Docenten en activisme
‘Waarom mag een docent zich niet als een volwaardig mens laten zien tijdens colleges?’
“Activisme is een deel van wie deze docenten zijn”, zegt Kaja Chmielewska. “Het is onderdeel van hun leven. Ze kunnen het niet zomaar uitzetten zodra ze het klaslokaal binnenstappen.”
Het is een van de conclusies uit een klein onderzoek dat Chmielewska samen met Larike Bronkhorst heeft gehouden. De promovendus aan de Universiteit van Antwerpen en de universitair hoofddocent van de Universiteit Utrecht (UU) hebben in totaal vijf docenten geïnterviewd die bekend staan om hun activisme. Een aantal werkt bij de UU en een aantal bij de Hogeschool Utrecht.
De term activisme riep verschillende reacties op bij de geïnterviewden. “Sommigen voelen zich er prettig bij of zijn zelfs trots op het feit dat de term gebruikt wordt om zichzelf en hun werk te beschrijven. Anderen zeggen dat het professioneel is om op te roepen tot actie wanneer de wetenschap duidelijke waarschuwingen afgeeft”, zegt Chmielewska.
Van activistische studenten naar activistische docenten
Ze had voor haar UU-master Educational Sciences: Learning in Interaction ook al onderzoek gedaan naar activisme. Hiervoor verzamelde ze reacties van 39 activistische studenten en afgestudeerden. Universitair hoofddocent Larike Bronkhorst die de opleiding coördineert, begeleidde dit onderzoek.
Chmielewska ontdekte dat activisme voor de bijna veertig studenten niet alleen draait om het deelnemen aan protesten. Het ging hen ook om het organiseren van acties of demonstraties. Ook het bespreken van hun ideeën met studiegenoten, vrienden en familie zowel online als offline, hoort bij hun activisme. De onderwerpen waar de geïnterviewden met name bezig waren, waren met name de klimaatcrisis en intersectionele rechten. “Activisme neemt dus vele vormen aan, en mensen handelen op manieren die bij hen passen.”
Bovendien bleek uit de interviews met de studenten dat zij het waarderen wanneer hun docenten laten zien hoe die proberen de wereld te veranderen. Dit maakte nieuwsgierig. Chmielewska wilde daarom ook het perspectief van docenten in kaart brengen.
Lesgeven als onderdeel van activisme
Dit leidde tot het kleine onderzoeksproject met de titel Teaching to Change the World waarvoor Chmielewska een Yels-beurs ontving. Zij werkte hiervoor samen met Bronkhorst en Marc van Mil van het UMC Utrecht. De interviews met de vijf docenten vonden plaats in 2025 en waren werkzaam bij diverse faculteiten.
Chmielewska en Bronkhorst benadrukken dat het beeld dat de meeste respondenten van activisme hebben, weinig te maken heeft met het idee van sommigen dat activisme hetzelfde is als indoctrinatie. De vijf docenten zeiden dat ze niet probeerden hun studenten te overtuigen van hun gelijk. “Het gaat er hen juist om, om hun studenten zoveel mogelijk handvatten te geven waarmee ze een eigen, goed onderbouwde mening kunnen vormen”, legt Bronkhorst uit.
Voor de docenten betekent activisme in het onderwijs dat ze hun lessen goed voorbereiden en meerdere perspectieven presenteren aan hun studenten. Door middel van discussie in college willen ze de studenten leren kritisch na te denken. De docenten willen zo bijdragen aan een betere wereld.
Volgens deze visie zijn onderwijs en onderzoek op zichzelf al vormen van activisme, zegt Chmielewska. “Een docent legde het als volgt uit: als de wetenschap aantoont dat roken slecht voor de gezondheid is, is het dan niet zijn taak om vanuit het oogpunt van de volksgezondheid de studenten te waarschuwen tegen roken? En als de wetenschap aangeeft dat de klimaatcrisis een enorme bedreiging vormt voor de volksgezondheid, hoort het dan niet bij de taak van docenten om daarvoor te waarschuwen?”
Authenticiteit
De vijf docenten die meededen aan het onderzoek brachten activisme ook in verband met de zorg die ze voelen voor studenten, hun leerproces en hun toekomst. Ook het woord authenticiteit viel. Bronkhorst: “Een docent zei dat hij niet wil dat studenten worden zoals hij, maar dat hij het wel zo eerlijk vindt om hen te laten zien wie hij is.”
Authenticiteit kan ook betekenen dat ze bijvoorbeeld een zin in hun e-mailhandtekening opnemen, buttons dragen of aan studenten vertellen dat ze zich bij Extinction Rebellion hebben aangesloten. Docenten legden uit dat ze bij een demonstratie zijn als persoon of betrokken burger, niet als neutrale overbrengers van kennis – iets wat ze sowieso niet eens voor mogelijk houden. “Voor hen is een neutraal standpunt geen optie, omdat wetenschap op zich al politiek is“, zegt Bronkhorst.
“En omdat ze er open over zijn, kunnen studenten hen daarover vragen stellen en daarvan leren,” voegt Chmielewska toe. De vijf docenten merkten op dat wanneer zij open zijn over wie ze zijn en vertellen waarin ze geloven, studenten zich ook meer op hun gemak lijken te voelen om zichzelf te zijn in de collegezaal.
Reacties van studenten en werkgevers
Niet alle studenten waarderen deze openheid, zegt Bronkhorst. De reacties van studenten varieerden, “zoals altijd”. Een geïnterviewde docent zei dat sommige studenten zich een beetje ongemakkelijk voelden, terwijl een ander werd bekritiseerd door een student die vond dat hij of zij niet kritisch of activistisch genoeg was.
Studenten verwelkomen discussies, hoewel er ook grenzen moeten worden gesteld. Bronkhorst: “Een deelnemer legde uit dat de enige grens het ontkennen van de wetenschap of fundamentele mensenrechten was.”
Ook de manier waarop de universiteit naar docenten kijkt die als activisten worden gezien, kan een probleem vormen. Zo hadden sommige respondenten het gevoel dat hun instelling het niet op prijs stelde wanneer docenten online hun mening uitten, zelfs als ze dat in hun vrije tijd deden.
“Uit de interviews blijkt dat instellingen de neiging hebben om voor bepaalde doelen meer ruimte te bieden dan voor andere“, zegt Bronkhorst. “Er lijkt meer waardering te zijn voor medewerkers die protesteren tegen klimaatverandering en bezuinigingen dan voor degenen die bijvoorbeeld protesteren tegen de genocide in Gaza.”
Emotionele tol
De twee onderzoekers benadrukken dat openheid over activisme een emotionele tol eist van docenten – iets wat ook naar voren kwam bij de studenten die voor het eerdere onderzoek van Chmielewska werden geïnterviewd.
Volgens Chmielewska hebben activisten vaak het gevoel dat ze niet genoeg doen, en moeten ze bovendien omgaan met het openlijk bediscussiëren van zaken die hen na aan het hart liggen. “Dat kan zwaar zijn omdat de wereld er niet altijd om lijkt te geven”, voegt Bronkhorst toe.
Op de vraag hoe de vijf docenten hun succes meten, leggen de twee wetenschappers uit dat het niet hun doel is om studenten protesten te laten organiseren, hoewel ze het wel waarderen als dat gebeurt. Ze willen een omgeving creëren waarin studenten leren kritisch en responsief te denken en te handelen, zoals al eerder werd benoemd.
Als docent waardeert Bronkhorst het idee dat het lesgeven zelf al doordrongen is van de hoop op een betere wereld. “Wij, docenten, kunnen verstrikt raken in deze tredmolen en vergeten dat we alleen al bijdragen aan een betere wereld, simpelweg door ons werk goed te doen. We vergeten misschien wel hoe zinvol dat kan zijn.”
Beetje een gekke kop; het wekt de suggestie dat een docent die zijn persoonlijke mening niet in colleges verwerkt geen "volwaardig mens" is. Het is bovendien een uitspraak die in het artikel helemaal niet terugkomt.