Faculteitsraad Rebo wijst door college van bestuur gewijzigd reglement af

Body: 
De faculteitsraad van de Rebofaculteit (Recht, Economie, Bestuurs- en Organisatiewetenschap) heeft niet ingestemd met het door decaan Dorresteijn voorgelegde faculteitsreglement. De raad is het niet eens met een aantal door het college van bestuur aangebrachte wijzigingen.

De bespreking in de raad was woensdagmiddag nodig, omdat het college van bestuur heeft geweigerd haar goedkeuring te hechten aan het reglement waarmee de raad in november 2006 had ingestemd en dat toen door decaan Dorresteijn was vastgesteld. Heet hangijzer is de positie van de departementshoofden, de voormalige vakdecanen. De raad wil hen in hun eigen departement een grote mate van, ook financiële, zeggenschap geven over onderwijs en onderzoek; het college van bestuur wil die zeggenschap bij de decaan neerleggen.

Tijdens de vergadering deed Dorresteijn woensdagmiddag een dringend beroep op de raadsleden om met de door het college van bestuur aangebrachte wijzigingen in te stemmen. Hij betoogde dat de departementshoofden in de praktijk wel degelijk de nodige bevoegdheden zullen krijgen. Een raadsmeerderheid maakte echter duidelijk deze kwestie zo cruciaal te vinden, dat die duidelijk in het reglement zelf geregeld dient te worden.

Na een korte schorsing besloot de raad in meerderheid om niet met de door het college van bestuur gewijzigde versie van het reglement in te stemmen. Naast inhoudelijke redenen voerde raadsvoorzitter Klanderman ook een juridisch argument aan. “Volgens de WHW is het vaststellen van het reglement een zaak van de decaan. Het CvB heeft alleen de bevoegdheid om de inhoud te toetsen aan strijd met het recht en het algemeen belang. Welnu, noch het een noch het ander was ten aanzien van het in november vastgestelde reglement in het geding. Het CvB is dus zijn boekje te buiten gegaan door goedkeuring aan het reglement te onthouden.”

Een teleurgestelde Dorresteijn constateerde dat er sprake was van een impasse, omdat hij het reglement zonder instemming van de raad niet kon vaststellen. Hij meldde de raadsleden dat hij de zaak nu opnieuw aan het college van bestuur gaat voorleggen. Voorzitter Klanderman sloot de vergadering daarna op zijn bekende laconieke manier af. “We zullen wel zien, zei de blinde.”

EH