Van profkip naar vrije uitloop
Openingsbod: twee plus twee promovendi per promotor
Wat een mooie vondst van de Jonge Akademie: de Profkip. Het woord vangt precies wat het probleem is. Ons promotiestelsel barst op sommige plekken uit zijn voegen.
Deze ‘jonge’ academici hebben helemaal gelijk dat we iets moeten doen aan de promotoren die veel te veel promovendi begeleiden. Dat is niet goed voor de promovendi, niet goed voor de andere begeleiders, en uiteindelijk ook niet goed voor de promotoren zelf.
De oplossing waar De Jonge Akademie voor pleit is een limes promovendi, een grens aan het aantal promovendi dat door een promotor begeleid wordt. Dat lijkt me een heel goed idee. Maar de vraag is dan natuurlijk waar die grens ligt. Bij tien promovendi per promotor? Bij vijf? De Jonge Akademie geeft alleen aan dat we hierover als academische gemeenschap in gesprek moeten, maar geeft geen aantal.
Zal ik dan een openingsbod doen?
Twee plus twee: elke onderzoeker kan voor twee promovendi als dagelijks begeleider optreden en voor nog eens twee promovendi in het begeleidingsteam zitten.
En dan ook gelijk iedereen ius toekennen, zoals ik eerder al opperde.
Waarom twee? Ik heb in Australië gezien hoe goed dit werkt. Toen ik in Sydney werkte, had de Australian Research Council een regel dat elke onderzoeker op maximaal twee projecten mocht meedoen. Nu is dat natuurlijk niet helemaal hetzelfde als twee promovendi per promotor (een project kan meerdere promovendi hebben; of juist een postdoc in plaats van een promovendus), maar ik denk dat de dynamiek van twee projecten en twee promovendi vergelijkbaar zal zijn.
Australische onderzoekers, en dan vooral de zeer senior hoogleraren (de archetypische Profkippen, zeg maar) zijn veel selectiever als het gaat om de projecten waar ze aan willen meedoen. En ze zijn ook écht betrokken bij die twee projecten.
Zo komen hun onderzoekstalenten ook veel meer tot hun recht. In plaats van het managen van een heel zwik aan projecten, doen de Australische onderzoekers veel onderzoek zelf. Ze staan in het lab. Ze ontwikkelen computer-codes. Ze duiken de archieven in. Ze interviewen respondenten. Ze schrijven als eerste auteur artikelen. Ze doen aan slow science.
Want het is toch raar dat we in Nederland de meest succesvolle wetenschappers – die met de meeste projecten en promovendi – het minste tijd gunnen om te doen waar ze klaarblijkelijk echt goed in zijn: het doen van wetenschappelijk onderzoek.
Als jonge wetenschapper in Sydney vond ik de twee-projecten-regel fantastisch. Meer dan eens kreeg ik de kans om een grote rol in een samenwerkingsvoorstel te pakken omdat de hoogleraar die de usual suspect was al twee projecten had en dus “vol” zat. Zo kreeg ik de kans om onder de vleugels van de professor uit te kruipen.
Het klinkt misschien wat radicaal om iedereen maar maximaal twee promovendi tegelijkertijd te laten hebben, maar als we dit combineren met Ius promovendi voor iedere U(H)D dan zijn we in één keer van de Profkippen af. En ik denk dat ons werkplezier en de wetenschappelijke resultaten er ook beter van worden.
Medewerkersblik, en Staff's Viewpoint op de Engelse pagina, is de plek waar werknemers van de Universiteit Utrecht hun kijk op het universitaire leven delen. Studenten van de Universiteit Utrecht doen dit in de columnreeks Studentenblik en Students' Viewpoint. Lees ze allemaal!
Voor de sociale wetenschappen zou twee-plus-twee voor de meeste onderzoekers geen hele grote verandering ten opzichte van de huidige praktijk zijn, vermoed ik. Ik ben sceptischer over het idee van promotierecht voor iedereen. Promotieonderzoek begeleiden is niet altijd gemakkelijk, en bovendien een grote verantwoordelijkheid: je kunt prille onderzoekscarrières maken en breken. Ik denk dat het daarom goed is dat iemand aantoonbaar ervaring moet hebben met zulke begeleiding voor diegene de eindverantwoordelijkheid over een promotietraject krijgt.