Bachelorstudent blijft dicht bij huis

Body: 
De Universiteit Utrecht wil bachelorstudenten een grote keuzevrijheid bieden. Uit een onderzoek onder meer dan 900 bachelorstudenten van 38 Utrechtse bacheloropleidingen blijkt nu dat studenten vooral kiezen voor cursussen die passen bij hun hoofdvak.

Sinds de invoering van het bachelor-masterstelsel mogen studenten een kwart van hun studieprogramma vrij invullen.
De studentenredactie van de stichting Onderwijs Evaluatie Rapport (OER) deed onderzoek naar de manier waarop studenten omgaan met de profileringsruimte.

Uit de OER-rapportage blijkt dat bijna zestig procent van de studenten de profileringsruimte vult met losse cursussen. Hoewel twee derde van alle studenten minimaal een van die cursussen buiten de eigen opleiding heeft gevolgd, blijven studenten vaak dicht bij huis.

Meer dan zestig procent van de studenten geeft toe vooral cursussen te volgen die aansluiten bij de major. Ongeveer eenzelfde percentage laat zich sturen door de vereisten van de master die ze willen gaan volgen. Bij opleidingen als rechten en psychologie doen nog meer studenten dat.

Bij die studentrijke opleidingen en zeker ook bij pedagogiek zeggen veel studenten dat ook beroepseisen meespelen bij de invulling van hun profileringsruimte. Opvallend is dat deze studies, volgens de studenten, ook weinig stimuleren om buiten de deur te kijken.

Dertig procent van de studenten kiest niet voor losse cursussen, maar voor een samenhangende minor. In bijna driekwart van de gevallen doen ze dat bij een andere opleiding. Minorstudenten zeggen te willen kennismaken met een nieuw vakgebied of zich juist te willen verdiepen in een gebied dat aansluit bij de major. Een kwart ziet de minor als voorbereiding op een masterprogramma.

Studenten zijn over het algemeen tevreden over de informatie over de keuzemogelijkheden. Ook over de omvang van de profileringsruimte zijn weinig klachten. De keuze voor een cursus laten studenten vaak afhangen van praktische zaken als de roostering. Het cursusniveau wordt nog belangrijker gevonden, maar het OER-rapport maakt niet duidelijk of studenten nu keuzecursussen met een hoog dan wel een laag niveau willen. Het aantal contacturen en de werkvormen zijn van ondergeschikt belang in het keuzeproces.

Opmerkelijk is verder dat het beeld dat de UU graag schetst van een universiteit waar bachelorstudenten een grote vrijheid genieten door bijna veertig procent van de studenten niet wordt herkend. Niet duidelijk wordt waar ‘m dat inzit. Maar uit onderzoeken van de bachelor-mastercommissie bleek eerder dat studenten vaak problemen ondervinden bij de invulling van de profileringsruimte. Zo zijn er bij cursussen soms ingangseisen of capactiteitsproblemen.

Overigens zegt slechts twintig procent van de studenten dat die keuzevrijheid een rol heeft gespeeld bij hun beslissing in Utrecht te gaan studeren.

XB