Taalmaatjes op de UU
‘We praten over van alles en nog wat’
Je zou het niet verwachten maar een van de grootste uitdagingen van internationale medewerkers van de Universiteit Utrecht is het vinden van mensen om de Nederlandse taal mee te oefenen. Dat is natuurlijk best raar omdat ze worden omringd door Nederlanders.
Het probleem met veel Nederlanders is dat bijna 95 procent van de bevolking goed Engels spreekt. Nederland staat jaar in jaar uit op nummer 1 op de wereldranglijst van niet-Engelstalige landen als het gaat om hoeveel mensen het Engels goed beheersen. Daardoor schakelen veel Nederlanders over op Engels wanneer ze merken dat iemand de taal met een accent spreekt of moet zoeken naar woorden.
Om de internationale collega te helpen met zijn Nederlands werd in 2020 het Language Buddy-programma gestart, dat gemiddeld 35 buddy-paren per jaar koppelt. Het idee is simpel: twee medewerkers worden aan elkaar gekoppeld en vervolgens ontmoeten zij elkaar regelmatig voor een kop koffie, een wandeling of een lunch. Het maakt niet uit zolang er maar tijd is voor een gesprek.
Programmacoördinator Barbra Nagelhout van personeelszaken van de faculteit Geowetenschappen legt uit dat de collega’s op basis van de voorkeuren van de deelnemers worden gekoppeld. “We houden er bijvoorbeeld rekening mee of iemand op het Science Park of in het centrum werkt.” Verder is de opzet flexibel. Deelnemers bepalen zelf hoe vaak ze elkaar zijn en hoe lang een ontmoeting duurt en wat ze samen zullen gaan doen.
“We clicked right away”
Taalbuddy's Jasmin Logg-Scarvell and Ruth Cramer
Jasmin Logg-Scarvell en Ruth Cramer zijn al 2,5 jaar taalbuddy's. Ze ontmoeten elkaar elke maandagochtend in het Minnaert Café om een uurtje te kletsen.
“Het is een fijne manier om de week te beginnen”, zegt de Australische Logg-Scarvell die een PhD doet bij de faculteit Geowetenschappen. "Ik wilde Nederlands leren omdat het zo mooi klinkt en omdat taal zo'n essentieel onderdeel is van een cultuur. Misschien blijf ik hier na mijn doctoraat, en als ik de taal niet goed spreek, kom ik nergens.”
Ruth Cramer werkt als afdelingsmanager Pedagogiek bij de faculteit Sociale Wetenschappen en besloot taalbuddy te worden nadat ze collega's uit andere landen had ontmoet die Nederlands wilden leren, maar stuitte op het feit dat niemand Nederlands met hen wilde spreken. ”Iedereen denkt: ‘Oh, dat lukt je toch niet’ of ‘Laten we gewoon overschakelen op Engels, dat is makkelijker’.“
De eerste keer
Logg-Scarvell was een beetje verlegen tijdens hun eerste ontmoeting. ”Ik was enthousiast, maar mijn woordenschat was niet groot genoeg om me echt goed uit te drukken.” Dat vond Cramer niet erg. ”Het is prachtig om iemands vooruitgang te zien, vooral als ze zo gemotiveerd zijn als Jasmin.” Ondanks de hiaten in Jasmins woordenschat zeggen ze allebei dat het vanaf het begin klikte.
Sinds die eerste ontmoeting is het een stuk makkelijker geworden om met elkaar een gesprek te voeren. “Vroeger lette ik heel erg op wat ik zei, ik zorgde ervoor dat ik geen te ingewikkelde woorden of zinsconstructies gebruikte, maar dat doe ik nu niet meer zo vaak”, zegt Cramer.
Inmiddels praten ze ook over meer complexe onderwerpen, zoals de verkiezingen in zowel Australië als Nederland of het klimaatbeleid.
Een ander perspectief
Cramer vindt het leuk dat Logg-Scarvell haar een andere kijk op haar eigen taal biedt. “Ik ben bijvoorbeeld gaan nadenken over uitdrukkingen in onze taal die eigenlijk heel raar zijn of nergens op slaan.” Logg-Scarvell: “Soms raken we gefocust op een specifiek woord. Ik vind t heel leuk als dat gebeurt.” Of over nuances in de taal, zegt Cramer. “Er is bijvoorbeeld een verschil tussen happy en glad. Wanneer ben je gelukkig en wanneer ben je blij? En hoe zeg je dat je ergens gemengde gevoelens over hebt?”
Door hierover te praten is niet alleen het Nederlands van Logg-Scarvell verbetert, maar is ook het Engels van Cramer genuanceerder geworden en leert ze typische Australische woorden en de Australische cultuur kennen. Ze hebben hartelijk gelachen om het grote aantal woorden dat Australiërs hebben voor zwemkleding. “Je kunt togs, bathers, cossies, boardies zeggen... We hebben ook budgie smugglers, wat speedo's betekent”, legt de promovendus uit.
Grappige situaties
De taal zorgt regelmatig ook voor grappige misverstanden, vertellen de twee. Als voorbeeld noemen ze het Nederlandse woord vriend, dat zowel ‘vriend’ als ‘partner’ kan betekenen. Als je mijn vriend zegt, bedoel je je partner, een vriend is een gewone, platonische vriend. “Ik moet zeggen dat ik daar nog steeds moeite mee heb”, zegt de Australische. “Het is moeilijk om niet ‘mijn vriend’ te zeggen als je een verhaal vertelt.”
Ook het woord echtgenoot is uitgebreid geanalyseerd door het duo. Echt betekent ‘echt’ en genoot als ‘ik genoot’. Waarop Logg-Scarvell opmerkte: “Dus je echtgenoot is iemand van wie je echt geniet?” Niet wetende dat er ook het zelfstandig naamwoord ‘genoot’ bestaat wat ouderwets is voor metgezel of kameraad. “Toen realiseerde ik me hoe vreemd dit woord is”, zegt Cramer. “En dan heb je ook nog ‘bondgenoten’, ‘soortgenoten’, ‘studiegenoten’...”, lacht ze.
Vrienden
“Ruth is nu meer dan een taalmaatje. Ze is een vriendin”, zegt Logg-Scarvell. “Ik voel me op mijn gemak bij haar en deel veel met haar. Ik vind het inmiddels ook gemakkelijker om in het Nederlands over mijn gevoelens te praten dan in het Engels. Mensen in Australië praten niet zo veel over hun gevoelens. Ruth en ik praten over alles, en ze geeft me advies.”
“Het gevoel is wederzijds”, zegt Cramer. “Hoe leuk is het om elkaar op deze manier, bijna bij toeval, tegen te komen en dan gewoon een klik te hebben? Dat is een geschenk, toch?”
“It’s a win-win situation”
Taalbuddy's Laia Anguix and Mandy Aardenne
Mandy Aardenne en Laia Anguix lijken al jaren vriendinnen terwijl ze elkaar pas een paar maanden kennen. Ze omhelzen elkaar en wisselen cadeautjes uit als ze elkaar ontmoeten in café Minnaert. Mandy heeft voor Laia een tas meegenomen uit Mexico, waar ze onlangs op vakantie was, en Laia heeft voor Mandy een doosje zandkoekjes meegenomen uit Schotland, waar ze een conferentie bijwoonde.
Laia Anguix is postdoc bij kunstgeschiedenis en gespecialiseerd in museumstudies. Ze komt uit Spanje en woont al drie jaar in Nederland. Mandy Aardenne is HR-adviseur bij de Faculteit Geowetenschappen. Ze heeft vier jaar in Mexico gewoond en volgt nu Spaanse lessen, dus ze had een voorkeur voor een buddy die Spaans spreekt. Hoewel de twee meestal Nederlands spreken, helpt de Spaanse Aardenne weleens met haar huiswerk. “Het is een win-winsituatie”, zegt de Nederlandse.
Anguix woont in Eindhoven en ze zien elkaar niet altijd in levende lijve. Hun eerste ontmoeting was online, maar toch voelden ze meteen een klik. “Ik ben meestal verlegen, maar Mandy heeft altijd een goede vraag. Ze weet hoe ze me aan het praten kan krijgen”, zegt de Spaanse.
“Ik heb geen idee waar ze het over heeft!”, lacht Aardenne. Ze denkt even na: “Ik ben gewoon geïnteresseerd in mensen. Als HR-adviseur sta ik ook ver af van onderzoek, dus ik ben nieuwsgierig naar haar werk als postdoc. Ook hier is het weer win-win. Ik leer iets interessants en zij kan praten over iets waar ze veel vanaf weet.”
Op haar gemak
De Spaanse waardeert de wijze hoe haar buddy reageert op het Nederlands van Anguix. Ze heeft een slechte ervaring gehad met een Nederlandse docent. “Die vroeg in een les aan de hele klas: ‘Heeft iemand van jullie verstaan wat Laia zei? Ze sprak zo slecht dat ik er geen woord van begreep.’” Ze schaamde zich zo dat ze de cursus heeft verlaten.
“Ik weet hoe het is om ergens te wonen waar je de taal niet spreekt”, zegt Aardenne. “Het belangrijkste is dat Laia zich op haar gemak voelt als ze spreekt.” Daarom corrigeert ze haar niet voortdurend. “Onze gesprekken gaan niet over grammatica. Als ze ergens moeite mee heeft, probeer ik haar te helpen, maar meestal praten we gewoon over ons leven en dingen die we interessant vinden.”
Anguix heeft inmiddels haar zelfvertrouwen teruggewonnen en volgt weer een cursus Nederlands. “Ik schaam me nu minder als ik fouten maak.”
Gek
Een van de redenen waarom Aardenne aan het programma meedoet, is dat ze het “gek” vindt dat wie Nederlands wil leren in Nederland niet veel mogelijkheden heeft om te oefenen. “Zelfs niet bij het doen van boodschappen met die en obers in restaurants die Engels spreken.”
“Vanuit het oogpunt van gelijkheid, diversiteit en inclusie betekent inclusief zijn ook dat we onze internationale collega's de kans bieden om Nederlands te oefenen”, stelt Aardenne, die zegt dat ze andere Nederlandse collega’s aanmoedigt om mee te doen aan het Language Buddy-programma.
Anguix doet hetzelfde met haar internationale collega's. “Velen van hen denken: ‘Ik blijf hier maar voor korte tijd, waarom zou ik dan Nederlands leren?’ Maar je weet nooit wat er gaat gebeuren. Taal opent altijd deuren. Het maakt je wereld groter, vergroot je kansen en biedt misschien wel onverwachte opties.”
Het Minnaert Café gaat bijna sluiten. De twee buddy's bestellen nog een laatste koffie en laten elkaar foto's van hun honden zien en wisselen verhalen uit. In het Nederlands, natuurlijk.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.