Afstuderen
De laatste loodjes op weg naar het afscheid
Op het moment, en ik meen het, zit ik op een bankje in het prachtige, lange parkje vlakbij het vreselijke gebouw van de Israëlslaan op mijn laptop te tikken. Hier moet ik mijn laatste maanden slijten om mijn felbegeerde papiertje te halen. Althans, dat hoop ik te halen.
Men weet inmiddels wel dat mijn columns nogal reflectief van aard zijn. Ik blijf vaak en graag in het verleden hangen, of beter gezegd: ik probeer mijn eigen verleden steeds opnieuw te verklaren. Maar nu begint er iets vervelends te gebeuren. Ik moet vooruitkijken.
Ik zit nog steeds op dat bankje en ik heb geen zin om naar de les te gaan. De keuze is eenvoudig: skippen, of toch naar binnen om Ido de Haan over onze geschiedenis te horen vertellen. Terwijl ik daarover nadenk, besef ik ineens dat het einde van mijn studie werkelijk in zicht komt.
Dat klinkt mooier dan het voelt.
Want voordat ik plechtig afscheid kan nemen van de universiteit, moet ik nog door een paar hoepels springen. Een laatste vak waar ik mij mentaal nog niet op verheug. Daarvoor moet er een groepsopdracht worden gemaakt, zodat de universiteit mij nog één keer kan herinneren aan het wonderlijke verschijnsel waarvoor vier studenten samen verantwoordelijk zijn maar van wie meestal één student uiteindelijk alles weet. Komt u dit bekend voor?
En dan is er nog de grammaticatoets.
Niet een Spaanse, maar een Nederlandse.
Ik studeer Spaanse taal & Cultuur, maar ergens is ooit besloten dat ik voor mijn diploma ook nog moet aantonen dat mijn Nederlandse grammatica op orde is. Wie dit bedacht heeft, zou ik graag eens spreken. Niet uit woede. Uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid.
Na jaren essays schrijven, literatuur lezen, cultuur analyseren en Spaans studeren, kan ik dus nog struikelen over een Nederlandse grammaticatoets.
Het heeft iets schitterends. Alsof je na een marathon bij de finish wordt tegengehouden, omdat iemand eerst wil weten of je je veters wel volgens de voorschriften hebt gestrikt.
Misschien klinkt het alsof ik vooral weg wil. Dat is niet zo.
Ik ben juist nog niet helemaal klaar om afscheid te nemen.
Dat betreft niet het gebouw aan de Israëlslaan. Dat mag van mij morgen verdwijnen zonder dat ik een traan laat. Ook zal ik deadlines, groepsapps of teksten die om 23.59 uur moeten worden ingeleverd, niet missen.
Maar ik wil Utrecht nog niet achter me laten.
Vooral de wandelingen niet. Even zonder reden door de stad lopen nadat een college is afgelopen. Een omweg nemen terwijl ik eigenlijk naar huis moet. Op een bankje zitten terwijl ik over 20 minuten ergens verwacht wordt. Tijdens mijn studie zijn juist die nutteloze momenten langzaam belangrijk geworden.
Je denkt aan het begin dat studeren draait om vakken, studiepunten en uiteindelijk een diploma. Misschien is dat administratief ook zo. Maar achteraf blijken de dingen die nergens voor meetellen soms het meest te blijven hangen.
Dus nee, dit is nog geen afscheidscolumn. Die komt nog.
Er moet nog geschiedenis worden gevolgd. Er wacht een groepsopdracht. Mijn Nederlandse grammatica moet officieel goed genoeg worden bevonden. En dat papiertje hangt voorlopig nog ergens in de verte.
Ik sta zo maar eens op van dit bankje.
Richting dat vreselijke gebouw.
Daar gaan we weer.
Student Spaanse Taal & Cultuur Samir Ben Tühami is de winnaar van 2026 van de Campuscolumnistwedstrijd van DUB voor de Nederlandstalige pagina. Aan dit deel van de wedstrijd deden zo'n twintig mensen mee. Samir schrijft dit kalenderjaar elke drie weken een column.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.