Master Drug Innovation dubbel positief beoordeeld

Body: 
Een enthousiaste opleiding met heel goede studenten. Dat was vrijdag 9 februari het lovende oordeel van een visitatiecommissie onder leiding van de Leidse hoogleraar Henk de Jong over de Utrechtse prestigemaster Drug Innovation.

Nadat hij ruim een jaar geleden al de loftrompet had gestoken over de vernieuwde Utrechtse opleiding farmacie, was De Jong vrijdagmiddag terug in het Wentgebouw met een al even positief oordeel over de researchmaster Drug Innovation. Die master, die in Utrecht onder zowel Farmaceutische Wetenschappen als Biomedische Wetenschappen en Scheikunde valt, kan worden gevolgd door bachelors uit een groot aantal bèta-richtingen en uit het University College.

De commissievoorzitter maakte duidelijk zeer ingenomen te zijn met wat hij in Utrecht had aangetroffen. Hij prees de ruime beschikbaarheid van computers en de goede toegang tot de wetenschappelijke literatuur. Ook zei hij aangenaam getroffen te zijn door de kwaliteit van de scripties van de tot nu toe 25 afgestudeerde studenten. “Vooral hun taalgebruik is veel beter dan dat wat wij vorig jaar in de bachelorscripties aantroffen.”

De Jong, die zijn gebruikelijke powerpoint rapportage deze keer had opgevrolijkt met foto’s van zijn kleinzoon (“dit is een jonge opleiding”) en een Russische taart (“er is reden voor feest, want jullie zijn op de goede weg”), had nog wel de nodige adviezen voor zijn gehoor in petto. Zo vroeg hij mede namens de studenten om een wat pittiger startcursus en miste hij aandacht voor de didactische vaardigheden van de aio’s, die een substantieel deel van het onderwijs in de master verzorgen. “Zij voelen zich als docent niet altijd even comfortabel.”

Doel van het bezoek van de commissie-De Jong was het verkrijgen van een accreditatie binnen de opleiding Farmaceutische Wetenschappen. Curieus genoeg was de master eerder al door een andere commissie gevisiteerd, toen met als doel accreditatie binnen Biomedische Wetenschappen. Juist vorige week vrijdag werd bekend dat die accreditatie was verleend. De reden voor dit nieuwe bezoek was dat de master binnen Farmaceutische Wetenschappen ook een deeltijdvariant kent, die door de eerdere commissie niet was beoordeeld. Merkwaardig, zo’n tweede visitatie van dezelfde master, vond een toehoorder, die zich afvroeg wat er zou gebeuren als dit nieuwe bezoek onverhoopt een negatief oordeel zou opleveren. Gezien de positieve toon van de rapportage van De Jong was die vraag in dit geval echter puur hypothetisch.

EH