Wetenschappelijk bewezen beter
Laat laptops in je tas tijdens college!
Buiten is de tweede lenteachtige dag van het jaar in volle gang als in de Bijlhouwer de werkgroepen van het vak Managementwetenschappen samenkomen. Op het eerste gezicht valt er weinig op in de lokalen. De discussie tussen studenten is in volle gang, zoals je tijdens een werkgroep kan verwachten.
Maar wie zorgvuldiger kijkt, ziet dat er iets opmerkelijks aan de hand is. Afgezien van het digitale bord vooraan is er geen beeldscherm te zien. Op de gang legt docent Stef van der Hoeven uit: “Sinds dit jaar is het bij dit vak niet meer de bedoeling dat studenten op de laptop werken.”
Een andere ervaring
Mededocent Roos Mulder sluit aan bij het gesprek. Ze is blij met de verandering. “Het ziet er heel anders uit; eerder doken studenten vaak weg achter hun laptop. Nu is er meer contact met de docent."
Van der Hoeven knikt instemmend: “Ook tussen de studenten onderling. Als ze klaar zijn met een opdracht, wordt het nu lawaaieriger in plaats van stiller.”
Het is overigens niet zo dat er helemaal nooit een computer op tafel verschijnt in zijn colleges. “Bij het bespreken van de leesvragen pakt per groepje iemand even zijn laptop. Het is niet nodig dat studenten de vragen allemaal overschrijven.”
Weerstand bieden
Naast een prettiger contact tussen docenten en studenten is er nog een andere belangrijke reden waarom alle docenten laptops zouden moeten weren, stelt Lars Tummers, hoogleraar Publiek Management & Gedrag van Bestuurs- & Organisatiewetenschap. Het is ook beter voor het opnemen van de stof en voor de studieresultaten,
“Afleiding bestond altijd al, vroeger bestudeerde ik de scheurkalender aan de muur. Maar hoe kun je weerstand bieden tegen tienduizend computerprogrammeurs uit Silicon Valley? Misschien moeten we die strijd gewoon niet aangaan.”
In een LinkedIn-post met de provocerende titel Laptops are great, but not during class, bracht Tummers eind vorig jaar een meta-studie onder de aandacht die laat zien dat de laptop het niet wint van aantekeningen maken met pen en papier.
Onder de studenten klinkt geroezemoes als gevraagd wordt naar hun ervaringen met het laptopvrije onderwijs. “Bij andere opleidingen mogen ze het wel”, vertelt Florijn. “Dat is gewoon gek.” Rondom hem wordt instemmend geknikt.
Bij de werkgroep een lokaal verderop klinkt naast kritiek ook een ander geluid. “Bij het behandelen van de leesvragen is het soms onhandig dat je geen laptop hebt”, zegt Casper “Maar de rest deed ik eigenlijk altijd al op papier.”
Hoogleraar Lars Tummers legt uit dat je een regel als “geen laptops tijdens het college” op de juiste manier moet introduceren bij studenten. “Van tevoren plaats ik een bericht op Brightspace en daarnaast bespreek ik bij het eerste college onderzoeken waaruit blijkt dat pen en papier beter werkt. Zo neem ik studenten vanaf het begin mee.”
Pilot afgebroken
Hoe lastig het kan zijn om laptops buiten de collegezaal te houden, weet communicatiewetenschapper Daniël Janssen. Tien jaar geleden, toen er nog minder kritiek was op digitalisering, was hij al bezig met een pilot om de apparaten de collegezalen uit te krijgen.
Destijds interviewde DUB hem over het effect van laptops in collegezalen. Ook toen baseerde Janssen zich al op wetenschappelijk bewijs.
De pilot werd destijds snel afgebroken vanwege de vele weerstand vanuit zowel studenten als docenten, vertelt Janssen nu. Dat verzet verbaast Janssen nog altijd: “Je hoopt toch altijd dat onderzoeksresultaten leidend zijn.”
Een goed gesprek
De discussie over het gebruik van digitale middelen is ook binnen Bestuurs- & Organisatiewetenschap niet nieuw, zo vertelt Tom Overmans, directeur bacheloronderwijs van het departement. “We zijn altijd bezig met het evalueren van onze werk- en toetsmethoden, Zeker als wetenschappelijk instituut moeten we de wetenschappelijke resultaten daarover erg serieus nemen.”
Toch wil Overmans geen streng verbod. “We zijn een klein departement dat veel met elkaar praat. Het is vervolgens aan de docenten zelf wat ze doen.” Dat beleid houvast kan geven, erkent hij, maar goed bestuur vraagt op dit thema volgens hem eerder om een goed gesprek.
Dat gesprek probeert Lars Tummers in de collegezaal met zijn studenten op gang te brengen. Met zijn LinkedIn-post wilde hij voornamelijk andere docenten aan het denken zetten, onder meer dus over de vraag of de laptop een goed apparaat is om aantekeningen op te maken tijdens colleges. Op basis van de door hem aangehaalde wetenschappelijke studie is zijn antwoord op die vraag: ‘Nee’.
“Ten eerste,” legt Tummers uit, “dwingt papier je om je aandacht bij het college te houden. Zonder laptop ga je in ieder geval minder snel een heel andere taak doen, zoals je mail bekijken.”
“Daarnaast is schrijven op papier trager. Dat lijkt misschien een nadeel, maar juist doordat je niet precies mee kunt typen met wat de docent zegt, verwerk je informatie beter. Je moet kiezen wat je opschrijft en wat niet.”
Stelling nemen
Onder zijn LinkedIn-bericht zijn naast veel positieve ook veel kritische reacties te lezen. “Ik ben verrast dat zulke kleine verschillen worden gebracht als een pedagogische revolutie”, zo klinkt het. En ook: “De studie zegt niets over of er nog betere manieren zijn om aantekeningen te maken.”
Deze reacties verbazen Tummers niet,. “Dat de verschillen tussen laptop en papier klein zijn, was te verwachten. Als dingen superduidelijk zijn, dan hoef je ze ook vaak niet zo te onderzoeken.” Daarnaast is het volgens hem aan een volgende studie om iets te zeggen over ideale aantekenmethodes.
Om zoveel mogelijk mensen aan het praten te krijgen over een onderwerp, is een prikkelende stelling innemen bovendien belangrijk, zo weet Tummers als specialist in gedragsverandering. Wie gedrag wil veranderen met nieuwe kennis, moet die kennis wel weten te verspreiden.
“Praten met mensen die stelling nemen, is veel interessanter dan met mensen praten die zeggen ‘aan de ene kant dit, aan de andere kant dat'. Daar zijn ook veel wetenschappelijke studies naar gedaan. Dus het is balanceren als een soort koorddanser. Aan de ene kant wil je niet te rigide zijn; je bent wel een wetenschapper. Maar aan de andere kant moet je dus ook wel stelling durven innemen om het gesprek op gang te krijgen.”
De docent bepaalt hoe gewerkt wordt in zijn colleges aan de hand van zijn eigen inzichten, ervaring en onderwijskundige kennis.
‘Bij andere opleidingen mag het wel!’—ja, en? Iedere docent werkt anders.
Een college werkt alleen wanneer studenten ‘mindful’ aanwezig zijn en luisteren naar de gedachtes in eigen hoofd. Telefoons en laptops en het idee dat je altijd bereikbaar moet zijn voor de buitenwereld verpesten dat.