Infantilisering
Van doctorandus tot improfessorandus
Nog tot aan het eind van de vorige eeuw mocht je ‘drs’ voor je naam zetten wanneer je was afgestudeerd aan de universiteit. Drs. staat voor doctorandus. Latijn voor ‘hij die doctor wordt’, al bleef het voor de meeste doctorandi slechts bij die belofte. Dat gaf niet, want je kon je er in de maatschappij voldoende mee onderscheiden: je had voor iets ‘doorgeleerd’, en daar mocht je best mee pronken. Zelfs op de universiteit waren er genoeg die het niet nodig vonden om te promoveren.
Daar kwam rond de eeuwwisseling verandering in. Toen werd besloten dat de doctorstitel een noodzakelijke doch geen voldoende voorwaarde was om les te mogen geven op universitair niveau. Een promotie was daarvoor onontkoombaar waardoor de vraag naar doctoren een geweldige boost kregen. Zij die doctor zouden gaan worden, vormden ineens een eigen klasse. Ze werden AIO en OIO genoemd, ofwel assistent in opleiding, en onderzoeker in opleiding.
Voor iedere AIO en OIO kreeg de universiteit van het Rijk een leuk sommetje geld, met als gevolg dat er op veel universiteiten promotiefabriekjes werden opgezet, die als enig doel leken te hebben zoveel mogelijk doctoren af te leveren. Wat al die doctoren moesten gaan doen nadat ze waren gepromoveerd, was van secundair belang.
Dat had tragische gevolgen. Velen van hen bleven een paar jaar hangen als postdoc om alsnog uit het universitaire bedrijf te verdwijnen. Anderen concurreerden zichzelf de vernieling in om maar in aanmerking te komen voor een van de weinig baantjes aan de universiteit. De doctorstitel garandeerde helemaal niets en stelde eigenlijk nog minder voor dan de oude doctorandustitel, omdat je nu ook nog eens vier jaar had verloren met iets waar niemand op zat te wachten. De meeste doctoren werden improfessorandici: zij die geen professor gaan worden.
Maar deze vorm van kapitaalvernietiging is niet mijn hoofdpunt. Het aanverwante probleem vind ik groter. En dat is de gestage infantilisering van de jonge doctor-in-wording die zijn beslag heeft gekregen in de afgelopen 25 jaar.
AIO’s en OIO’s zijn in die tijd gedegradeerd van assistent tot student. De aanloop tot de doctorstitel werd een scholingstraject, met verplichte cursussen en oplevermomentjes die aanvoelen als examens. Ik moet vaak denken aan wat pedagoog Lea Dasberg lang geleden heeft beschreven in haar boek over opvoeden: grootbrengen doe je door kleinhouden. De PhD-studenten van nu zijn de pubers van toen.
Zelf geef ik les aan een klasje PhD-studenten. Ze volgen een cursus die grotendeels uit online-opdrachtjes bestaat met leuke casusjes. Het lijkt wel wat op het programma waar mijn dochter mee oefende toen ze op de lagere school taalles kreeg. ‘Leer het lekker zelf’, heette die cursus.
Aan het eind van het programma presenteren de studenten een gezamenlijke opdracht. In groepjes van vier staan ze voor de klas met hun PowerPoint, en keurig nemen ze om de beurt het woord, precies zoals ze tijdens hun bachelor- en masteropleiding ook al deden.
“Prima", zeg ik aan het slot, maar ik zou ze eigenlijk iets anders willen toeschreeuwen: “Hou hier mee op! Doe hier niet aan mee! Je bent al lang volwassen!”.
Medewerkersblik, en Staff's Viewpoint op de Engelse pagina, is de plek waar werknemers van de Universiteit Utrecht hun kijk op het universitaire leven delen. Studenten van de Universiteit Utrecht doen dit in de columnreeks Studentenblik en Students' Viewpoint.
Het Nederlandse aio-stelsel werd in 1986 ingevoerd niet “rond de eeuwwisseling.” Uit CBS- en Rathenau-gegevens blijkt verder dat gepromoveerden gemiddeld vaker werk hebben op wetenschappelijk of hoog professioneel niveau, vaker een vast contract hebben en meer verdienen dan niet-gepromoveerde academici. Tot zover de feiten.