Nakijken van een scriptie doe je niet met kruisjes in vakjes

Body: 

Universitair docent Dries van Oosten vindt de klacht dat de werklast voor het nakijken van een scriptie te hoog zou zijn niet terecht. Een student verdient een serieuze, inhoudelijke reactie op zijn of haar werk.

Universitair docent Dries van Oosten vindt de klacht dat de werklast voor het nakijken van een scriptie te hoog zou zijn niet terecht. Een student verdient een serieuze, inhoudelijke reactie op zijn of haar werk.

In het NRC Handelsblad van 29 September 2015 staat een artikel over de werklast van het nakijken van scripties. Dit wordt geïllustreerd door de situatie bij de opleiding Geschiedenis van de Universiteit Leiden te bespreken. Hun opleiding heeft namelijk een aardige tik gekregen bij de laatste onderwijsvisitatie en daarom heeft de faculteit strenge regels gesteld aan de beoordeling van scripties.

De strekking van het artikel is dat altijd twee docenten een scriptie moeten beoordelen en dat er in het geval van een zes een derde docent bij moet worden gehaald. En dat kost docenten heel veel tijd. De auteur van het artikel rekent ons voor dat het nakijken van scripties (gemiddeld zeven per jaar als begeleider en zeven per jaar als tweede examinator) bij elkaar 84 uur per jaar kost. Dit is volgens de auteur met name te wijten aan het gebruik van het “lange beoordelingsformulier”.

Nu ben ik de eerste om te zeggen dat lange formulieren geen plaats hebben in de beoordeling van een onderzoeksstage. Tijdens een onderzoeksstage maakt een student deel uit van een groep en moet daarom op dezelfde manier worden behandeld als de andere leden van de groep. Dat wil zeggen dat hun functioneren moet worden beoordeeld aan de hand van een open gesprek, waar vervolgens een verslag over wordt geschreven. Net als bij een b&o gesprek, het beoordelings- en ontwikkelgesprek zoals medewerkers dat hebben. Een student verdient namelijk een inhoudelijke reactie op zijn/haar werk en dat moeten we niet willen reduceren tot het zetten van kruisjes in vakjes.

Een probleem met het artikel in de NRC is dat het voorbeeldformulier wat wordt getoond niet van de Universiteit Leiden maar van de Radboud Universiteit is en overigens ook niet erg lang; naar de lengte van het Leidse formulier kunnen we slechts gissen. Daarnaast vind ik drie uur voor het beoordelen van de bachelorscriptie eerlijk gezegd nogal karig, vooral gezien de tijd die (in een ideale wereld) de student erin gestoken heeft. Voor een scriptie van 15 EC zou die in de orde van 200 uur moeten liggen.

Misschien heb ik er een wat naïeve kijk op, maar ik wil dat studenten in mijn groep iets doen wat nuttig is voor ons onderzoek, omdat ze zich alleen op die manier als onderzoekers kunnen bewijzen. Maar als het nuttig is voor mijn groep, kan ik er moeilijk over klagen dat het beoordelen me veel tijd kost. Ik zal pas klagen als we kruisjes in vakjes gaan zetten om te laten zien dat we standaarden handhaven, zonder daarbij na te denken of we daarmee de juiste standaard handhaven. Last van een déjà vu? Ik ook, volgens mij had ik het daar vorige maand ook al over!

En over vorige maand gesproken, ik had aangekondigd om een cursus te gaan volgen. Dat doe ik inderdaad, maar het eerste deeltentamen heb ik al laten schieten. Ik schaam mij diep, maar daar koopt u niets voor! Volgende maand zal ik verslag doen over mijn ervaringen als student, tenzij er weer iets tussen komt. 

Facebook Twitter Whatsapp Mail