In academische en datecontext
Vragen stellen (m/v)
Vaak wordt gezegd dat mannen geen vragen zouden stellen. Ik, als frequent bezoeker van panels en conferenties, weet dat niets minder waar is. Zodra de moderator het publiek in kijkt en vraagt of er vragen zijn vanuit de zaal, schieten de handen omhoog als paddenstoelen – of onkruid. Dan volgt een introductie van de vragenstellers over wie zij zijn en wat ze doen, gevolgd door zin twee, zin drie, zin vier, en heel misschien aan het einde een vraag. Regelmatig heeft die deze vorm: ‘Vindt u – of zelfs je – ook niet dat…?’. Soms volgt er na het antwoord nog een ongevraagde reactie van de vrager.
Een ontelbaar aantal keren heb ik vertwijfeld in het publiek gezeten vol zenuwen over of mijn vraag wel interessant genoeg zou zijn voor zowel de spreker als de zaal. Helaas ben ik namelijk van mening dat stomme vragen wél bestaan. Soms had ik al een drietal vragen uitgeschreven tijdens de presentatie, maar durfde ik er toch geen te stellen. Als een Q&A dan gekaapt werd door een grote meerderheid aan vragen gesteld door mannen, kon ik me wel opvreten van woede.
Dit probleem besprak ik na een panel eens met een senior academicus en doorgewinterd panellid. Zij herkende het en raadde me aan voortaan bij presentaties op de eerste rij te gaan zitten, zodat ik niet verlegen zou worden van de opgestoken handen in de rijen voor mij en het podium dichterbij voelde. Ook vertelde zij moderators vaak vooraf op het hart te drukken om ook uitdrukkelijk vrouwen de beurt te geven, in plaats van de volgorde van opgestoken handen af te gaan, want dan trekken mannen meestal aan het langste eind. Soms nodigde ze zelf vrouwen in de zaal expliciet uit een vraag te stellen.
Afspraakjes
Hoewel mannen bij academische gelegenheden in mijn ervaring dus uitstekend zijn in het stellen van vragen, kan dat op afspraakjes en in het sociaal contact nogal tegenvallen. Vriendinnen klagen dat een date meer aanvoelde als een interview met de man in kwestie, of dat mannen hun een specifieke vraag stellen (‘Zeg, zou jij ooit een ironman doen?’ of ‘Denk jij nog wel eens aan je ex?’) om die vraag vervolgens eerst zelf die uitgebreid te beantwoorden, of dat het blijft bij een ‘en hoe zit dat bij jou?’.
We bespreken strategieën om dit tegen te gaan: wij vrouwen zullen geen vragen meer stellen, ongemakkelijke stiltes laten vallen en kijken wat er dan gebeurt, of zelfs nadrukkelijk vragen: ‘Is er ook nog iets dat jij van mij wilt weten?’
De strategie lijkt aan te slaan, want inmiddels hoor ik mannelijke vrienden en huisgenoten na dates klagen dat vrouwen hén helemaal geen vragen hebben gesteld. Een meisje dat ik ken, kreeg laatst op een date te horen dat ze wel heel weinig vragen stelde. Zelf bleef ze er nuchter onder: “Als ik midden in een verhaal zit, wil ik dat gewoon even afmaken, dan ga ik toch geen vragen stellen?” Ik had niet de moed haar te vertellen dat ik haar ook niet ken als iemand die veel vragen stelt.
Wat betekent deze patstelling voor de toekomst? Een heterodatinglandschap waarin m en v op dates langs elkaar heen over zichzelf praten? Elkaar assertief onderbreken? Elkaar juist in ongemakkelijke stiltes aankijken?
Wel of niet genoeg vragen stellen, gaat natuurlijk helemaal niet over vragen stellen, maar over je gezien voelen door de ander. Dat kan door vragen te stellen, maar net zo goed door echt te luisteren, echt te reageren, of echt te kijken. Dat geldt natuurlijk net zo goed op dates als tijdens bijeenkomsten met een panel.
Studentenblik, en Students' Viewpoint op de Engelse pagina, is de plek waar studenten van de Universiteit Utrecht hun kijk op het universitaire- en studentenleven delen. Medewerkers van de UU doen dit in de columnreeks Medewerkersblik en Staff’s Viewpoint.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.