De weg naar de universiteit
Waarom ik hier zit
Het schijnt dat ik kan schrijven. Blijkbaar goed genoeg om een jaar columnist te worden. En terwijl ik dit schrijf, studeer ik. Soms krijg ik daarbij het gevoel dat een paar docenten het liefst zouden zien dat ik stop. Alsof mijn aanwezigheid vooral een vergissing is die zichzelf moet corrigeren. Helaas moet ik ze teleurstellen.
Want wie mijn leven een beetje leest, ziet vooral momenten waarop ik had kunnen stoppen. En momenten waarop ik écht gestopt ben.
Door die omwegen moest ik uiteindelijk op latere leeftijd een deel van mijn vwo-vakken later via staatsexamens halen. Alles zelf. En toch: juist daar, in Zwolle, kreeg ik iets terug wat ik onderweg kwijtraakte - waardigheid.
Mede door hen zit ik nu hier.
Ik kom uit een zeer bescheiden milieu. We hadden weinig, maar lezen hoorde erbij. Verder was het jarenlang werken, werken en werken. Aanrommelen. Nooit het idee dat de universiteit voor mij was. Een dubbeltje dat eigenlijk niet had mogen opveren.
Dus toen ik later mijn diploma's wilde halen, voelde dat als een overwinning. Alleen: de ellende die ik onderweg moest slikken, had ik niet zien aankomen. Zoveel beren op de weg.
In mijn gedachten loopt er nog altijd een kale man op hakken door een schoolgang. Niet omdat hakken bijzonder zijn, maar omdat sommige figuren symbool worden voor een sfeer: hier val je snel buiten.
Bevreesd leverde ik mijn stukken voor Nederlands in. Er was een proefwerk met een stuk van Oek de Jong uit de jaren 70, alleen om mensen eruit te jagen met lage cijfers. Wat ook geschiedde. Een mega intelligente vrouw - net als ik op weg naar een diploma - werd gigantisch afgerekend. Zij stopte. Hij was zo blij dat zij was gestopt. Cynisme ten top.
Er was ook een stagiaire met geitenwollensokken (letterlijk), die alles van deze man pikte. Ik moest mijn stukken laten zien. Ik maakte fouten in het Nederlands. Zij zei telkens: “Het is niet erg, want je komt hier toch niet vandaan.” Ik ben hier geboren.
En in diezelfde periode leerde ik nog iets anders: dat het niet alleen over cijfers gaat. Soms gaat het over grenzen, over macht, en over hoe stil een gang kan worden als iedereen iets aanvoelt.
Later had ik nog twee vakken nodig voor het diploma. In het ene vak was ik magistraal, maar de lerares wilde mijn cijfer zo lang rekken totdat ik wegging. Wat ook geschiedde. Een poging tot gesprek liep op niets uit. Achteraf kreeg ik een e-mail van de coördinator: of ik er nog over wilde nadenken, want ik had zo’n goed cijfer gehaald.
Wtf?
Gestopt.
Staatsexamens dus. In Zwolle. Daar voelde ik me welkom. Daar telde wat ik wist.
En nu schrijf ik columns voor DUB. Het kan verkeren.
Wat ga ik schrijven? Alles. Studenten die ik interessant vind. Activiteiten waar ik bij wil meelopen. Leraren die subjectief en cynisch kunnen zijn, maar ook weer geweldige leraren. Ghoststudenten die wel een vak halen.
Mijn ervaringen zijn leidend. Hoe de universiteit eruitziet voor iemand die de lange weg heeft genomen. Wie welkom is en wie niet.
Dit wordt geen objectieve blik. Dit wordt persoonlijk. Subjectief. Gebaseerd op wat ik zie, meemaak, en niet vergeet.
De universiteit is geen neutraal speelveld. Dat weet iedereen. Maar weinigen zeggen het hardop.
Ik wel.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.