Waarom ik het lezen ben kwijtgeraakt

Een ode aan het boek

Campuscolumnist 2026: Samir Ben Tühami. Foto: Ivar Pel
Samir Ben Tühami. Foto: Ivar Pel

Genoeg gehad van de ondraaglijke lichtheid van het bestaan anno 2026? Probeer een boek. Als het je nog lukt. 

Na mijn vorige column, vol ellende en beren op de weg, dacht ik: laten we het deze keer over iets luchters hebben. Boeken. Een ode aan lezen.

Maar dan kijk ik naar mijn boekenverzameling die ligt te verstoffen en voel ik pijn in mijn hart. Want het lukt me niet meer om echt te lezen.

Ik kan me de meeloopdag voor de studie Spaans nog herinneren. Wat vond ik dat interessant, uitnodigend. We kregen huiswerk. Goed doordacht, uitdagend. Ik las destijds als een bezetene over Spanje, over Zuid-Amerika, alles wat ik maar kon vinden. Alleen maar om goed over te komen bij de leraren. Tijdens de dag zelf kreeg ik vaak het woord. Ik kon makkelijk in dat stramien van inhoud meekomen.

Maanden later begon ik te studeren. Ik dacht: met alle boekenkennis ga ik de lessen verslaan. 

Maar de kennis matchte niet. Na een tijd verloor ik mijn interesse. Ik las aanmerkelijk minder.

Waarom? Dat vraag ik mezelf al jaren af.

Het antwoord is simpeler dan ik wil toegeven: ik heb in mijn leven altijd gedacht dat lezen iets was om te delen. Lezen was voor mij nooit helemaal privé; er moest een gesprek volgen. Maar met wie moest ik dat delen? Er was niemand. En zo verdwenen de boeken langzaam naar de achtergrond, niet uit huis, wel uit mijn handen. 

Met schrijven ging het precies zo. Mijn schrijfsels werden zelden gelezen. Dus gooide ik het grootste deel weg. Mensen vroegen me later, toen ik later een schrijfwedstrijd won: heb je nog schrijfsels om te lezen? Ik zei: ja, twee boeken geschreven. En dat klopt ook. Die heb ik nog. Maar wat ze niet wisten: bijna 80 procent van alles wat ik ooit schreef, heb ik verwijderd.

En nu ben ik columnist. Ironie ten top.

Dus hier zit ik. Een ode aan het boek te schrijven, terwijl mijn eigen boeken verstoffen.

Maar wacht. Mensen lezen wél. Talloze initiatieven bestaan. Boekenclubs, leesgroepen, literaire avonden. Studenten die Edouard Louis bespreken, die de nalatenschap van Vargas Llosa bediscussiëren, die zelfs Françoise Sagan nog citeren.

Waar zijn ze dan?

Ze zitten vast in de UB. Ik zie ze al zitten, maar ik loop erlangs alsof het een aquarium is. 

Ik kan me herinneren dat ik als tiener voor het eerst Sagan las. Bonjour Tristesse. Wat vond ik dat fantastisch, hoe toepasselijk. Nu denk ik: hoe saai. Maar misschien ligt dat aan mij, niet aan Sagan.

Want lezen is niet iets verhevens. Het is gewoon leuk. Kleine stukjes lezen, je helemaal in iemands leven storten, dat is toch fantastisch?

De universiteit heeft duizenden studenten. Mensen die lezen, die boeken waarderen, die ook zoeken naar gesprek. Maar hoe vind ik ze? Waarom voelt het zo moeilijk om die mensen te vinden?

Dus hier is mijn vraag, aan iedereen die dit leest:

Waar zijn jullie?

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Advertentie