Vijf titels die elke student zou moeten lezen
Studententijd volgens het boekje
Al mijn hele leven lees ik graag romans over personages die net iets ouder zijn dan ik, om zo grip te krijgen op de middelbare school, de universiteit of het werkende leven waar ik op afsteven. Meestal geven die boeken een enigszins vertekend beeld van de realiteit, met meer liefdesdriehoeken, complotten en drugs dan ik zelf tot nog toe ben tegengekomen.
Het valt op dat de boeken die ik over het studentenleven heb gelezen, gaan over de losgezongenheid, over de vrijheid jezelf opnieuw uit te vinden, over jeugdige en intellectuele overmoedigheid, en ja, natuurlijk over liefde. Welk beeld van het studentenleven doemt op uit de vijf romans die ik jullie wil aanraden?
Excessief
Ten eerste lijkt een element van een ‘studentenboek’ het excessieve te zijn. De één drinkt te veel; de ander studeert obsessief, en sommigen doen allebei. Ook doemt in deze boeken het beeld op dat de studententijd bij uitstek de kans beidt om jezelf opnieuw uit te vinden. Dat blijkt moeilijker en de mogelijkheden beperkter dan gedacht. De personages vervallen sneller in gewenste rollen dan gehoopt. Het ‘ergens willen bijhoren’, en ‘je mensen vinden’ betekent vaak dat ze zich aanpassen aan een heersende norm binnen een clubje.
Daarbij valt op dat deze boeken aankaarten hoe klassenverschillen de studententijd beïnvloeden. Richard uit De Verborgen Geschiedenis moet zich van betere huize voordoen dan hij is, Connell uit Normale Mensen heeft totaal geen aansluiting met de poshos op Trinity en ook Marie uit De wetten is zich scherp bewust van de verschillen tussen provincialen zoals zij en de kinderen van dorpsnotabelen, die op de universiteit in de meerderheid zijn. Daarin is volstrekt duidelijk wie zich aan moet passen om erbij te horen: de arme jongeling.
Klasseverschillen
De studententijd is misschien ook makkelijker voor wie weet dat de studieschuld makkelijk te overkomen is doordat ze kunnen leunen op het geld van bijvoorbeeld hun ouders, of voor wie de studie wordt betaald door de ouders. Dan maken die dure kamer, jaren studievertraging en slechte baankansen een stuk minder uit. Hoewel dit ook weer niet zaligmakend is, getuige Niemand in de stad.
Nederlanders denken regelmatig dat klasse in Nederland niet bestaat zoals in Angelsaksische landen, maar ook in het Utrechtse studentenleven bestaat dedain richting de provinciaal, de migrant, de studenten die geen ‘ijskast’ zeggen.
Nooit doorsnee maar ook nooit volmaakt
In deze bekende boeken lijkt bovendien geen plek te zijn voor de ‘doorsnee’ student die op kamers woont, maar al helemaal niet voor de thuiswonende student, die braaf elke ochtend de spits trotseert, twee dagen per week werkt om zo alvast de spaarrekening te vullen en het collegegeld te betalen, en geen vriendschappen sluit in het studentenleven, maar vasthoudt aan de kennissenkring thuis. Die student lijkt geen plekje in de literaire canon te krijgen.
Eén van de krachten van studentenboeken is wel dat de personages meestal niet volmaakt zijn. In de boeken kiezen de studenten vaak de slechtst denkbare oplossing, zoals niet communiceren, vluchten of het plegen van strafbare feiten. Dat is voor veel studenten, met hun nog onvolgroeide prefrontale cortex, denk ik heel herkenbaar.
Angst voor de burgermaatschappij
In de romans zit ook een bepaalde afkeer van het naderende einde van de studententijd en de intrede van de middelmatigheid: een kantoorbaan, een stabiele en vaste relatie en een hypotheek. De hoofdpersonen bibberen bij dit vooruitzicht, en dit brengt hen tot dramatische daden, die veelal verder gaan dan beginnen aan een tweede master Creative Writing of drie maanden gaan backpacken door Zuidoost-Azië. Dat lijkt te maken te hebben met een bepaalde drang naar exceptionaliteit - iets dat niet alleen maar in fictie over studenten voorkomt, getuige Simon van Teutems De Bermudadriehoek van talent over studenten die tot het naadje gaan voor een baan bij Morgan Stanley, BCG of de Brauw, en Job van Ballegoijen de Jongs Morgen vertel ik alles, over de tijd dat hij spookstudent was.
Hoe dan ook, deze boeken scheppen verwachtingen over het studentenleven. Ik ken veel mensen die hopen dat ze tijdens hun studententijd een man met een zilveren kettinkje tegenkomen á la Connell, in een vage intellectuele cult vol kraagjes belanden, in een zuipcult rondhangen vol matjes à la het corps, hun studententijd als een grote zoektocht naar zichzelf behandelen, of op zijn minst hopen dat ze dat ze Iets Groots, Meeslepends, en Levensveranderend zullen vinden. Misschien doen ze er goed aan eens deze boeken te lezen over wat dat zou kunnen betekenen.
De titels zijn gebaseerd op een niet-representatieve rondvraag onder studenten op feesten en partijen en op basis van mijn eigen favorieten. Sommige boeken zijn wat ouder, maar wat mij betreft qua thema nog altijd herkenbaar voor veel studenten. Voor de milieubewuste gever: de oudere titels zullen gemakkelijk in kringloopwinkels te vinden zijn. En voor de niet-lezer: sommige titels zijn verfilmd of beschikbaar als tv-serie.
De verborgen geschiedenis (1993) - Donna Tartt
“De sneeuw in de bergen begon te smelten en Bunny was al weken dood voordat we de ernst van onze situatie begonnen in te zien.” In het eerste hoofdstuk van de klassieker De verborgen geschiedenis van Donna Tartt leert de lezer dat student Richard net met vier vrienden hun ‘vriend’ Bunny het ravijn in hebben geduwd. Gaandeweg het boek leren we wat de vrienden hiertoe heeft gedreven. Het antwoord ligt ergens tussen een mix van intellectuele hoogmoed, een culterige professor en te veel drugs in. Tartt is vilein en hilarisch in haar beschrijvingen van de studenten op de campus; naar verluid stonden twee van haar studievrienden model. Velen kennen ze wel: studenten in tweed jasjes, met Plato, Dante of iets anders akeligs onder de arm, en met een net gevormde aardappel in de keel. Komen de vrienden met de moord weg?
Met De verborgen geschiedenis begon Tartt niet alleen een roman en een sterrencarrière, maar een genre: dark academia. Een niet makkelijk te duiden genre waarin de verheerlijking van een oude universitaire sfeer, inclusief inktpotten, elitisme, kleinschalig onderwijs, brilletjes, een herfstige sfeer, een zoektocht naar ‘iets hogers’ en ja - ook moord - centraal staan.
Zin in meer verheerlijking en satire van types op de universiteit? Lees dan Brideshead Revisited van Evelyn Waugh & Bunny van Mona Awad.
Niemand in de Stad (2012) - Philip Huff
Kan een boek over het corps in 2025 nog wel een podium krijgen? Het podium mag er toch zijn, omdat Huff zo lekker schrijft en het boek serieuze thema’s aankaart. In Niemand in de Stad komt hoofdpersoon Philip als corpslid in een Amsterdams dispuuthuis terecht. Daar raakt hij bevriend met daddy issues Matt en de pianospelende intellectueel Jacob.
In het boek volgt een hoop dat menigeen als toxic masculinity of op zijn minst grensoverschrijdend gedrag zou bestempelen, en er wordt aan de lopende band vreemdgegaan en onveilig gesekst. Toch is het boek een heerlijke ode aan nietsnutten en gek doen en mannelijke vriendschap (mannen die met elkaar huilen!), in een tijd waarin mannen vooral ijzer staan te pompen, crypto schijnen te verhandelen en akelig druk zijn met zelfoptimalisatie.
Niemand in de Stad gaat ook over jezelf verliezen, liegen, normvervaging en de prijs daarvan. Het einde ontroert me, en doet eraan denken dat de studententijd voor veel mensen ook de eerste confrontatie is met serieus persoonlijk leed.
Zin in meer universitaire capriolen maar dan wél met condoom? Lees: Porterhouse Blue van Tom Sharpe, of Uf als je een Utrechts UVSV-USC koppel van Jojanneke van den Berge wil volgen dat vorig jaar oktober is uitgekomen.
Normale mensen (2018) - Sally Rooney
Toen ik de afgelopen tijd op feesten en partijen een niet-representatief onderzoek uitvoerde voor dit artikel, noemde mijn onderzoekspopulatie steevast Normal People van Sally Rooney. Normal People volgt de rijke en getroebleerde Marianne en de arme en getroebleerde Connell die samen van de middelbare school in ruraal Ierland naar het chique Trinity College in Dublin gaan. Daar zijn de rollen omgedraaid: waar Connell op de middelbare school de dienst uitmaakte, bloeit Marianne op in de intellectuele kringen van studenten uit gegoede milieus. Door de jaren heen raken Marianne en Connell verzeild in een ingewikkelde knipperlichtrelatie getekend door miscommunicatie, verloochening en klasse-verschillen, maar ze verliezen elkaar nooit uit het oog. Het idee van een relatie die maar niet tot bloei wil komen, omdat één van de twee zich er niet volledig aan over kan of wil geven, is voor veel studenten toch maar al te herkenbaar in een tijd waarin relaties uit zijn en emotionele onbeschikbaarheid in. Tegelijkertijd is het boek gevuld met onvoorstelbaar tedere momenten en kun je het niet laten om te hopen dat de twee elkaar weer zullen vinden.
Zin in meer eenzaamheid, vervreemding en miscommunicatie? Lees dan Norwegian Wood van Haruki Murakami
De wetten (1991) - Connie Palmen
In De wetten laat filosofiestudent Marie Deniet zich zeven keer mansplainen door een astroloog, een epilepticus, een filosoof, een priester, een ethicus, een astronoom, en een psychiater. Dat klinkt als een nachtmerrie, maar het lezen van de roman is een groot plezier, omdat Marie zelf een sterverteller is. Ze erkent zo nu en dan dat de mannen niet al te veel vragen stellen en soms zelf ronduit narcistisch zijn. Toch gedoogt ze ze: Marie is in het boek bezig met een extreme, misschien zelfs wel ultieme, zoektocht naar zichzelf.
Die zoektocht, hoewel vrij serieus van aard en vol verwijzingen naar de academie, speelt zich grotendeels af buiten de universiteit. Hoewel ik vrees dat de wereld niet vol Maries zit, staat ze daarmee wel symbool voor die grote groep studenten die studeert, maar voor wie de universiteit zelf niet centraal staat. Het onderwijs is voor haar grotendeels een kwelling. “Onder het adagium van de zelfwerkzaamheid van de student was het merendeel van de colleges omgedoopt tot werkcollege, wat erop neerkwam dat je gedachten, die je niet had, moest verdedigen tegenover andere studenten, die er ook geen hadden.” Ik vrees dat deze beschrijving van werkgroepen akelig treffend is voor veel studenten, met uitzondering van een ‘megalomane twintigjarige’ hier en daar.
Zin in een andere briljante verteller en een serieuze ideeënroman: lees dan Mating van Norman Rush.
Katabasis (2025) - R.F. Kuang
Misschien wel hét studentenboek van vorig jaar. Boekhandel Broese legde de etalage vol met wel vijf edities van één boek: Katabasis van R.F. Kuang. De personen voor en achter me in de rij kochten het boek óók; de helft van mijn (weliswaar niet zo heel grote) master bleek het boek aan het lezen te zijn en mijn vriend en ik hebben twee dagen amper met elkaar gepraat omdat we zo diep in het boek zaten. De populariteit is misschien merkwaardig gezien de plot: PhD-studenten Alice en Peter dalen à la Dante af in de hel om hun overleden professor terug te krijgen. Alleen zo kunnen ze succesvol promoveren en een mooie aanbevelingsbrief krijgen. Ondertussen blijken ze de nodige onderlinge spanningen te hebben op academisch en romantisch gebied én over het Monty Hallprobleem (dat met die drie deuren). Katabasis roept vragen op: waarom overvragen studenten zichzelf, waar kan dat toe leiden, en hoe zit het met grensoverschrijdend gedrag.
Zin in meer helse studieperikelen en niet bang? Dan kan ik je Ninth House van Leigh Bardugo aanraden.
We zijn benieuwd welke boeken onze lezers missen in dit rijtje. Is een andere roman over studenten volgens jou een mustread? Laat het weten in de comments.
Wat een leuk artikel, en ik heb een paar van de boeken op mijn lijstje gezet. Dankjewel