaast hebben we nog kunnen wadlopen, midden in de winter. Dat wordt over het algemeen niet gedaan en het was wel érg koud, maar het was heel gaaf dat dat nog door kon gaan.”

Kan Storm terug naar normaal? ”Ja en nee”, zegt Rik. “De buitenlandse reis gaat bijvoorbeeld door. We rijden tegen de klok in langs de Duitse grens. Maar niet alles gaat als vanouds: de huidige tweedejaars konden bijna niks, hebben alles online gedaan. Je ziet bij veel verenigingen dat er in het tweede jaar een ‘gat’ zit. Bij ons ook. We proberen ze via vriendengroepen en commissies te bereiken, erbij te betrekken. Maar dat lijkt tot nog toe lastig.”

Awater: ‘Koffie, taart en een goed gesprek’

(Foto van Awater)

Jaël van Staverden is secretaris van Awater, de studievereniging van Nederlands die de kamer heeft aan De Drift. Ze gebruikt het woord ‘verbinding’ vaak om te benadrukken hoe Awater er zowel tijdens als na corona voor de leden wil zijn.

Ondanks de relatief soepele nazomer kon het kamp voor de eerstejaars niet doorgaan. Awater verzorgde twee dagen met activiteiten, maar zonder overnachting. Maar in het najaar sloeg ook hier de hoop om in teleurstelling. “In principe gingen leden er goed mee om, we zijn een hechte vereniging. Maar ik denk dat iedereen moedelozer was dan in eerdere lockdowns.”

“Toen de maatregelen strenger werden, hebben we bijvoorbeeld een online spelletjesavond georganiseerd, en een online Sinterklaasavond, waar we gedichten voor elkaar schreven. De cadeaus kon je daarna bij ons ophalen.” Online samenkomen is heel anders: “Online is het minder gemakkelijk om gesprekken te voeren. Ik merkte vorig jaar, toen ik veel naar online activiteiten ging, dat het stiller was, moeilijker om in gesprek te gaan. Het is voor eerstejaars veel fijner om elkaar te ontmoeten.”

Wat nu het fijnste is? “Het eerste dat nu weer kan: verenigingskamer opengooien! We hebben taart gekocht voor alle leden want die mogen nu weer langskomen. Nu de kamer weer open is, komen mensen langs voor koffie en een goed gesprek. Dat vinden we het allerbelangrijkste: verbinding tussen de leden. Verder komen er weer veel fysieke activiteiten aan: we hebben maart helemaal vol gepland! Volgende week hebben we het allereerste feest sinds maart 2020, met de andere verenigingen van geesteswetenschappen. Heerlijk!”

Bij Awater gaat de buitenlandse reis niet door. En ook hier zijn er zorgen om het mentale welzijn van studenten, tussen alle beperkingen en online bijeenkomsten. “Nu kunnen ze gelukkig hun ei weer kwijt op de kamer. Daar richten we ons op: wat er wel kan.”

 

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail