Deepdive: Hoop houden
Het gaat om volhouden, niet om hopen
Het is laat en ik kan niet slapen. Mijn telefoon ligt nog warm naast me en ik heb net weer een half uur door berichten gescrold die ik niet had moeten lezen. Een oorlog, een verkiezing, een grafiek die de verkeerde kant op loopt. Ik leg hem met het scherm naar beneden. In het donker steek ik mijn hand uit naar het boek op mijn nachtkastje. De rug is gebroken op de plek waar ik de vorige keer gestopt ben. Ik sla het open en begin te lezen, en voor het eerst die avond wordt mijn adem rustiger.
Ik denk er niet bij na dat iemand dit ooit heeft geschreven — in een tijd die waarschijnlijk net zo onhoudbaar voelde als de mijne — en dat hij het tóch heeft afgemaakt. Dat denk ik er niet bij. Ik lees gewoon de volgende zin. En dan de zin daarna.
Een tijdje geleden schreef ik dat ik ermee stopte. Met het demonstreren, de felle discussies, de zekerheid dat ik aan de goede kant van de geschiedenis stond. Niet omdat ik van mening veranderde, maar omdat ik de luide versie van mezelf niet meer geloofde. En ik heb sindsdien gemerkt: als je daarmee stopt, blijft de stilte niet leeg. Er blijft iets achter dat veel kleiner is, en veel taaier. Ik ben toch blijven lezen. Ik ben deze stukken blijven schrijven. Voor de rest weet ik het ook niet.
Maar laatst bedacht ik iets bij dat boek op mijn nachtkastje. Václav Havel schreef het toen vanuit een gevangenis in Tsjecho-Slowakije, in een periode die bekend stond als de Normalisatie. Eén brief per week mocht hij sturen, meer niet. Hij had alle reden om de pen neer te leggen. Hij deed het niet. Hij bleef schrijven, brief na brief, week na week, en op een nacht decennia later belandt het in de handen van een inmiddels bijna grijze student in Utrecht die niet kan slapen. Het boek is het bewijs. Niet van een argument, maar van een handeling: iemand hield het lang genoeg vol om de laatste bladzijde te halen.
Zo bezien is volharden geen prestatie van mij alleen. Het is een schakel. Iemand hield vol vóór mij en daarom heb ik iets om te lezen. En als ik vanavond de volgende zin lees in plaats van de telefoon weer op te pakken, dan houd ik de keten heel voor wie na mij komt. Dat is geen gevoel dat ik 's ochtends in mezelf moet opwekken. Het is gewoon iets wat ik doe, zin voor zin.
Ik weet hoe dit klinkt. Alsof een boek de wereld redt. Dat doet het niet. De oorlog is morgen nog steeds een oorlog, de grafiek loopt nog steeds de verkeerde kant op, en geen enkele alinea verandert daar iets aan. Maar de vraag was niet of ik de toekomst kan repareren. De vraag was hoe je het volhoudt. En het eerlijkste antwoord dat ik heb is: door iets kleins te blijven doen dat niet afhangt van de afloop.
De redactie vroeg me om over die vraag na te denken — hoe blijf je hoopvol over de toekomst — en ik heb hem lang voor me uitgeschoven, omdat ik het antwoord niet had. Ik heb het nog steeds niet, niet als antwoord. Maar je leest dit, en dat betekent dat ik het heb afgemaakt. Dat ik op een avond de telefoon heb weggelegd en de volgende zin heb geschreven. En dan de zin daarna.
Student Spaanse Taal & Cultuur Samir Ben Tühami is de winnaar van 2026 van de Campuscolumnistwedstrijd van DUB voor de Nederlandstalige pagina. Aan dit deel van de wedstrijd deden zo'n twintig mensen mee. Samir schrijft dit kalenderjaar elke drie weken een column.
Dank, Samir voor deze hoopvolle column.