Nieuw boek over Utrechtse verzetsvrouw
Wie was rechtenstudent Trui van Lier die Joodse kinderen redde?
Slechts een plaquette aan de gevel van Prins Hendriklaan 4 herinnert aan deze ‘kinderbewaarplaats’. Studenten hebben het vast weleens gezien als ze een ijsje gingen halen bij Vorst op nummer 6 of een biertje bij Parkcafé op nummer 2. Hier was het waar rechtenstudent Trui van Lier een kinderopvang begon en waar ze na enige tijd ook Joodse kinderen tot 7 jaar tijdelijk onderdak bood.
Journalist en onderzoeker Jim Terlingen heeft net een boek uitgebracht over deze Utrechtse verzetsvrouw. In zijn boek heeft hij de tekst van de folder opgenomen waarmee Trui haar crèche onder de aandacht van mogelijke klanten bracht: ‘Waar weet ik mijn kind goed verzorgd als ik naar den dokter, den tandarts moet, als ik rust moet hebben of bij gezinsuitbreiding…?’ Dat veel van die klanten uiteindelijk joodse kinderen zouden zijn, was bij de opening in 1941 nog niet duidelijk.
Trui en Truus
Trui kwam uit een gezin waarin studeren al heel gewoon was. Ook haar ouders hadden gestudeerd. Haar moeder Corrie Guldensteeden Egeling was eind 19e eeuw één van de weinige, vrouwelijke studenten aan wat toen nog de Rijksuniversiteit Utrecht heette; ze studeerde er Biologie. Haar vader Alfred die joods was, studeerde er Rechten en was enige tijd bestuurslid van het Utrechtsch Studenten Corps, het USC. Trui zelf begon in 1934 aan de studie Geschiedenis, met als doel om lerares te worden. Toen echter de wet passeerde die bepaalde dat vrouwen in het onderwijs ontslagen mochten worden zodra ze gingen trouwen, was bij Trui de motivatie voor die studie zoek en besloot ze te switchen naar Rechten.
Trui werd lid van UVSV, de vrouwelijke tegenhanger van het USC. Die vereniging was mede opgericht door haar moeder – eerst als de vereniging ONS – ontspanning na studie -, later omgedoopt tot de Utrechtsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging. Hier werd zij in 1935 preses – maar slechts voor korte tijd vanwege een ziekte aan de schildklier waaraan ze geopereerd moest worden. Later werd ze weer actief bij UVSV, nu als voorzitter van de novitiaatscommissie
In haar rol als voorzitter van die commissie werkte Trui mee aan de ontgroening van haar zes jaar jongere nichtje Truus van Lier, die ook Rechten ging studeren en die net als Trui was vernoemd naar hun beider oma Geertruida. Deze Truus is in het Utrechtse vooral bekend geworden als ‘de Utrechtse Hannie Schaft’: zij schoot in 1943 de gevreesde NSB hoofdcommissaris van politie Gerard Kerlen op de hoek Walsteeg – Willemsplantsoen dood. De nichtjes hebben hun studie nooit af kunnen maken. Trui vanwege haar werk voor Kindjeshaven, Truus omdat ze werd opgepakt door de Duitsers en werd gefusilleerd.
Trui van Lier, Utrechtse verzetsvrouw. Jim Terlingen
NSB-buurt
De locatie van de crèche van Trui was niet de meest logische voor een in de illegaliteit werkende kinderbewaarplaats. In Utrecht-Oost stikte het van de Duitsers en Duits gezinde Nederlanders. Zo hadden de SS en de NSB aan de Maliebaan hun hoofdkwartier. Trui woonde zelf op steenworp afstand van haar crèche, net als de leider van de NSB Anton Mussert en vele andere NSB-adepten. Zelfs de directe buurman van Kindjeshaven, bakker Pieter Bosch, was NSB-lid van het eerste uur. Aan de overkant op nummer 1 zat een café waar veel Duitse soldaten die in de Kromhoutkazerne – bijgenaamd de Hermann Göringkazerne - gelegerd waren, een borrel kwamen halen. Het is dus een wonder dat uitgerekend op deze plek Trui zoveel Joodse kinderen heeft kunnen laten onderduiken.
Kindjeshaven. Sceenshot uit video 'Omdat hun hart sprak'
Die kinderen waren in veel gevallen afkomstig uit Amsterdam; ze werden aangeleverd door verschillende verzetsgroepen, waaronder het Utrechts Kindercomité. Deze studentengroep haalde kinderen thuis bij Joodse ouders op en bracht ze naar Utrecht, waar ze al snel Kindjeshaven in het vizier kregen als tussenstation voor de allerkleinste kinderen, in afwachting van meer definitieve onderduikadressen – wat later veelal permanente woonadressen werden omdat de ouders niet meer terugkeerden uit de vernietigingskampen.
Het Kindercomité zorgde ook voor een gecodeerde administratie van de kinderen om hen mogelijk na de oorlog weer met hun ouders te kunnen herenigen, de studenten zorgden voor voedselbonnen voor de pleeggezinnen en voor kinderkleertjes. In totaal hebben deze studenten zo’n vierhonderd kinderen uit handen van de Duitsers weten te houden.
Trui van Lier Speelkwartier, Wilhelminapark. Foto: DUB
Bakzeil halen
Het is verbazingwekkend dat Kindjeshaven niet is opgerold. De NSB-banketbakker heeft hoogstwaarschijnlijk geweten dat er zich onder zijn buurkinderen joden bevonden, maar hij heeft hen nooit verraden. Vooral het feit dat Kindjeshaven óók een aantal kinderen van Duitse militairen opving, heeft beschermend uitgepakt. Dit waren vaak kinderen van Duitse mannen en Nederlandse vrouwen die in de crèche werden ondergebracht omdat de moeders werkten en de vaders vaak elders aan het front vochten. Als er een vaderschapsverklaring was, kwamen deze kinderen formeel onder voogdij van de Ortskommandant. Als de Sicherheitsdienst bij Trui aan de deur klopte om kinderen van wie ze het vermoeden hadden dat ze joods waren op te pakken, dreigde Trui dat ze álle kinderen op straat zou zetten, dus ook de kinderen die onder de voogdij van de Ortskommandant vielen. “Dan haalden ze natuurlijk bakzeil”, verklaarde Trui later.
Tot januari 1945 heeft Kindjeshaven gefunctioneerd; vanwege gebrek aan brandstof, schoonmaakmiddelen of stromend water, maar vooral vanwege gebrek aan voedsel, moest Jet de deur sluiten. Trui was toen al gevlucht naar Culemborg omdat ze in de hectiek van Dolle Dinsdag – de dag dat Nederlanders onterecht dachten al bevrijd te zijn - gevaar liep opgepakt te worden. Ze is dan 31 jaar. Jet, toen 24, raakt verliefd op een Canadese bevrijder. Ze volgt hem naar Canada. Tot Trui op haar 88-ste sterft, hebben de twee contact gehouden. In 2020 overleed ook Jet.
Afstudeerscriptie
Het duurt tot 1985 voordat het verhaal van Kindjeshaven bekend wordt; dan schrijft Cor van Dam een afstudeerscriptie over de Jodenvervolging in Utrecht waarin hij gewag maakt van het werk van Trui en Jet. Vervolgens pikt het Utrechts Nieuwsblad het verhaal op, waarna Trui en Jet ook enig eerbetoon ten deel valt, zoals de Yad Vashem-oorkonde en de zilveren stadsmedaille.
Een hofje in Utrecht is vernoemd naar Jet. Trui en Truus hebben een bloemenhulde gekregen: tegenover de plek waar Truus Kerlen doodschoot, aan de Catharijnesingel, bloeien elk voorjaar narcissen die samen de naam Truus spellen. In 2023 is een dergelijke bloembollenhulde ook voor Trui aangelegd, aan de Koningslaan naast het Wilhelminapark – het park waarin de kinderen van Kindjeshaven gingen spelen en waar nu ook een speeltuin naar Trui is vernoemd.
De universiteit gedenkt Trui en Truus - evenals de stuwende kracht binnen het Utrechtse studentenverzet Wim Eggink - met de naamgeving ‘Van Lier en Egginkzaal’ in het Bestuursgebouw.. Trui wordt bovendien nog altijd herdacht binnen UVSV. Het bestuur van deze gezelligheidsvereniging legt jaarlijks op 4 mei een bloemstuk bij Prins Hendriklaan 4-6. Tijdens de introductie wordt van de nieuwe leden verwacht zich in dit stukje verenigingsgeschiedenis te verdiepen.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.