Studenten en geld
Kom jij elke maand financieel rond? Deze vier studenten wel
De financiële overgang naar volwassenheid blijkt niet voor elke jongere zo vlekkeloos. Volgens een onderzoek van december vorig jaar ervaart 81 procent van de jongeren geldstress en 64 procent heeft moeite om maandelijks rond te komen.
De cijfers zijn niet verrassend als je denkt aan alle financiële verantwoordelijkheden die om de hoek komen kijken als de tienerjaren voorbij zijn. Een zorgverzekering, zorgtoeslag, telefoonabonnement en voor veel studenten ook nog lasten als huur, boodschappen of een vereniging. Zelfs nu de basisbeurs is teruggekeerd, blijven financiën een kwetsbaar onderdeel voor studenten. Wat is nu eigenlijk verantwoordelijk omgaan met geld?
Karin Radstaak, woordvoerder van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting Nibud weet het antwoord. “Simpelweg wanneer je inkomsten en uitgaven in balans zijn. Een belangrijk onderdeel daarvan is ook vooruitkijken. Dus niet alleen je wekelijkse inkomsten en uitgaven moeten in balans zijn, maar ook die van volgende week, maand en zelfs het volgend jaar.”
Volgens de wet zijn ouders financieel verantwoordelijk voor het levensonderhoud van hun kinderen tot hun 21ste. Ouders van studenten behoren indien mogelijk bij te dragen tot die leeftijd. Van studenten wordt verwacht dat ze werken naast hun studie en desnoods lenen. Het steentje dat de overheid bijdraagt, uit zich vooral in de basisbeurs en daarnaast de aanvullende beurs. Al met al ligt de grootste verantwoordelijkheid bij de studenten zelf om maandelijks rond te komen, daarom benadrukt het Nibud ook het belang van financiële educatie.
En dit begint bij een open gesprek, zonder oordelen of taboes, zegt Radstaak. Vier Utrechtse studenten willen wel hun huishoudboekje openslaan voor DUB en nemen ons mee in hun financiële “normaal”. Hoe komen zij elke maand rond?
Bruno: “Ik moest mijn boodschappen met spaarzegels doen”
Sinds een half jaar houdt Bruno Stoet, vierdejaars student Kunstmatige intelligentie, al zijn geldzaken wekelijks bij in de app Dyme. Hij heeft een budget van 1288 euro per maand.
Hij werkt één keer per week, ontvangt elke maand de uitwonende basisbeurs van 324,52 euro en 200 euro aanvullende beurs, en ten slotte nog 200 euro per maand van zijn ouders. Hiervan betaalt hij zijn huur, boodschappen en zijn vereniging en hij gaat er van stappen. Zijn zorgverzekering en -toeslag heffen elkaar min of meer op.
Hij probeert nu 100 euro per maand te sparen om een buffer op te bouwen. Want hoe trots hij ook is dat alle geldzaken nu netjes worden bijgehouden en hij aan het eind van de maand niet rood staat, is dit niet altijd het geval geweest.
“Er was een punt dat ik met spaarzegels mijn boodschappen deed in de supermarkt omdat mijn geld op was”, vertelt hij. “Ik was toen totaal niet bezig met wat ik uitgaf. Van mijn oma had ik een flinke erfenis gekregen die ik voornamelijk heb uitgegeven aan achteraf onnodige dingen. Ik heb weleens mijn toenmalige vriendin het geld betaald dat ze zou verdienen op haar werk, zodat ze zich ziek zou melden om langer met mij iets te doen.”
Toen de pot op was, leende hij twee maanden geld bij DUO om rond te komen, terwijl zijn ouders dit zwaar ontmoedigden. Tegenwoordig weet hij wel beter en bakt hij pannenkoeken bij Theehuis Rhijnauwen voor de kost.
Lenen bij DUO ligt genuanceerd, zegt Radstaak van het Nibud. “DUO is wel een ander soort lening, omdat de omstandigheden wat gematigder zijn en het een investering in je toekomst is.”
Sanne*: “Mijn ouders hebben mij altijd geleerd om zuinig te leven”
Met de uitwonende basisbeurs, 500 euro van haar ouders en drie keer werken per maand komt derdejaars student Pedagogiek Sanne, maandelijks makkelijk rond. “Mijn huur is het is duurst, die is namelijk bijna 500 euro”, vertelt ze. “Verder geef ik gewoon niet heel veel uit, slechts 150 euro aan boodschappen, 50 aan ov-kosten en 50 aan Orca, mijn roeivereniging. Per maand.”
Voor boodschappen klinkt dat niet als veel. Ze loopt naar de keuken en trekt de koelkast open om te laten zien wat ze in huis heeft. “Kijk, eigenlijk alleen maar ei, brood en melk. Verder eet ik kosteloos bij mijn ouders of met vrienden, wat ook scheelt want dan deel je de kosten.”
Sanne let niet heel erg op haar geld, maar dat komt dus vooral omdat ze ook niet heel veel uitgeeft. Zelden koopt ze nieuwe kleding, dingen voor haar kamer of gaat ze op vakantie. “Eigenlijk zou ik wel iets beter bij moeten houden wat erin en eruit gaat”, vertelt ze. “Maar tot nu toe kom ik altijd aan het eind van de maand uit. Mijn ouders hebben mij altijd geleerd om zuinig te leven. Ook zei mijn moeder altijd dat je van splitten de norm moet maken, zodat er geen scheve verhoudingen binnen vriendengroepen ontstaan.”
Toch zou ze het liefst wel wat meer spaargeld willen hebben en meer willen werken, maar dat zit er nu niet in. Met een bestuursjaar, plekje in een band en soliste in het Nationaal Jeugdkoor heeft ze het al druk genoeg. Sanne: “Volgend jaar ga ik een hbo-opleiding doen en ben ik minder druk op mijn vereniging. Dan hoop ik iets meer tijd te hebben om te werken zodat ik kan gaan sparen voor mijn rijbewijs. Ook krijg ik over anderhalf jaar geen basisbeurs meer, dus wil ik daar ook een buffer voor gaan opbouwen.”
Derek: “Als ik niet uitkom, leen ik de maand erna wat extra bij DUO”
Voor Derek, derdejaars psychologiestudent, was het even schakelen toen vorig jaar zijn basisbeurs afliep. Omdat hij in die periode net was verhuisd en zijn huur flink was toegenomen, moest hij opnieuw naar zijn financiën kijken. Met acht keer werken per maand en momenteel een lening van 400 euro per maand, betaalt hij zijn maandelijkse kosten. 550 euro aan huur, ongeveer 100 euro aan boodschappen en 150 euro aan overige kosten. Derek: “Als ik niet uitkom, leen ik de maand erna wat extra bij DUO.”
Vroeger klopte hij regelmatig aan bij zijn ouders voor wat extra geld. “Op een gegeven moment gebeurde dat iets te vaak”, zegt hij. “Mijn moeder zei dat ik beter iets kon lenen, ook zodat ik dan beter met mijn geld om zou leren gaan omdat ik dan beter kon budgetteren. Nu wijzig ik vaak het bedrag van mijn lening zodat ik niet in de problemen raak. Als ik net een vakantie heb moeten betalen of andere onvoorziene kosten heb, leen ik wat meer. Het liefst zou ik in zo’n maand een dagje extra werken, maar dat komt niet altijd uit met studie of beschikbare uren op het werk.”
Het Nibud geeft aan dat het ook niet de bedoeling is om klakkeloos te gaan lenen, wanneer je ook geld op andere manieren kunt ontvangen, zoals door te werken. Radstaak: “Tegelijkertijd wil je natuurlijk niet nu al in de financiële problemen komen, terwijl de meesten het geld later wel makkelijk terug kunnen betalen.”
Dat is Derek dan ook van plan. Hij leent liever nu af en toe wat, dan dat hij dat later met een baan na zijn studie terugbetaalt. Derek: “Ik vind het niet leuk om ‘gratis’ geld te ontvangen en wil liever op mijn eigen benen staan. Vrienden van mij krijgen vaak geld van hun ouders en kunnen daar dan van op vakantie. Gelukkig kan ik dat makkelijk relativeren en ben ik niet iemand die dan veel gaat lenen om ook mee op vakantie te kunnen.”
Friso*: “Het is lastig inschatten hoeveel je moet sparen”
Friso, tweedejaars student Psychologie, ziet zijn inkomsten en uitgaven als een grote berg en houdt niet echt bij hoeveel geld waaraan wordt uitgegeven. Zijn geld gaat vooral naar eten, uitgaan, en abonnementen zoals zijn Cinevillepas en een donatie aan Artsen zonder Grenzen. Zijn inkomsten bestaan uit de uitwonende basisbeurs, een bijdrage van 400 euro van zijn ouders en zijn salaris van ongeveer 500 euro per maand. Friso werkt in de horeca en probeert zijn contante fooi op te sparen als potje voor de zomer. Elke maand komt hij uit en spaart zelfs wat.
“Soms moet ik aan het eind van de maand wat vooruit lenen aan mezelf, bijvoorbeeld wanneer ik mijn salaris een paar dagen later krijg”, vertelt hij. “Dat betaal ik dan weer aan mezelf terug.” Friso merkt dat veel vrienden wat meer moeite hebben om elke maand rond te komen. Ze moeten meer letten op hun geld en krijgen minder financiële steun van hun ouders.
Maar naast financiële steun heeft hij ook veel financiële vaardigheden van zijn ouders geleerd. Friso: “Mijn opa was ambtenaar en hield zich in zijn baan met geld bezig, ik denk dat hij zijn inzichten heeft doorgegeven in de familie. Zo vertelden mijn ouders mij laatst dat ze vonden dat ik meer moest sparen. De 1000 euro op mijn spaarrekening vonden ze geen goede buffer, nu probeer ik 200 euro per maand te sparen om een grotere buffer te krijgen. Ik vind het best lastig inschatten hoeveel je nou eigenlijk moet sparen als student.”
Daar is Friso niet de enige in. Radstaak van het Nibud geeft als advies om maandelijks 10 procent van je inkomen te sparen. “Dit is gemiddeld het bedrag dat je jaarlijks als buffer nodig gaat hebben. Je kunt dit gebruiken voor een kapotte magnetron, festivaltickets of een nieuwe telefoon.” Wel geeft ze aan dat dit voor iedereen ook weer anders is, vooral voor studenten. Radstaak: “Studenten delen vaak voorzieningen, zoals een wasmachine met huisgenoten. Daarom is het handiger om voor jezelf na te gaan wat jouw onvoorziene kosten zouden kunnen zijn, om zo te bepalen hoeveel je zou moeten sparen.”
*De namen van Sanne en Friso zijn gefingeerd. Ze voelen een klein taboe om openlijk onder hun echte naam over hun financiën te praten. Hun echte namen zijn bekend op de redactie.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.